‘He gave man speech, and speech created thought, which is the measure of the universe’, zo schreef Percy Shelley in Prometheus unbound Act 2, Scene 4. Over de maat van alle dingen gesproken.
De taal bepaalt ons denken. “Wat een gelul”, denkt de cynicus, terwijl hij daarmee ongemerkt zelf de link legt tussen denken en taal. Geheel ongelijk heeft hij echter niet.
Ooit maakte ik er zelf terloops een opmerking over, en het deed mij deugd er per ongeluk opnieuw tegenaan te lopen. Het is vrij eenvoudig. De taal verschaft ons een aantal bouwstenen, laten we ze woorden noemen, waarmee we gedachten vormen. Logischerwijs beperken de grenzen van de taal onze denkwereld. Dat dit idee, ook wel bekend als linguistisch determinisme, omstreden is wordt in tweede oogopslag duidelijk.
Immers, wanneer men slechts kan denken in bestaande woorden, hoe kan er dan ooit een nieuw woord worden uitgevonden? Neem nou het woord mikzlog, een jaar geleden nog onbekend, maar nu door iedereen begrepen, alhoewel ik me in dit geval wellicht schromelijk vergis. Andere, en betere, voorbeelden weet U zelf te verzinnen. De gedachte was er dus eerder dan het woord, en niet andersom. Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat U en ik woordloos denken.
Het gros der gedachtenkronkels is derhalve ongrijpbaar. Zo heb ik zelf bijvoorbeeld regelmatig uitzonderlijk mooie gedachten. Ik kan daar verder geen kant mee op, want er zijn geen woorden voor. Taal wordt dus niet zozeer gebruikt om te denken, als wel om de gedachten van de een in het hoofd van de ander te plaatsen. Vaak is dat niet mogelijk. Soms wel. Ik doe het op dit moment.
Dezelfde link die ik U tevoren zo vriendelijk aanreikte maakt echter opeens onderscheid tussen bewust en onbewust denken. En stelt zelfs dat er zonder taal van bewustzijn geen sprake kan zijn.
Hier wordt natuurlijk iets gruwelijk over het hoofd gezien, en wel mijn konijntje Pardoes. Uit alles wat ik aan hem observeer kan ik afleiden dat hij zich bewust is van zijn zijn. Veel praten doet hij echter niet.
Niettemin fascineert deze materie. En ik mag de geļnteresseerde leek, zoals ikzelf, dan ook graag het boekje van Pinker aanbevelen, waarmee ik mij momenteel in mijn schaarse vrije momenten vermaak.
Misschien heeft je Pardoes wel een eigen taal. Een simpel soort taal?
Ik weet helaas zeer weinig van deze materie. Wanneer vormt bewustzijn zich? Misschien is het er al, wie weet.
Krijg spontaan de neiging me weer eens in de Wiener Kreiz te gaan verdiepen. Geinig linkje trouwens, die tweede…
M.a.w., het is waardevol om je talen te kennen, want elke taal overlapt, maar valt nooit samen met een andere taal, dus elke taal die je kent vergroot je mogelijkheden om je wereld en de mensen erin te begrijpen.
Volgens mij hebben jullie errug veel tijd (en geen fulltime dienstverband) met zoveel tijd om over dergelijke zaken na te denken. ;-)
Beste Aliette, ik kan je melden dat mIKe een voltijds dienstverband heeft. En dan toch nog tijd om dit soort stukjes te schrijven!! ‘t Is toch niet te geloven!
Volgens mij zijn woorden net als de ‘zelfzuchtige genen’ (’Selfish Genes’) zoals beschreven door Richard Dawkins. Volgens hem is de mens slechts transportmiddel voor de genen. We zijn geneigd om onze genen te bezien als dragers van de erfelijke informatie die er voor dient om ons als mens te laten bestaan maar dit is dus verkeerd om. ‘Wij’ zijn slechts een medium, een draaggolf voor de genen.
Zo is het ook met woorden. Het is niet dat wij woorden gebruiken om ons uit te drukken. Nee, woorden gebruiken ons om zich te verspreiden. Wij zijn niets anders dan het transportmiddel van het woord. Het woord gebruikt ons fijn om zich van hot naar her te begeven. En wij maar denken dat… enz. En wie heeft dat door? Juist: Pardoes! Die houdt zich muisstil. Hij denkt, het is al erg genoeg dat ik er alleen maar ben voor het plezier der genen, niet ook nog de woorden, bekijk het!
Fulltime werken? Ik? Vergeet het maar. Ik werk aanzienlijk meer dan dat.
En ik kan U zeggen, het breekt me op, zo af en toe. Het schrijven van dit soort vage klotestukjes, in de tijd die mij rest.
Excuseert U mij, ik ben hedenavond bijzonder moe, lichtgeraakt en voor weinig rede vatbaar.
De combinatie van werken én denken is u vreemd Aliėtte?
AR: ik ben bang van wel. ;-) ’s Avonds ben ik vaak een slappe dweil.
Je noemt “het boekje van Pinker”.
Welk boekje van welke Pinker?
“The language instinct” van Steven Pinker.
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004
juli 2004
juni 2004
mei 2004
april 2004
maart 2004
februari 2004
januari 2004
december 2003
november 2003
oktober 2003
september 2003
augustus 2003
juli 2003
juni 2003
mei 2003
april 2003
maart 2003
februari 2003
januari 2003
december 2002
november 2002
oktober 2002
september 2002
augustus 2002
juli 2002
juni 2002
mike(at)mikz.net