De heer Ramon Lull had zijn naam niet mee, maar dat deerde hem weinig. Bij de pakken zat hij niet neer. In plaats daarvan knutselde hij aan een methode waarmee hij de waarheid vinden kon. Niets minder dan dat. Op een regenachtige zondagmiddag in het jaar 1275 legde hij drie, in diameter van elkaar verschillende, papieren cirkels op elkaar. Door het gemeenschappelijke middelpunt prikte hij een speld. Met een flauwe glimlach rond de lippen krabbelde hij vervolgens een aantal letters op de schijven. Daarna draaide hij zichzelf en de hem omringende wereld een rad voor ogen.
Hij noemde zijn systeem in alle bescheidenheid Ars Magna et Ultima, en het werkte als volgt. Iedere gedeeltelijke rotatie van één der papierwielen deed een ander patroon onstaan, dat hij, Lull van geboorte, met behulp van ingewikkelde regels wist te duiden. Alle patronen bij elkaar omvatten de waarheid. Met haar in pacht reisde hij af naar Noord-Afrika. De moslims aldaar dienden bekeerd, zo was zijn stellige overtuiging. Helemaal gelukt is hem dat niet. Zijn cirkelredeneringen werden niet bijster gewaardeerd, en naar men zegt werd Lull gestenigd. Maar dat is, hoewel pikant, slechts een detail.
Compleet waardeloos was zijn methode namelijk ook weer niet, hetgeen alleen al blijkt uit het feit dat de heer Leibniz, zeker niet de minste, er vier eeuwen later een vervolg aan gaf. De jonge Gottfried Wilhelm was nog maar 20 toen hij in 1666 zijn thesis Dissertatio de Arte Combinatoria publiceerde. Vol naïeve geestdrift had hij het idee opgevat om een probleem-oplosser te bouwen, een systeem waarmee ieder twistpunt uitgebannen kon worden. Dat Leibniz uiteindelijk beroemder is geworden met zijn integraalrekening dan met zijn draaiwiel zegt wellicht genoeg.
Ofwel is de waarheid niet te vangen in drie vellen papier ofwel is de wereld er nog niet aan toe. Mocht het eerste het geval zijn, dan doemt onmiddellijk de vraag op of men met vier vellen papier misschien meer zou kunnen bereiken. Of met pak ‘m beet 375 woorden. Of een boek. Wordt dat wat men zeggen kan niet per definitie begrensd door het medium waarmee gesproken wordt? Het geeft te denken. En veel meer dan dat kan men in dit opzicht niet verlangen, terwijl men voor minder niet moet gaan.
Ik zou bijna willen inkoppen met “Lullig stukje met een grote L,” maar het stukje verdient beter. “The medium is the message,” lulde Mc Luhan ooit niet helemaal uit zijn nek, en ik denk dat hij je daar mooi mee van antwoord dient.
riem is de maatstaf voor papier dacht ik.
weg met die vellen.
welke maat moeten ze anders wel hebben ?
A1, A2, A3, A4, A5 ?
nadien wordt het minuscuul.
enne … wat is de waarheid ?
uw waarheid, mijn waarheid of die van vele anderen ?
Het feit dat de Heer Lull werd gestenigd mocht bijna doen vermoeden dat hij juist wel geslaagd was, waarheid is immers toch niet zelden het geen wat het minst waardering kan vinden.
Zelf dacht ik bij dit stukje niet in de laatste plaats aan de grenzen van het medium weblog, waarvan de inherente vluchtigheid zich nauwelijks lijkt te lenen voor enige diepgang. Wie daar desondanks naar streeft heeft al snel mijn sympathie, al zal hij of zij het over het algemeen inderdaad zonder de waardering van de massa moeten doen.
Overigens is het waarheidsgehalte - nu we het toch over waarheid hebben - van het verhaal van Lulls steniging omstreden. Niet alle bronnen zijn het erover eens dat hij op deze manier aan zijn eind is gekomen. Het vermoeden bestaat dat men Lull doelbewust als martelaar heeft willen presenteren. Feit is wel dat hij tot driemaal toe Noord-Afrika bezocht, en daar niet bepaald met open armen werd ontvangen.
Ach, de historie van de Ars Magna vond ik persoonlijk wel aardig, ofschoon de precieze werking ervan mij vooralsnog ontgaat. Verder heb ik eigenlijk niets met de heer Lull. Met Leibniz daarentegen weer wel, doch dat zal U wellicht niet verbazen.
Stelling 1 van de Tractatus Logico Philosophicus kan heel wat woorden, heel wat pagina’s naar de prullenmand verwijzen.
@stoethaspel: Is dat wenselijk?
@mIKe
Afhankelijk van de doelstelling kan zulks wenselijk zijn. Veel filosofische vragen bestaan uiteindelijk bij de gratie van onze ‘groeistuipen’. Het zijn vragen waar men overheen moet groeien om de onzinnigheid ervan in te zien. Zie bijvoorbeeld de heer Kant die u in uw laatste postje aanhaalt en zijn idee van ‘zuivere rede’.
@stoethaspel: Anderzijds vindt men soms waardevolle antwoorden of inzichten waar men in eerste instantie niet naar zocht. Waar de jonge Wittgenstein, kort door de bocht, zei dat men niets zinnigs kan zeggen over kunst, godsdienst of ethiek, denk ik dat je niet alle deuren bij voorbaat moet dichtslaan. Kortgezegd, ik zie de onzinnigheid waar U op doelt, maar voel me desalniettemin jeugdig.
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004
juli 2004
juni 2004
mei 2004
april 2004
maart 2004
februari 2004
januari 2004
december 2003
november 2003
oktober 2003
september 2003
augustus 2003
juli 2003
juni 2003
mei 2003
april 2003
maart 2003
februari 2003
januari 2003
december 2002
november 2002
oktober 2002
september 2002
augustus 2002
juli 2002
juni 2002
mike(at)mikz.net