De hoofdpijn kwam pas goed opzetten toen ik besefte dat er voor waarden boven de tien een enigszins andere aanpak vereist is dan die waarmee ik begonnen was. U zult het daarom moeten doen met code die slechts de eerste zeven getallen van de Fibonacci-reeks berekent.
++++++++++
[>>+++++>+++++<<<-]
>>–>-<<<
+++++++[
>>[<+>-]<.
>>[<+>-]<<
[>>+<<-]>
[>+>+<<-]>>[<<+>>-]
++++++++[<------>-]<<<
<-]
Een beetje polyglot spreekt natuurlijk zijn talen, en dus ook deze. Opdat U niet denkt dat ik zomaar wat aan het lanterfanten ben.
Ik mis mij, maar daarover later meer.
Laat ik beginnen met een intermezzo. Misschien dat U zich, net als ik, weet te vermaken met het wonderlijke verhaal van de heer Zerah Colburn. Met zes vingers aan iedere hand werd hij in 1804 in Vermont geboren. Op jonge leeftijd toonde hij zich niet bijster snugger, tot het moment dat hij op z’n vijfde blijk gaf van een onwaarschijnlijk talent. Zerah kon rekenen. Nogal snel.
Zijn vader nam hem daarop mee naar de grote stad, alwaar het ongeschoolde jochie voor publiek zijn kunsten mocht vertonen. Toen men hem vroeg hoeveel seconden er in 2000 jaar zitten, wist hij binnen 4 tellen het correcte antwoord te geven. Het kwadrateren van 1449 kostte hem evenmin moeite. Omstanders waren verbijsterd. Zerah was in één klap beroemd.
Een dergelijk talent dient gekoesterd, dacht de directeur van het in de buurt gelegen Dartmouth College toen hij dit zag, en bood aan de jongen kosteloos te onderwijzen. Maar daar kwam niets van in. Pa Colburn ging op toernee met zijn zoon, vast van plan om geld te slaan uit deze gekkigheid.
De rest van het verhaal is even tragisch als merkwaardig. Niet in staat zich aan de invloed van zijn vader te ontworstelen, laat Zerah zich tot zijn achttiende gebruiken. Pa overlijdt in 1822, en het voormalige wonderkind slijt wat rest van zijn leven als predikant. Ouder dan 35 wordt hij niet.
Het ligt voor de hand je af te vragen wat er van Zerah Colburn was geworden als hij wel een degelijke scholing had mogen genieten. Misschien had hij de wereld daadwerkelijk van dienst kunnen zijn. Beter staat men hier niet te lang bij stil, temeer daar de speculatie feitelijk op niets is gebaseerd. Wie snel is is immers niet noodzakelijkerwijs intelligent.
Het is een beetje gemakkelijk om Colburns fabuleuze rekenvermogen af te doen als een kunstje, maar al met al is het juist dat wat blijft hangen. Anekdotes over zijn optredens zijn er genoeg. Veel meer dan dat eigenlijk niet. En zo kwam ik een tijdje geleden op de volgende kwestie. Wat schiet een mens er in hemelsnaam mee op om telkens maar weer hetzelfde truukje te laten zien?
Tja, daar werd ik dus even stil van.
Eerlijk gezegd weet ik het nog steeds niet. Net zo min overigens als het antwoord op de vraag waarom het goed zou zijn om zoiets niet te doen. Nadenken over het nut van stukjes schrijven is wellicht even zinloos als stukjes schrijven zelf. Dit alles neemt echter niet weg dat ik mij mis.
Maar daarover, zoals gezegd, later meer.
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004
juli 2004
juni 2004
mei 2004
april 2004
maart 2004
februari 2004
januari 2004
december 2003
november 2003
oktober 2003
september 2003
augustus 2003
juli 2003
juni 2003
mei 2003
april 2003
maart 2003
februari 2003
januari 2003
december 2002
november 2002
oktober 2002
september 2002
augustus 2002
juli 2002
juni 2002
mike(at)mikz.net