Er mocht wel eens wat leven in de brouwerij, en dus kocht ik mij een plant. U klinkt dit vreemd in de oren? Verplaatst U zich dan in mij, of liever, in mijn tot voor kort plantloze woning. Groen ontbrak er nog aan. Mijn bedoening oogde kaal. Een retourtje tuincentrum bood derhalve soelaas.
Ik kwam thuis met niet de minste onder de groeiers en bloeiers, een Calathea om precies te zijn, de eigenzinnigheid zelve. Overdag ontvangt zij mij met open armen, maar als het donkert (of als ik onzin tegen haar praat) sluit ze de bladeren. Een onmiskenbaar teken van leven.
Tot mijn niet geringe verbazing stak er een kaartje bij de plant met daarop, naast haar naam, een serieuze waarschuwing. De pleegvader van al dit moois beriep zich op het kwekersrecht en verbood mij om de Calathea te stekken. Ik raakte er danig van in de war.
Blijkbaar zag de kweker zichzelf als de maker van deze plant, en in zekere zin had hij nog gelijk ook: zonder hem bestond zij niet, tenminste niet in deze vorm. Ik begon er opeens aan te twijfelen of ik hier nu een stukje natuur of cultuur in handen had. En dat laatste vond ik maar niks.
Ik vervloekte het antropocentrisme van de kweker. De mens zelf is immers ook onderdeel van de natuur, hij staat er niet boven. Hoe kon hij er dan toch aanspraak op maken? Buiten dat zag ik mij geconfronteerd met een nog veel prangender probleem. Een zaak van leven of dood.
Tijdens de reis van tuincentrum naar huis was er een takje geknakt. Wat moest ik nou met dit blaadje Calathea? Het vernietigen, zoals de kweker wilde? Dat kon ik niet over mijn hart verkrijgen. Het verbod aan mijn laars lappend vulde ik een glas met water en zette daar het takje in. Hij kon me wat.
Vervolgens beklaagde ik me bij mijn plant. Waar moet het in godsnaam heen als voorgeschreven wordt wat er wel of niet mag gebeuren met het ongeboren leven? Ik brieste. Een geselecteerd embryo is toch óók een mens!? De Calathea zei niets, maar sloot in plaats daarvan haar bladeren.
Zeg eens eerlijk: wat vinden de geesten van uw nieuwe oude huis er eigenlijk van, dat u met planten praat?
Die kleine schonkige kereltjes moeten zich welhaast dood lachen!
Ik zou de kweker om drie uur ’s nachts bellen en hem het probleem voorleggen. Deze kweker is van een gevaarlijk ras. Ik hoop niet dat er stekjes van hem rondlopen.
Er zijn ook grote bedrijven die patent aanvragen (en krijgen) op bepaalde rassen, uiterst stuitend.
Wie wil er een plant stekken die zich al voor de eerste de beste discussie afsluit?
Over plantaardig gesproken: ‘nog naar de Hortus Botanicus in Leiden geweest vandaag?
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004
juli 2004
juni 2004
mei 2004
april 2004
maart 2004
februari 2004
januari 2004
december 2003
november 2003
oktober 2003
september 2003
augustus 2003
juli 2003
juni 2003
mei 2003
april 2003
maart 2003
februari 2003
januari 2003
december 2002
november 2002
oktober 2002
september 2002
augustus 2002
juli 2002
juni 2002
mike(at)mikz.net