Het wonder van het losse olifantje
Er was eens … een filosoof. Deze man, bebrild en bebaard, schiep er een duivels genoegen in om zijn ideeën met verhalen te omkleden. Duivels? In ieder geval in de ogen van de schrijver, die hij tegen het lijf liep. Die laatste was, in tegenstelling tot de filosoof, juist gewoon om zijn verhalen van ideeën te voorzien.
Het stokpaardje van de filosoof was Dombo, het vliegende olifantje. En de schrijver was de klos. Dit slurfdier, zo vertelde hij de onwillige luisteraar, heeft leren vliegen met een toverveer. Maar weet U wat nou de grap is? Toververen bestaan helemaal niet! Het olifantje kon al vliegen, maar wist het niet.
Filosofie is niets anders dan dit inzicht. U heeft geen toververen nodig om de wereld te begrijpen. U kunt het zelf! Luister naar mij.
De schrijver snoof. Een mooie filosoof bent U! Geen toverveer, maar wel de wijsheid in pacht. Waar haalt U die nou weer vandaan? Mijn veertje is me lief, Mijnheer, en al zou ik zonder kunnen, dan nog wil ik het niet. Zo gezegd sloeg de schrijver snel zijn armen uit, en vloog weg, de filosoof in verbijstering achterlatend.
Alsof u zelluf veren hebt gekregen, mijn beste.
Ik heb ze niet dagelijks, ik schijn elke dag een veertje te verliezen, en toch, soms, soms lijkt het ook of ik er elke dag, doch onbewust, er eentje bij krijg…!
Mooi verhaal, ook al begrijp ik de clou nog niet. Het zet in ieder geval mijn grijze cellen aan tot nadenken. Ook tot een hoop vragen: ben jij de schrijver of de filosoof? Heb jij een bril en baard (doet dat er hier toe?) En nog vele anderen … En nu ga ik weer verder met vliegen …
Duiding. Het is altijd maar weer de vraag of U dáár wat aan heeft. Het was in ieder geval zeer zeker mijn bedoeling dat dit stukje op eigen benen kon staan, dus zónder dat U zich vermoeien hoeft met dubbele bodem of verborgen laag. Uw eigen interpretatie is minstens zoveel waard als mijn uitgangspunten.
Desalniettemin een korte exegese.
Er bestaat een tamelijk bekende filosoof mét bril en baard, die onder de naam Daniel Dennett door het leven gaat. De man vertoont een verbluffende gelijkenis met Vader Abraham, maar dit terzijde. Deze filosoof maakt, in mijn ogen te onpas, gebruik van de Dombo-metafoor, met name in zijn boek Freedom evolves, waar ik me onlangs in verdiepte naar aanleiding van mijn eigen opflakkerende interesse in de kwestie van de vrije wil, zie eerdere stukjes. Waarom te onpas? Dennett gebruikt de metafoor om zijn betoog kracht bij te zetten, echter: de metafoor heeft niets met zijn betoog te maken! Hij poneert bijna terloops een heuse waarheidsclaim, en blijft zijn publiek daarmee om de oren slaan (en om de tuin leiden). Dat vind ik min.
Filosofie wordt vaak aan de hand van analogieën bedreven: een ‘vergelijkbare’ situatie wordt onderzocht, waarna het resultaat wordt teruggevoerd op het oorspronkelijke probleem. U moet eens opletten hoe vaak er wel niet voorbij wordt gegaan aan de vraag in hoeverre de onderzochte situatie überhaupt vergelijkbaar is met het te onderzoeken probleem. Dat is wat ik bedoelde met ‘ideeën omkleden met verhalen’.
De schrijver in mijn stukje weet de oplettende lezer te identificeren met Willem Jan Otten, door slechts naar mijn titel te kijken. Otten schreef ooit het schitterende essay ‘Het wonder van de losse olifanten’, met als ondertitel ‘Een rede tot de ontwikkelden onder de verachters van de christelijke religie’. Deze ondertitel is weer gebaseerd op een stuk van Friedrich Schleiermacher, een true believer. Daartegenover staat Ludwig Feuerbach, die (kort door de bocht) God als projectie van de mens ziet. De keuze voor het toverveertje is een Feuerbachiaanse draai die ik aan mijn stukje wilde meegeven.
Dat de schrijver uiteindelijk wegvliegt weerspiegelt een heel ander type vrijheid dan die waar Dennett het over heeft, namelijk de dichterlijke. Ik vond dat een mooi contrast. Daarnaast blijft er iets hangen als: ‘Zou het dan toch?’, hetgeen voor mij een essentieel levensingrediënt is, hoe nuchter ik zelf ook mag zijn.
En dan de vraag of ik schrijver dan wel filosoof ben. Op het eerste gezicht identificeer ik mij in dit stukje veel meer met de schrijver dan met de filosoof. Toch ‘omkleedt dit verhaaltje nogal wat ideeën’, hetgeen mij zelf nu weer te denken geeft.
Verrek… ik vond het gewoon een mooi logje..
Duidelijke uitleg. Net als in de (overige) wetenschap, is enige voorkennis omtrent bestaand taalgebruik en ideeen onontbeerlijk om bepaalde teksten te kunnen doorgronden (helaas). Desalniettemin staat het stukje naar mijn idee toch op zichzelf.
En nu vliegt deze Dombo z’n proefschrift weer in …
januari 2009
december 2008
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004
juli 2004
juni 2004
mei 2004
april 2004
maart 2004
februari 2004
januari 2004
december 2003
november 2003
oktober 2003
september 2003
augustus 2003
juli 2003
juni 2003
mei 2003
april 2003
maart 2003
februari 2003
januari 2003
december 2002
november 2002
oktober 2002
september 2002
augustus 2002
juli 2002
juni 2002
mike(at)mikz.net