Met enige regelmaat pas ik een dag op mijn kleine neefje, inmiddels twee en een half jaar oud. Na een ochtend verhaaltjes vertellen, hutten bouwen, stoeien, bootjes kijken en beenhangen vind ik dat ik zelf wat rust heb verdiend en zet ik het mannetje even voor de ‘tevisie’. Gaan we samen kijken naar wat daar nu weer te beleven valt. Met Baby TV heb ik aan hem geen kind meer. Echter, zelf word ik er wat onrustig van.

De ietwat debiele filmpjes die daar 24 uur per dag worden vertoond halen het niet bij de avonturen die wij zopas zelf hebben beleefd, en binnen vijf minuten zit ik me naast hem te vervelen. Opeens heb ik een idee, en ik stel mijn neefje voor om eens wat anders te gaan kijken. Hij vindt het best.

Al jaren heb ik op DVD een tekenfilmserie klaarliggen, die ik zag toen ik zelf nog een dreumes was. Vreselijk spannend vond ik die. Ofschoon ik wel wat ouder was dan twee en een half toen ik de serie zag denk ik dat het geen kwaad kan om er nu samen naar te kijken. Mijn neefje zal kunnen genieten van de kleurige plaatjes terwijl ik mijn eigen jeugd herbeleef.

De eerste aflevering heeft een vliegende start. In luttele minuten wordt de geschiedenis van het leven uit de doeken gedaan, van Big Bang tot aan de dinosauriërs, inclusief concepten als natuurlijke selectie en survival of the fittest. “De natuur is niet zacht voor de zachtmoedigen”, orakelt de commentaarstem, terwijl een Allosaurus zich tegoed doet aan een Stegosaurus. “Haha, hij eet ‘m op”, zegt mijn neefje, en ik trek wit weg.

“Waar ben ik in vredesnaam mee bezig?”, vraag ik mezelf af, terwijl ik naar de DVD-speler loop. Nooit eerder was ik me zo bewust van het effect van mijn handelen op een jochie zoals hij. Met mijn onschuldige tekenfilmpje ets ik bloederige beelden in een kinderziel. Ik word er acuut onpasselijk van. “We gaan weer wat anders kijken”, zeg ik hem. “Ja”, zegt hij. En het volgende moment kijken we samen weer Baby TV. Hij vindt het best.

Ik koos er in dit geval bewust voor om niet verder te tekenen op het onbeschreven blad dat mijn neefje is. In andere gevallen doe ik dat juist weer wel. Het is een verwarrende verantwoordelijkheid, als je er zo bij stil staat. Vroeg of laat komt hij toch alles wel te weten. Wie ben ik om het beste moment te bepalen?

Later moest ik hier nog eens aan denken toen ik las over de Russische filmmaker Victor Kossakovsky, die zijn zoontje twee jaar lang van iedere spiegel weg hield. De film Svyato laat de allereerste ontmoeting van het jongetje met zijn spiegelbeeld zien. Het zijn uiteraard adembenemende beelden van een van de meest ingrijpende ervaringen in een mensenleven: de eerste confrontatie met je zelf. Mijn primaire reactie was er echter een van verontwaardiging: hoe haalt die idioot het in zijn kop om zijn zoontje twee jaar lang zijn eigen spiegelbeeld te ontzeggen? En waarom? Misschien krijgt dat kind er later wel last van. Nou zal dat laatste wel meevallen, maar toch, papa bepaalt hier maar mooi even wat zijn zoontje (niet) te zien krijgt. En dat vond ik eigenlijk maar niks.

Mijn neefje herkent zichzelf, hij kent zijn spiegelbeeld. Maar hij kent ook nog zoveel dingen niet. Hij spiegelt zich niet alleen in een spiegel, maar ook aan de wereld. En daar is niet alles even mooi. Hoe lang mag je hem daarvan weghouden? Mag dat sowieso wel? Ik weet het niet. Ik weet niet goed raad met de eindigheid van een onbevangen blik.

Over vijf jaar nog maar eens proberen …

  1. ArieBos zegt op 6 januari 2012:

    Troost je, vrijwel alles wat kinderen vóór het 4de jaar meemaken blijft niet hangen.
    Net als dat van de opvoeding na je 18de nauwelijks meer iets te merken valt. Hoogstens wat je toen van je leeftijdgenoten hebt overgenomen.
    Kortom, net als de maatschappij blijkt de mens aanzienlijk minder maakbaar dan we dachten/denken.

  2. Daniel zegt op 6 januari 2012:

    Tja, laat ik daar nou net compleet anders over denken… en ook de vader van Mike’s geweldige neefje zijn. Maar Mike; wees niet bevreesd. Heeft dat kleine neefje van jou al eens JOUW neus proberen op te eten? Hij kan weliswaar ook bang zijn om opgegeten te worden, maar als dat dreumesje met open gesperde mond boven je eigen neus hangt, neem ik toch ook het zekere voor het onzekere. En lachen dat ie doet als ik “helpie, helpie!” roep.

    Volgens mij is een onbevangen blik per definitie eindig, want op zoek naar contact en spiegeling. Als jouw neefje van jou hoort dat je het ook wel spannend vond, maar dat het een gek filmpje was (hij moest toch lachen?) met dinosaurussen die ook leuke dingen doen (weet dat hij een boek heeft waarin hij de Stegosaurus er feilloos uithaalt “omdat die een scheetje laat”), dan komt het allemaal goed. Ook met jou!

  3. mike zegt op 9 januari 2012:

    @ArieBos: En toch denk ik dat het een heel verschil maakt of U of ik op mijn neefje past.

    @Daniel: Dat is mooi gezegd, dat een onbevangen blik per definitie eindig is, want op zoek naar contact en spiegeling. Maar is een zekere mate van onbevangenheid daarnaast niet ook een te koesteren karaktereigenschap? De ene mens staat stil bij vragen die een ander als vanzelfsprekend ziet. Ik maak me niet werkelijk zorgen dat het niet goed zal komen met dat kleine mannetje, maar de kwestie die ik schetste vond en vind ik een overdenking waard. Ik zie onbevangenheid als iets moois, misschien zelfs als iets dat te stimuleren valt.

  4. ArieBos zegt op 22 januari 2012:

    @Daniel: zou ik ook zeggen (en zelfs denken) als ik het neefjes vader was. Heet dat niet bias? (predispositie ten gunste of ten nadele van iets of iemand)
    @Mike: ligt onbevangenheid niet (vlak) naast naïviteit? Lijkt me niet ongevaarlijk these days.

  5. Sas zegt op 25 januari 2012:

    @ArieBos: Nee, dat heet gezond verstand.
    @ArieBos: Nee, onbevangenheid is een open blik. (Voor u: dat wat een keizerlijk ego niet aan kan). Naïviteit is gespeend van realiteitszin (evenals een keizerlijk ego).