Als Gerrit Komrij Gerrit Komrij niet was werd zijn weblog nauwelijks gelezen. Alleen door zijn naam brandt de lucifer, daar ben ik stellig van overtuigd. Gerrit is een speld die zonder Komrij nooit gevonden wordt, en nóg vat het hooi maar moeilijk vlam. Hoe komt dat toch?
Ruim 160 jaar geleden maakte Sören Kierkegaard zijn bedenkingen omtrent de pers kenbaar. Ze zijn in mijn ogen nog steeds relevant, zeker als we ze op het internet betrekken. Kierkegaard stelde zich teweer tegen de nivellering die de media in de hand werken.
Een weldenkend mens als U is bekend met de wrede tirannie van de middelmaat: de publieke opinie wordt gevormd door de meerderheid, maar gek genoeg voelt U zich maar zelden vertegenwoordigd door dat publiek. Elke individuele stem gaat verloren in de massa.
Als U hier Uw schouders over ophaalt dan zijn we bij de kern van het probleem, want het is juist het schouderophalen waar Kierkegaard tegen fulmineert. De media brengen U informatie over zaken waar U zonder die media niet van had geweten. In feite ligt het allemaal buiten handbereik, en door die afstand is iedere mening vrijblijvend. Niets doet er écht toe. Men lult maar wat.
Is er nog hoop voor de non-conformist die wél wil vechten voor de dingen waar hij in gelooft? Kierkegaard wijst ons op de enkeling die zich boven het algemene verheft, en dientengevolge niet meedoet aan het publieke debat. Tja, daar ga je dan met je weblogje.
Vooralsnog wil ik me niet terugtrekken, maar zonder ploeteraars als ondergetekende hou ook ik het hier niet uit. Ik lul niet zomaar wat. Waar zijn de onaangepasten die zichzelf laten zien? Waar is dan het bloeiend discours? Waar het elitepubliek? De gecommitteerden?
Met de komst van het internet mag de drempel der communicatie lager liggen, de gemiddelde mens struikelt er des te harder over.
Gerrit Komrij is net als U uitgenodigd om deel te nemen aan dit gesprek, en het is een belangrijk gesprek. Niemand wil toch leven in een wereld waar slechts de hardste schreeuwers worden gehoord? Naar mijn idee heeft U dat zelf in de hand.
De schade ruimschoots ingehaald is het makkelijk praten over de beproeving van mijn knapenjaren, maar toentertijd piepte ik wel anders. Het was een ramp. Anders dan ikzelf moest de eerste keer nog komen, niet in het minst prematuur. Ik hunkerde naar vrouw, maar er was alleen maar meisje, dromend van de man die ik niet was of wilde zijn. Mijn naam, de Onbegonnene.
Jongen, laat je niet kennen!
Als ik ergens naar verlangde was het juist mezelf laten zien. Vrijen met vrouwenogen. Doen wat geen man vermag: zijn masker af. Het is zo triest dat dat niet hoort, laten voelen wie je bent. Slechts de knaap mag zich getroost wanen met de gedachte dat er zelfs vaders en moeders bestaan die het nog nooit hebben gedaan.
Muziek is geen taal, en dus bij voorbaat nietszeggend. Het heeft geen betekenis. Ik heb uitleg nodig om te weten wat een componist ermee bedoeld heeft. Uit de muziek zelf kan ik dat niet halen. Toch kan ik ook zonder context tranen plengen. Soms. Maar waarom huil ik dan?
Om niets?
Ik hou het vooralsnog op geluk. Dat ik dit mag meemaken, denk ik dan. Dat ik leef. Maar eigenlijk is dat onzin. Want ik huil ook vaak niet, en dan leef ik even hard. Zelfs in stilte.
Wat zit er dan in die muziek? Blijkbaar iets dat mij raakt. Maar U blijft er nuchter onder. En dat snap ik niet. Ik vraag me dan af: ben ik nou werkelijk gelukkig of hou ik mezelf gewoon voor de gek?
Och. Al ligt de waarheid naast het midden, dan nog is het goed.
In tegenstelling tot degeen die wij vanaf heden met de term ’sociale zuignap’ zullen betitelen is de rusteloze geest juist niet per definitie hondsvermoeiend voor anderen. Om hen maalt hij niet. Zijn eeuwig zoeken mag voor omstanders zelfs een weldaad heten.
De bron van onrust zit in hem, daar waar het leeghoofd iets mist. Hij wordt weleens moe van zichzelf, maar goed, daar heeft U geen last van. U plukt de vruchten van zijn wispelturigheid. De parels voor de zwijnen, zogezegd.
Een schrandere dame maakte mij ooit wijs. Ze zei dat het een mens niet past alleen te zijn. Ik geloofde haar niet. Veel later begreep ik pas dat zij de sociale zuignap net zo zeer veracht als ik. Zoeken doe je liever samen.
Het internet is een doodogige inktvis met een miljoen tentakels en nog meer zuignappen. Als de rusteloze geest het verschil niet maakt doet niemand het. Het is welhaast zijn plicht zich als aandachtshoer te afficheren. En dat, waarde lezer, doet pijn.
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004
juli 2004
juni 2004
mei 2004
april 2004
maart 2004
februari 2004
januari 2004
december 2003
november 2003
oktober 2003
september 2003
augustus 2003
juli 2003
juni 2003
mei 2003
april 2003
maart 2003
februari 2003
januari 2003
december 2002
november 2002
oktober 2002
september 2002
augustus 2002
juli 2002
juni 2002
mike(at)mikz.net