Van alle zaken waarachter aan het eind van dit jaar een punt gezet zal worden is mijn gejengel niet het minst vermeldenswaard. Voor zulks schiet de tijd mij domweg te kort. Nederland heeft namelijk zeven miljoen bellen. En dan heb je België nog …
Mijn voornemen is simpel. Ik bel aan. Bij U, en bij ieder ander. In potentie bent U namelijk, net als een ander, een goede vriend. En zo iemand dient men niet te verwaarlozen. Jengelen heeft pas weer zin als er niemand opendoet.
Bij mij hoeft U dus niet langs te komen, want thuis ben ik niet.
2 reacties
Toen de lefgozer om een bosje gele lafbekjes vroeg, was de bloemist ervan overtuigd dat hij in het ootje werd genomen.
“Mijnheer, mijn ootje is mij heilig, daar dient U verre van te blijven.”
“Alle respect voor Uw ootje. Ik zoek slechts lafbekjes. Gele.”
“Werkelijk? Daar heb ik eerlijk gezegd nog nooit van gehoord.”
“Eilaas. Doet U mij dan maar een bosje blauwe, als het U belieft.”
En zo geschiedde. De lefgozer rekende af, en liet de bloemist voor wat hij was. Veel meer dan dat maakte hij niet mee, die dag.
5 reacties
Het beeld is dat van een gedrapeerde lap stof. Ongeveer zoals de barokke meesters van de Hollandse en Vlaamse school het een eeuw of wat geleden plachten te schilderen. De stelling is dat de stof als zodanig alleen herkenbaar is door de erin aanwezige plooien. Is het materiaal namelijk volkomen glad getrokken, dan ziet men niet veel meer dan een monochroom vlak. En dat kan weer van alles zijn. Het wezen van de stof zit ‘m dus als het ware in die plooien, of eigenlijk in dat wat men niet ziet, in de schaduw, het duistere.
Een man als Pieter Paul Rubens wist deze kern te raken. En zelf hulde hij zich ook wel eens in plooien, zoals bijgaande afbeelding laat zien.
Wie, niet geheel ten onrechte, schampert om deze kolder, bedenke dat een aantal mensen, die zich denkers durven noemen, zich hiermee bezig heeft gehouden. Natuurlijk dient voornoemd beeld als metafoor gezien te worden, en in die zin vindt men het ogenschijnlijk ook elders terug. Is het immers niet zo dat een deels bedekt lichaam veel aantrekkelijker is dan frontaal naakt? Zit het wezen van de aantrekkelijkheid dus niet evenzeer in het ongekende?
Tja. Op een dergelijke manier kan men ook spreken over het wezen van de Waarheid, of van de Schoonheid. Of over dat van om het even wie. Mijn wezen, bijvoorbeeld.
Ik hang van plooien aan elkaar. Zeg zelden direkt waar het op staat. Stelt U zich eens voor dat ik mijzelf per ongeluk in een depressie heb gestort, dan zal ik U dit niet zomaar vertellen, maar het op z’n minst omkleden met een vaag verhaaltje. Over plooien. Welnu, dàt moet nu maar eens afgelopen zijn. Licht werpend op dat wat donker is kan ik heel kort zijn. Ik zie het duister in.
9 reacties
Hoewel de grijsaard inmiddels zeker wist dat het een misvatting is om te denken dat wijsheid met de jaren komt, besloot hij dit geheim, uit medelijden met de jongeling, mee het graf in te nemen.
7 reacties