Tot voor kort stond ik zelden tot nooit stil bij het verschil tussen het vinden van waarheid en het vermijden van waandenkbeeld. Zó geobsedeerd was ik met het laatste. Hoe subtiel het onderscheid prima facie ook is, het een is het ander niet. Wanneer ik de ware stelling A onderschrijf, dan doe ik iets anders dan wanneer ik de valse hypothese B verwerp. In dát geval zou ik immers ook nog voor sofisme C of drogreden D kunnen gaan. Sterker nog, ik zou er zelfs voor kunnen kiezen om helemaal nérgens in te geloven, en dus ook niet in A.
Bovenstaande redenering, gecombineerd met het feit dat sommige waarheden misschien wel niet goed aantoonbaar en sommige waandenkbeelden misschien wel niet te ontkrachten zijn, maakt het de twijfelaar niet makkelijk. Daarnaast moet een mens soms keuzes maken. Op de valreep van dit voor mij wel bijzonder roerige jaar wil ik deze aan William James ontleende thematiek betrekken in een korte terug- en vooruitblik.
Omziend voel ik mij rijk met die paar diepe vriendschappen die ik ogenschijnlijk zomaar vond. Zoals wel vaker kies ik hier mijn woorden met enige zorg, de schijnbare willekeur van mijn zoektocht mag U vertalen met verbeten doelgerichtheid. Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat een vriendschap zich zelden leent voor goed of fout, waar of niet waar, maar dat je er uiteindelijk in moet geloven. Je moet geloven in die vriend, in A.
Neemt U van mij aan: zonder dit soort geloof is het leven armzalig.
Mijn blik naar de toekomst, mijn goede voornemen, is nog iets fundamenteler. Ik stel mij ten doel om mijn focus bewust te verleggen van het vermijden van waandenkbeeld naar het vinden van waarheid. Simpel gezegd, ik doe mijn angst om het fout te doen de das om. Een wezenlijker verandering en een persoonlijker bekentenis mijnerzijds is nauwelijks denkbaar: deze angst zit onnoemelijk diep, en grijpt in op al wat ik doe. Ik meen dat ik zonder kan.
(..)
U nog goede voornemens, tussen haakjes?

_mikzlog