Drie jaar voordat de negentiende eeuw onwillig plaats maakte voor de twintigste schoof Karl Kraus voor het laatst aan in café Griensteidl te Wenen. Een week geleden deed ik voor het eerst hetzelfde.

Het plaatje van toen lijkt anders dan dat van nu, al is het alleen maar omdat het fameuze etablissement gedurende de roerige periode van honderdtien jaar die de beide gebeurtenissen van elkaar scheidt van de grond af aan opnieuw is opgebouwd.

Maar natuurlijk is Griensteidl Griensteidl nog wel. Net zoals U U. En ik ik. Of wilt U zeggen dat U nu iemand anders bent dan het mensje dat zoveel jaar geleden met Uw naam geboren werd? Omdat U heden ten dage niet meer op die hummel gelijkt? Omdat U nou toevallig net niet meer uit dezelfde cellen bestaat? Nee toch zeker!
Een heel ander verhaal is dat van de tijdgeest. Terwijl Uw held met enige gretigheid zijn koffie met Sachertorte naar binnen werkte piekerde hij zich suf over dit spook. Het vervelende is dat men in het algemeen pas bij terugblikken een tijdgeest ontwaart, en zelden op het moment zelf. Achteraf is het altijd makkelijk praten, dan is het nogal logisch dat dit en dat gebeurde. Maar hoe zit het nu?
Het naburige Paleis – zo ziet U op de foto’s – keek neer op het oude Griensteidl maar kijkt op tegen het nieuwe. De symboliek is treffend. Het culturele Wenen van 1900 ontworstelde zich aan het Habsburgse juk, ontdeed zich van ornamentiek en verkende de grenzen van de taal en van het denken. Als men leest over het fin de siècle dan moest dit alles welhaast gebeuren.
Ligt het aan mij of hangt er momenteel óók iets in de lucht?
Hoe langer ik erbij stil sta hoe meer het gevoel mij bekruipt dat het, zoals het nu gaat, niet al te lang meer verder kan. De tijdgeest is anders dan toen, maar hij spookt. Wat het precies is kan ik nog niet goed verwoorden. Ik wil echter niet dat hij mij aan het schrikken maakt, ik wil hem ontmaskeren. En dát is misschien het probleem van deze tijd: iedereen wacht. Straks zegt ie boe.

mikzlog