24 juni 2007

Ik ben ten dode opgeschreven.

Dat U daarin niet van mij verschilt maakt het allemaal niet minder dramatisch. Eenmaal geboren wacht onherroepelijk de dood. Ik moet de eerste nog tegenkomen die op die regel uitzondert. In mijn ogen voedt dit besef van vergankelijkheid de zucht naar eeuwigheid, al is ze maar plaatsvervangend: ook al ga ik dood, er moet toch iets zijn dat dat niet doet, iets dat er altijd is geweest en altijd zal zijn, het Absolute zogezegd.

De wereld is toch wel méér dan een zichzelf vernietigende afgrond?

Ofschoon ik dit Absolute nauwelijks anders kan verwoorden dan dat ik nu doe, weet ik vrij zeker dat U voelt waarover ik het heb. Taal houdt nauw verband met de wereld om ons heen, die zich in alle bedrieglijkheid en eindigheid aan ons openbaart, en ik vind het daarom niet gek dat we het Absolute slechts intuïtief kunnen ervaren, dat we er weinig concreets over kunnen zeggen. Het feit dat U en ik, twee eilandjes, dit gevoel delen – toch? – maakt het Absolute bijna écht.

Waar de directe aanpak tekortschiet – ‘het onbenoembare’ laat zich zelfs niet als zodanig betitelen, alleen al omdat zij daarmee benoemd zou worden -, biedt de indirecte nog enig soelaas. Een tekst of gedicht kan van een Schoonheid doordrenkt zijn die het Absolute welhaast tastbaar maakt. Max Bruchs Kol Nidrei eveneens.

Het lijkt wat flauw om een woord als Schoonheid van een hoofdletter te voorzien, maar ook hier veronderstel ik Uw begrip. Hoewel Schoonheid zich niet nader laat duiden, heeft het leven zonder haar geen kleur. En ik wéét gewoon dat U, net als ik, met zwart-wit geen genoegen neemt.

Van hetzelfde kaliber als Schoonheid zijn Goed en Kwaad. Alvorens U nu meteen in de pen klimt en stelt dat de wereld in essentie moreel indifferent is, laat mij U zeggen: dat weet ik. Waar ik op doel is een zeker gevoel van rechtvaardigheid dat het wetboek ontstijgt. Als U van Uzelf niet voelt wat Goed is, dan denk ik dat U ook het Schone niet ziet.

Omdat Goed en Kwaad zich zomin als Schoonheid eenvoudig concreet laten maken vind ik een term als ‘moreel esperanto’ op z’n zachtst gezegd nogal ambitieus. De heer Cliteur, die ooit met genoemde uitdrukking op de proppen kwam, zou ik willen vragen hoe de vertaling van Goed dan wel niet luidt. Me dunkt dat ook hij moet zwijgen waarover hij niet spreken kan.

Natuurlijk is het niet Goed als U mij doodt. Maar sterven doe ik toch.

5 reacties

20 juni 2007

Verbluft keek ik hem aan, en herhaalde zijn woorden in mijn hoofd: “Ooit had ik een gesprek met een zevendedagsadventist, en die kon óók al niet geloven dat ik nooit naar betekenis zoek.” Tevoren had ik een ingang proberen te vinden, ik had gepoogd de mens die tegenover me zat te leren kennen. Tot mijn verbijstering was er echter niets. De man was leeg, op het bier na dat ie naar binnen goot.

Op mijn beurt had ik hem versteld doen staan toen ik vertelde dat ik al een jaar geen televisie meer kijk. Vermoedelijk werd ik door die bekentenis meteen met de een of andere sektarische zonderling vereenzelvigd. Alsof ik vanwege geloof geen gehoor gaf aan de zogenaamde geneugten des levens. Het feit dat ik mijn tegenspreker onverbiddelijk onder tafel aan het zuipen was deed daar blijkbaar niets aan af.

U moet weten, afgelopen weekend bevond ik mij, volkomen tegen mijn natuur in, op een door ettelijke duizenden personen bezocht evenement. Ieder jaar probeer ik het wel een keer. Dan wil ik weer eens zien of mijn vooroordelen aangaande de gemiddelde medemens bevestigd dan wel ontkracht worden. We hebben het hier over een door studenten georganiseerd tweedaags internationaal volleybaltoernooi waar ik aan deelnam. De lege man was tevens teamgenoot.

Ik sport graag, en doe dat al mijn leven lang. Toch mag het opmerkelijk heten dat ik juist in een teamsport mijn ei kwijt kan. Anderzijds levert de onvermijdelijke groepsdynamica immer denkvoer, hetgeen ook de nazit tot iets aangenaams maakt. Begrijp mij niet verkeerd, ik mag graag een biertje achterover slaan, maar drinken om het drinken, nou nee. Toch was dat precies wat er gebeurde op die bewuste plek des onheils waar ik van vrijdag tot zondag bivakkeerde.

Laatstentijds overvalt mij steeds vaker het gevoel dat ik aan het afdrijven ben. Ik doe mijn eigen ding, maar dat eigen ding wordt door maar weinigen begrepen. Het intense geluk dat ik ervaar als ik in een antiquariaat een obscuur werkje van een vergeten filosoof vind, als ik een nacht schrijf aan iets wat niemand ooit zal lezen, als ik letterlijk getroffen word door een inzicht, of als ik van die ene goede vriend een diepgevoelige, fijnzinnig gecomponeerde brief ontvang, dát soort geluk lijkt niet meer van deze wereld.

Misschien heeft de lege man ook wel gelijk, en bén ik een sektarische zonderling. Ik kan hoe dan ook niet begrijpen dat iemand zijn geluk enkel en alleen vindt in bier en tieten. Ofschoon ik er niet vies van ben, blijft het bijzaak, zij het een aangename. En precies daar verlies ik hem, de gemiddelde medemens. Zijn plezier is soms ook mijn plezier, maar mijn plezier nooit het zijne.

Godzijdank bent U even zonderling als ik.

14 reacties

19 juni 2007

Zoek niet verder, waarde lezer. Mijn geesteskind wil helemaal geen dure cadeaus voor zijn vijfde verjaardag. U moogt Uw lippen tegen het scherm drukken: mikzlog houdt van zoenen.

8 reacties

9 juni 2007

U zult zich net als ik weleens hebben afgevraagd of U doet zoals U bent óf zoals degeen die U zou willen zijn. Ik ga er tenminste van uit dat ik hierin niet alleen sta. Het eerste – doen zoals U bent – lijkt natuurlijk, het tweede kunstmatig. In de praktijk echter boetseert iedereen aan het beeld dat een ander van hem heeft. En feitelijk is de vraag dan ook of U bewust boetseert.

Anticipeer ik op reacties? Ja. Ik spreek U immers aan. Mijn boetseren lijkt in dezen welbewust. Maar als dat zo is dan schrijft U even hard mee, al kost het U aanzienlijk minder moeite dan ik me getroost. Zonder U hadden deze woorden er namelijk nooit kunnen staan. Zeker niet in deze vorm. En vermoedelijk was ook de inhoud anders geweest: de notie van publiek bepaalt het denken.

Als het leven een spel is, dan is speltheorie levenswijsheid.

Ervan uitgaande dat de mens bewust boetseert, kunt U daarop anticiperen. En een ander weer op U. De ogenschijnlijke chaos die daaruit voortvloeit buigt zich, door krachten die groter zijn dan U, tot een evenwicht. Toch waag ik te betwijfelen of het leven een spel is. Ik boetseer niet omdat U bent wie U bent, maar omdat U er bent. Dat is alles.

Ook de persoon die ik zou willen zijn zegt veel over mij.

16 reacties