De heer Nabokov is dood. Al een tijdje. De ouwe snoeper liet mij een mobiele telefoon na, vol met berichtjes. Voor de grap las ik er een paar. Holy fuck! Ze deden mijn oren kleuren. Blijkbaar ben ik niet de enige die zijn teerbeminde met oneerbaarheid bestookt. Pareltjes van inventiviteit, maar zeer zeker niet voor mijn ogen bestemd. Mág ik ze wel lezen?

Zo kende ik de heer Nabokov helemaal niet. Achter zijn immer stoïcijns gelaat ging, achteraf gezien, een vurige passie schuil. Het is net alsof ik nu pas, na zijn dood, geconfronteerd word met de échte heer Nabokov. Een beetje laat, maar beter dan nooit? Ik betwijfel het. Als de heer Nabokov had gewild dat ik wist wie hij was dan had hij mij zich zelf wel laten zien.

Het is een vreemde gedachte dat iemands dood openheid van zaken legitimeert. Als de heer Nabokov nog leefde, dan had ik het wel uit mijn hoofd gelaten om zijn diepe gronden te doorwroeten. Toch valt het mij zwaar om z’n berichtjes te wissen. Net of ik hem nog doder maak dan hij al is, maar dat kan natuurlijk niet.

4 reacties

Het gebeurt niet vaak dat een film met zoveel gemak de poten van mijn stoel verzaagt als gisteren het geval was. Behaaglijk in mijn zetel genesteld startte ik Fight Club om uiteindelijk op de grond te eindigen. Het thema van de man die het leven dat door zijn vingers glipt probeert te grijpen klinkt wellicht wat afgezaagd, de briljante uitwerking was dat allerminst. Zonder al te veel van het verhaal weg te geven kan ik U vertellen dat de grootste tegenstander in dit gevecht niemand minder bleek dan de man die het aanging. Wie zich niet met zijn leven kan verzoenen zit zichzelf in de weg.

Eens te meer dacht ik aan mijn eigen ervaringen van ruim een jaar geleden, toen ik moederziel alleen ergens op een industrieterrein bivakkeerde. Met dodelijke ernst had ik de maatschappij de rug toegekeerd, omdat ik er stellig van overtuigd was dat de mens door conventies aan banden wordt gelegd. Ofschoon ik destijds in de afgrond heb gekeken, weet ik nu dat er altijd een vangnet is geweest. Het is makkelijk om af te geven op een veilig leven, maar niemand komt echt verder dan flirten met gevaar. Wie daadwerkelijk alle banden met zijn omgeving verbreekt gaat kapot, zoals ik ook gisteren weer zag.

Het neemt niet weg dat ik in die periode van eenzaamheid meer gegroeid ben dan in de jaren ervoor. Ik herinner me dat ik mezelf beloofde om het gevoel van luciditeit waar mijn hele wezen van doortrokken leek nooit meer kwijt te raken. Ik dacht dat ik, eindelijk, leefde. Heden ten dage voel ik me anders, even levend maar niet als toen. Toch heb ik ook nu weer het voornemen om vast te houden wat er is, wie ik ben, alleen of samen. Gek eigenlijk, want leven is toch groeien, en dat is iets wat per definitie niet zonder veranderen kan.

3 reacties

Vierentwintig uur nadat ik getuige was van de dood van Ivan Iljitsj reed ik naar mijn werk, en begluurde ik de bestuurders van de auto’s die zich net als de mijne hortend en stotend voortbewogen in een drukke ochtendspits. Ik had hoegenaamd niets met hen, maar was toch één van hen, en vroeg me af of zij zich net zo ontheemd voelden als ik, hoewel ik het me eigenlijk niet kon voorstellen. Met de dood voor ogen ga je niet in de file staan. Zij, de anderen, waren zich vermoedelijk niet bewust van hun sterfelijkheid. Dat ik er stond was een foutje.

Er bestaat geen eenzamere bezigheid dan sterven, en daarom denkt men er liever niet aan. Ten onrechte, als U het mij vraagt, want juist omdat men er tevoren niet aan denkt, is het zo ontstellend eenzaam voor degeen die ermee bezig is. Ieder mens waant zich onsterfelijk totdat hij met zijn eigen dood geconfronteerd wordt. Hij sterft dus temidden van onsterfelijken, temidden van mensen die tijd genoeg hebben om in de file te staan.

Denken aan de dood doet echter leven. Elke norm blijkt betrekkelijk in het licht van de eigen eindigheid. Zoals het hoort is niet zoals het moet. Waar het om gaat is wat je wilt, om eigenheid. Iedereen is iemand. En de eeuwige twijfelaar bestaat niet: ook hij gaat dood. U heeft dus zelf de keuze: filerijden of bloemen plukken, om eens wat te noemen. Ik reken op U, en op een rustige avondspits.

2 reacties