U kent dat type wel. Of misschien bent U er zelf een. De talentvolle belofte. Zo iemand waarvan je weet dat ie veel in z’n mars heeft. Het moet er alleen nog maar even uitkomen. Ooit. Nu zijn er exemplaren, heb ik van horen zeggen, die niets liever doen dan een beetje voor zich uit staren. Dagdromen. Bij voorkeur ergens in de vrije natuur, aan waterkant of juist in open veld. Niemand storend, en door niemand gestoord.
Zonder verder in te gaan op mijn eigen talenten, als die er al zijn, kan ik U zeggen dat voornoemde bezigheid mij niet geheel vreemd is. De momenten van eenzaam peinzen heb ik lief. Edoch, wat ik contempleren pleeg te noemen, noemt een ander lanterfanten.
Het is de hete adem van plicht en verantwoordelijkheid die mij het plezier dat de ledigheid mij biedt nogal eens ontneemt. En die mij het volgende vertwijfeld doet afvragen. Belofte maakt schuld, maar geldt dat ook voor talentvolle beloftes?
heeft u uw talenten aan uw medemens beloofd? of aan god m/v misschien?
Juist voor talentvolle beloftes geldt dat u uw verantwoordelijkheid moet nakomen. Verantwoordelijkheid naar uzelf.
Gebruik uw talenten en zij zullen zich vermeerderen; begraaf ze, en ze zullen u worden afgepakt.
Graag verwijs ik u ook naar Mattheus 25: 14 – 29
http://www.statenvertaling.net
En voor u zegt: gunst, wat kent u uw bijbel goed: neen. Ik heb slechts mijn moeders meisjesboeken verslonden, waaronder ook deze: home.tiscali.nl
Het is inderdaad je plicht de talenten te ontplooien, een plicht waarvoor je trouwens zelf schuldenaar en schuldeiser bent. Maar contemplatie hoeft dat niet in de weg te staan, niemand beweert dat het koesteren van je talenten een full-time bezigheid is. Daarnaast komt de contemplatie jouw talenten waarschijnlijk wel ten goede, lijkt mij.
Ledigheid is des duivels oorkussen.
Toch ruik ik nimmer zwavel of zie ik andere aanwijzingen dat de voormalige rechterhand van God in mijn nabijheid is geweest.
Nu ga ik weer verder met dagdromen.
Nee hoor, niks alles doen om wat van dat talent te maken. Talent is maar één factor voor succes, maar misschien wel de meest overschatte factor helaas.
Natuurlijk, het loont niet om iets te blijven proberen waarvoor alle vaardigheid ontbreekt.
Maar toch,
het is én talent, én doorzettingsvermogen, én de sociale vaardigheden bezitten om het toeval af te dwingen of te betrappen als het zich aandient. Het éen gaat niet zonder het ander.
‘Talent is slechts de manifestatie van talent’, las ik eens. Men spreekt niet van talent als de persoon die ermee behept is er geen blijk van geeft dat talent te bezitten (door er dus daadwerkelijk gebruik van te maken). In die zin is het de vraag in hoeverre men van verkwanseling spreken kan.
Vreemd genoeg kan ik me in al Uw reacties enigszins vinden. Ik heb god m/v niets beloofd, zomin als mijn medemens. Toch voel ik me weleens opgejaagd, wanneer het nut van mijn bezigheden ver te zoeken is. Wanneer ik meisjesboeken lees, bijvoorbeeld. Ook al ruik ik dan geen zwavel.
Schuldenaar en schuldeiser van de plicht je talenten te ontplooien: het doet denken aan de zelfactualisatie die tot Geluk leidt, zoals bijvoorbeeld door Maslow genoemd.
Niettemin geloof ik zeker ook dat toeval een rol speelt, als ook dat het weinig zinnig is jezelf de put in te praten. Toegegeven, aan de waterkant, moederziel alleen, geef ik het toeval misschien weinig kans, maar het Geluk dat ik daar vind voelt toch ook reëel.
Veelbelovend. Een belofte voor de toekomst. Het is niet iets wat de talenten zichzelf toeschrijven. Het zijn de externen die dat doen.
Maar zit daarin niet iets cruciaals? Dat het talentvolle typ zelf al dan niet bewust beslist daarmee iets te doen of niet en zo niet, dat de buitenwereld maar iets moet doen om haar belofte na te komen? Of dan toch maar uiteindelijk bij te stellen?
Ik denk dat ik ook wel een talent in de dop was op sommige gebieden, al weet ik niet of er mensen zijn die me aan de wereld beloofd hebben. Het doorzettingsvermogen en de medewerking van de buitenwereld en het toeval ontbraken op cruciale momenten.
Daarnaast zou je je kunnen bedenken dat het volledig willen ontplooien van je talenten je ook wel eens meer zou kunnen kosten dan het je zou opleveren.
Hier herken ik me heel erg in. Niet dat ik zo getalenteerd was/ben, maar wel een soort druk op mijn schouders. Er was een spanningsveld tussen studeren en dagdromen bij mij.
Mensen worden soms heel onrustig van mij als ik in een stoel voor me uit zit te staren. Je kunt nog wel even dit of dat doen. Maar ik heb het druk, zou ik dan willen zeggen. Helaas is heftige mentale topsport niet waarneembaar voor anderen. Alleen als je een schaakbord voor je neus plaatst begrijpen mensen wat ik ermee bedoel.
Analoog aan de ethische leer die stelt dat gelukkigerwijs het leven geen ‘zin’ heeft, aangezien dat anders maar nare verplichtingen zou scheppen, analoog daaraan tooi ik me met de naam stoethaspel.