Vannacht sliep ik acht uren, en eindelijk ben ik wakker genoeg om te beseffen dat ik dat meer zou moeten doen. Des morgens, wanneer ik door de wekker op een belachelijk vroeg tijdstip zonder mededogen uit de zoetste dromen word gesleurd, besef ik dat ik geen ochtendmens ben. Zomin als een avondmens trouwens, hetgeen mij pijnlijk duidelijk wordt als ik tegen twaalven boven een boek of, erger nog, voor de TV wegsukkel. Vreemd genoeg kies ik onbewust voor kwantiteit in plaats van kwaliteit waar het mijn wakkere leven betreft. Zoveel mogelijk absorberen, tot aan de pulp toe. Vermoeiend, hoor. En de spiraal is neerwaarts, want hoe langer men zich met de tong op de schoenen voortsleept, hoe minder men ├╝berhaupt kan opnemen. Of vasthouden, het gat in mijn geheugen indachtig. Wie de keuze tussen kwantiteit en kwaliteit in eerste instantie niet wil maken koestere de slaap. Daar geldt immers: hoe langer hoe beter. De kostbare tijd die de uitgeslapene rest is voor de mooie dingen. Nu alleen nog even bedenken welke.

Comments are closed.