Om het verstrijken der dagen wat inzichtelijker te maken schafte ik mij een kalender aan. Vlaamse primitieven kleuren de maanden. Mooi vind ik dat. Hun schilderijen zijn een half millennium oud maar tegelijk van alle tijden. Het verleden spreekt. En zo komt het dat ik mij heden geconfronteerd zie met het oordeel van Cambyses.

Gerard David werd rond 1460 in Oudewater geboren, dus zo vreselijk Vlaams was deze primitief nou ook weer niet. Vijfentwintig jaar oud trad hij als meester toe tot het schildersgilde van Brugge. In 1498 voltooide hij voor het stadhuis aldaar de diptiek waarop Cambyses oordeelt, een afschrikwekkend exempel, zoals U dra duidelijk wordt.

Mijn kalender toont slechts de helft van het tweeluik, en juist dit gegeven bood mij onbedoeld de kans een klein wonder te ervaren. Hoe dat zo? Welnu, de beleving van het eerste deel van dit werk is na aanschouwing van het tweede nooit meer hetzelfde. Mits U nog niet bekend bent met het stuk kunt U zich net als ik laten verrassen.

Wat U ziet is een man met angst in de ogen, het blijkt de corrupte rechter Sisamnes te zijn. Hij wordt letterlijk en figuurlijk ingerekend: Cambyses telt ’s mans misdaden op zijn vingers na. Omstanders kijken bijna hongerig toe. Er hangt een onbestemde spanning in de lucht, maar het tafereel op zich lijkt onschuldig genoeg.

Ziedaar de prent die in mijn kamer hangt.

Sisamnes is bang, maar waarvoor? Wat hangt hem boven het hoofd? Wordt hij uit zijn ambt ontzet? Moet hij de gevangenis in? Ach, was het maar waar. Zijn straf is oneindig veel gruwelijker dan dat, zoals de rechterhelft van de diptiek laat zien.

Sinds ik dit tweede deel heb aanschouwd is de afbeelding op mijn kalender anders. De spanning is niet meer onbestemd, maar ondraaglijk. De angst van de rechter slaat nu ook mij om het hart. Het beeld is volledig gekanteld omdat ik weet wat er komen gaat.

Deze opmerkelijke ervaring is welhaast metaforisch voor een ander fenomeen, bedacht ik me daarna. Net zoals ik het eerste deel van Davids meesterwerk niet meer kan zien zónder dat het tweede in gedachten schiet, zo beleeft een gelovige de wereld, omdat ook hij weet wat er komen gaat.

Hij heeft zogezegd ‘de rechterhelft’ aanschouwd, waarvoor ik slechts respect kan hebben. Maar omgekeerd moet hij beseffen dat zijn dag des oordeels niet op mijn kalender staat.

  1. bjorn zegt op 6 januari 2008:

    Mooi verhaal met metaforisch/metafysische slotbedenking. Wat mij hier intrigeert is dat, zo mag ik toch veronderstellen, men David gebruikt als januari-beeld ; Gerard David wordt namelijk alom als de lààtste der Vlaamse primitieven beschouwd. Past dat ergens in uw beschouwing ?

  2. mIKe zegt op 7 januari 2008:

    @bjorn: Kijk aan, zo vreselijk primitief is deze Vlaming dus ook weer niet ;-) David wordt inderdaad gebruikt om januari op te leuken, maar ik betwijfel of de makers van mijn kalender daarbij Matth. 19:30 voor ogen hadden. Ik hou het op toeval.

  3. Oscar zegt op 7 januari 2008:

    @mIKe: Uw veronderstelling lijkt mij juist, mijn Waarde: ‘onwaarschijnlijk dat de makers van uw kalender de Laatsten met opzet tot de Eersten hebben gemaakt’.

    (Maar wat veel tragischer is: aangezien de op het tweeluik afgebeelde gebeurtenis reeds enkele eeuwen vóór Christus plaatsgreep is het volstrekt onmogelijk dat onze arme Sisamnes in zijn doodsstrijd ‘Lucas 6:36-38’ paraat had om die bloeddorstige Cambyses en de zijnen tot enige mildheid te stemmen)