mikzlog
donderdag 29 augustus 2002

Effectiviteitstraining

Vertelt U het maar, is manipuleren nu wel of niet effectief? In een van de cursussen die ik, vanuit een diepgewortelde masochistische inslag, een tijdje terug beroepshalve heb mogen genieten werd deze vraag ontkennend beantwoord, en als zodanig ook gedoceerd.

De cursus beoogde een effectievere omgang met de medemens. Er werd uitgegaan van een model bestaande uit 12 kenmerken, die ieder persoon in meer of mindere mate in zich heeft. Deze kenmerken kennen een effectieve en een ineffectieve variant.

Een voorbeeld is diplomatiek zijn. Ieder mens bezit deze eigenschap, en scoort daar laag of hoog op. Wanneer men hier zeer hoog op scoort, dreigt het gevaar dat men de medemens gaat manipuleren.

Handig toch, nietwaar? Wanneer men slim manipuleert bereikt men eerder de gestelde doelen en is men dus effectiever. Maar nee, zo leert de cursus, manipuleren is ineffectief gedrag en dient vermeden te worden. Men scoort in dat geval namelijk dusdanig hoog op het kenmerk diplomatiek dat men een zekere grens overschrijdt, en juist weer ineffectief wordt.

Let wel, wij spreken hier niet van moreel juist. Dat is een heel ander verhaal.

Wanneer U manipuleert bent U in mijn ogen slechts dan ineffectief wanneer de medemens U doorheeft. Zo niet, dan kraait er toch geen haan naar?

Zo bedenk ik me nu dat de wereld misschien wel vol zit met een heleboel hele slimme manipulators, die allemaal zo goed zijn, dat niemand het weet. Het is onmogelijk vast te stellen hoeveel er zijn, tenzij ze allemaal een eerlijk antwoord zouden geven op de vraag of ze manipuleren, hetgeen ze natuurlijk niet doen. Antwoord geven althans.

Misschien is er anderzijds maar een enkele manipulator op deze wereld. Zou de wereld er in dat geval anders uitzien?

Ik weet het niet.


maandag 26 augustus 2002

Samenhang

Een ruime maand geleden deed ik Barcelona aan, en bezocht daar als zovelen La Sagrada Familia. Terwijl ik de nieuwerwetse kant bekeek van Gaudi’s meesterwerk - de kant met sculpturen van Subirachs, die Gaudi zelf overigens nooit gezien heeft - viel mijn oog op een klein, maar niet onbelangrijk detail, het Magische Vierkant, waar ik prompt een plaatje van knipte.

Automatisch begon ik de cijfers op te tellen, en jawel hoor, hoe men ook kijkt, verticaal, horizontaal of diagonaal, iedere lijn geeft opgeteld 33. Grappig, dacht ik, en ik liep verder.

Gisteren bekeek ik nogmaals de foto, en het viel me op dat de middelste 4 cijfers eveneens 33 als uitkomst geven. Net als de 4 hoekpunten. Of de 4 cijfers in het kleine vierkant linksboven, of rechtsboven. Het verbaasde me al bijna niet meer dat dit ook links- en rechtsonder het geval was.

Even duizelde het me. En ik kon niet stoppen nog meer combinaties te zien die tot 33 leidden.

Ik las nog eens in het gidsje ‘ruta del modernisme’, en vond dat juist dit magische getal geen toeval was. Immers, het was de leeftijd van Christus bij zijn kruisiging.

Maar er is meer, zo vertelde het boekje: Delving deeper into the reading of the magic square, the repetition of the numbers 14 and 10, interpreted according to the Latin alphabet, gives the word INRI, a coincidence Subirachs comments on anecdotally: “maybe it’s to remind me that I didn’t put the word INRI on the cross’ crown.”

Het is een mooi voorbeeld van een onverwachte samenhang, die mij heel even klein doet voelen.

Toch wordt dit soort samenhang nogal eens ten onrechte gebruikt. Hoe makkelijk is het niet om vantevoren een ingewikkeld plot te bedenken, om daar vervolgens de lezer mee te betoveren, enkel en alleen door dosering van de juiste gegevens.

De lezer is hulpeloos, en wordt keer op keer verrast door nieuwe, onverwachte feiten. Die hem net te weinig tijd geven om te bedenken dat het allemaal niet zo prachtig is wat er wordt geschreven. Die hem net het gevoel geven dat hij misschien wel dom is. Dat hij dit in eerste instantie niet begrijpt. Dat hij het allemaal niet aan had zien komen.

Ik wil eigenlijk verder geen namen noemen, maar een schrijver als Umberto Eco is op zijn minst verdacht. U mag weten dat ik hem persoonlijk niet erg pruim.

Zo ook in het dagelijks leven. Wanneer U verrast wordt door iets onverwachts wees dan op Uw hoede. Men mocht U eens oneerlijk willen betoveren.

Tenzij U er natuurlijk voor kiest om betoverd te worden. Maar laat dit dan zijn door een magisch vierkant, een lach of mooie ogen.


woensdag 21 augustus 2002

Puntje op de i

Ik besef mij plotsklaps terdege dat het niet gepast is in raadselen te spreken. Verhaaltjes vertellen is één, maar onzin verkopen moet toch iets anders zijn. En hoewel het nooit mijn bedoeling is geweest onzin te verkopen, moet zelfs de schijn van onzin hardhandig weggeveegd worden. Geluk bij een ongeluk is uiteindelijk wel dat er hier nooit daadwerkelijk onzin verkocht werd, hooguit weggegeven.

Wat is het geval? Als ik zo af en toe eens achterom kijk en wat stukjes lees, bekruipt mij het gevoel dat er nog iets uit te leggen blijft. Terecht of onterecht, onderschat ik de lezer nu wel of niet, het gevoel blijft.

Zo is er de opmerking dat een mens zich dom kan lezen.

Neen, dit was niet als grap bedoeld. Niet over de huis-tuin-en-keuken mens werd hier gesproken, doch over de erudiete hoogvlieger, of parvenu, zo U wilt. Nog immer ben ik van mening dat degene die zich bovenmatig concentreert op datgene wat een ander heeft te zeggen, zichzelf kan vergeten. Hier moeten wij voor waken.

Een vraag die hier aan gelieerd is, en waarop ik U het antwoord niet zal verklappen is de volgende: “Bestaan er gevaarlijke boeken?” Ik geef U deze mee ter overdenking. U moet er zelf maar wat mee doen. Ik kan het allemaal wel voorkauwen, maar daar schiet U natuurlijk ook geen fluit mee op.



Ach ja

Vandaag of morgen lijkt het dan toch gedaan te zijn. Deze pagina zal nooit meer langzaam laden, en U kunt commentaar geven zoveel U wilt. Scriptkid Rob belooft het, maar wij moeten het nog zien. Verder nog even wat vervelende ddos-aanvallen afwimpelen, en de zon zal weer schijnen. Het blijft allemaal spannend klinken, maar ons geduld wordt danig op de proef gesteld.


vrijdag 16 augustus 2002

Boekenwijsheid

De man had maar één obsessie, maar niet de minste: hij wilde wijs worden. Daartoe las hij zich bijkans te pletter. Hij strooide kwistig met quotes. De zinnen breide hij aan elkaar met een slechte kwaliteit wol, die met het vele blaten vrijkwam.

Ik wilde hem niet kwetsen, maar voelde me verplicht hem te waarschuwen.
“Dag mijnheer, U weet erg veel. Hoe komt U toch aan al die kennis?”
“Gelezen, mijn waarde. Ik lees bijzonder veel. Mijn huis staat vol boeken. Een huis zonder boeken is als een lichaam zonder ziel.”
“Juist. Heeft U ooit beseft dat U zich ook dom kunt lezen?”
Een dubbele knippering van de ogen verraadde de onzekerheid van deze man. Hier had hij blijkbaar nog niet over gelezen. Anderzijds besefte ik ook dat ik misschien iets te direkt was geweest.
“Mijnheer?”
De man antwoordde niet meer, maar bewoog zich langzaam heen, onderwijl iets voor zich uit mompelend als: “Dat zoeken we op”.


woensdag 14 augustus 2002

Louw

“Wat is er aan de hand?”
“Altijd weer hetzelfde liedje, man. Wil ik eens een keer iets maken, heb ik de spullen niet.”
“De spullen?”
“Ja, ik heb toch de spullen nodig om iets te maken? Maar die heb ik niet. Ik heb verdomme alleen maar de anti-spullen.”
“De anti-spullen?”
“Ja, maar met de anti-spullen kan ik niets maken. Ik moet juist de spullen hebben.”
“Kun je dan niet naar de winkel? Om de spullen te halen?”
“Ik kan wel naar de winkel, maar ik heb alleen maar het anti-geld. Het is echt hopeloos.”


dinsdag 13 augustus 2002

Zwakke plek

Een enkele maal word ik, zelfs ik, getroffen door een moment van zwakte. Paradoxaal genoeg getuigt het van kracht om dergelijke momenten van zwakte te onderkennen en uit te spreken.

Ik zal verder niet kinderachtig zijn, en U zonder omwegen vertellen wat mijn zwakke plek is. Degenen die kwaad willen hoeven dan in ieder geval niet eerst te gaan zoeken naar een bres in mijn verdediging, maar kunnen direct doelgericht aanvallen. Zie het als een service mijnerzijds.

Welnu, ik ben gevoelig voor schoonheid.

Een mens dient op te passen met woorden als ‘waarheid’ of ’schoonheid’, ik weet het. Ze hebben een zekere ongrijpbaarheid en eeuwigheidswaarde, maar dat is natuurlijk tegelijkertijd hun kracht.

Veel mensen denken schoonheid te vinden in een lichaam. Zij hebben het niet begrepen. Waar is dan immers de eeuwigheidswaarde? Om van de ongrijpbaarheid maar te zwijgen. Nee, in een lichaam vinden wij van alles maar schoonheid is dat niet.

Anderen verwarren schoonheid met reinheid. Ook zij slaan de plank volledig mis.

Wat is echter wel die spreekwoordelijke plank? Hoe vertaalt zich schoonheid in het dagelijks leven?

De grap is dat schoonheid zich niet laat vertalen. Het hangt als een waas om een persoon, een object of een idee. Er bestaan wiskundige vergelijkingen van een onvoorstelbare schoonheid, er zijn woorden en zinnen die naar adem doen happen, en er is een meisje dat mij vertedert.

Het aanvalsplan is eenvoudig. Verpletter mij met schoonheid, en ik ben hulpeloos.

Het merkwaardige is dat mijn idee van schoonheid vaak de Uwe niet is, en andersom, hetgeen mijn zwakke plek gelukkig dan toch weer de nodige bescherming biedt.


zondag 11 augustus 2002

Hobbels op de weg

Welgemoed fietste ik onlangs door Neerlands Groene Hart. Ik mag zo af en toe graag mijn zinnen eens verzetten in de vrije natuur. Op een gegeven moment bereikte ik het dorpje H. en reed daar over een verkeersdrempel. Nu was er weinig vreemds aan die drempel, hij was misschien wat laag. Geen hobbel zogezegd. Er hing echter een opvallend geel bord langs deze verkeersdrempel, waarop stond: “Let op: drempel defect”.

Ik stond versteld van de inventiviteit van de maker van dit bord. Direct had ik door dat het remmende effect van de drempel was overgenomen door het bord. Een zeer elegante oplossing, veel goedkoper dan de drempel daadwerkelijk te verhogen. Gesterkt in mijn vertrouwen in de mens vervolgde ik met opwaarts gekrulde mondhoeken mijn tocht.


vrijdag 9 augustus 2002

De schaduw van een genie

Men vergist zich nog al eens in het (h)erkennen van genialiteit. Laat ik U, trouwe lezer, maar direct uit de droom helpen. Ik ben niet geniaal.

U schrikt ervan.

“Maar die subtiele kwinkslagen in Uw teksten dan?”, zult U zeggen. “Dat doordachte proza, waarin na iedere volgende lezing een nieuwe laag zichtbaar wordt, dat duidt toch op een zekere genialiteit?” Ik begrijp in deze Uw vertwijfeling, en Uw ongerustheid. Werp ik hier nota bene mijn eigen standbeeld omver, dat daar toch op zeer eenzame hoogte stond.
“Maar als U niet geniaal bent, wie is dat dan wel?”, vraagt U nu.
Tja, dat is dan meteen een vraag waar bijna onmogelijk een antwoord op is te geven. Laat ik het U proberen uit te leggen.

Genialiteit kenmerkt zich door twee eigenschappen: originaliteit en bescheidenheid. Andere zaken zoals een scherp denkvermogen, een goed geheugen en een flinke algemene ontwikkeling lijken me evident, dus die laat ik even buiten beschouwing.

Een genie taalt niet naar erkenning. Een genie interesseert het niet of hij wordt gehoord, en dat terwijl hij de mooiste dingen vertelt. Doordat een genie zonder publiek kan (en vaak ook wil) leven, wordt hij vrijwel nooit opgemerkt. Wij spreken hier van een genie van de eerste categorie. De enige echte.

Daarnaast kennen wij genieën van de tweede categorie. Een genie van de tweede categorie is een vervelend mens. Hij is niet dom, maar wil niets liever dan dat feit bevestigd te zien. Zijn zucht naar roem en aandacht ondermijnt zijn intellect.

Beide categorieën genie zijn uiteraard ver verheven boven de gewone mens, die zich moet behelpen met een beperkter set intellectueel gereedschap. Ergens tussen de twee categorieën, maar boven de grauwe massa, zweeft echter nog een vierde type persoon. Wij noemen hem de geniale klootzak, excusez le mot.

Het kost de geniale klootzak weinig moeite de rest van de wereld zand in de ogen te strooien, en het beeld te scheppen dat hij beschikt over een formidabel brein. Het belangrijkste kenmerk van de geniale klootzak is echter dat hij het onderscheid tussen de bovengeschetste categorieën ten volle beseft. Daarnaast kent hij zijn eigen beperkingen.

Ik zeg U nogmaals, een genie ben ik niet. Daarvoor heb ik de vereiste bescheidenheid met voeten getreden. Vroeger was ik overigens wel geniaal. Maar toen kende U mij nog niet.


woensdag 7 augustus 2002

Relativi-tijd

Laten wij dan toch een seconde stilstaan bij het begrip tijd. De tijd vliegt, zo U weet, soms laag soms hoog, een enkele keer is het zelfs de hoogste tijd. Maar wat leren wij van dit gefladder?

Perceptie van de tijd is onder meer afhankelijk van het moment of van de situatie. Een twaalftal minuten in de armen van Uw geliefde of eenzelfde tijdsspanne met Uw hand op een gloeiende kookplaat, het maakt nogal een verschil in tijdservaring, ervan uitgaande dat Uw geliefde zich niet als gloeiende kookplaat manifesteert.

Toch vraag ik mij plotseling af of een snelle denker, in tegenstelling tot iemand met een geringere hersencapaciteit, ook meer tijd tot zijn beschikking heeft, ongeacht de situatie. Het lijkt logisch. Een krachtiger processor maakt meer berekeningen in minder tijd, en kent daarom ook meer ‘idle time’.

Een snelle denker heeft daarom extra tijd om te beseffen dat hij bijvoorbeeld een mooi moment meemaakt. Helaas ervaart hij ook de minder prettige momenten als langer. Hetgeen maar weer eens aantoont dat ik het ook niet zo gemakkelijk heb.