Wanneer je zonder een spoor van herkenning in de spiegel kijkt, en vermoedt dat je jezelf niet bent, is het raadzaam om even later nogmaals te kijken. Het herkennen krijgt een tweede kans. Gewennen een eerste.

Ach, U kent het wel. Een mens kan natuurlijk niet altijd even alert zijn, en voor je er erg in hebt ben je veranderd. Opeens modder je niet meer zomaar wat aan, maar vat je de koe bij de horens. Een kort moment vraag je je nog af óf je eigenlijk wel een cowboy bent. Twee seconden later schuif je die kwestie als irrelevant terzijde.

Domweg omdat je het antwoord niet weet.

Aanmodderen blijf je dus toch. Maar je troost jezelf met de gedachte dat vrijwel niemand leeft naar hoe hij werkelijk is.

10 reacties

“Dank U!”
“Maar voor wat?”
“Causa latet vis est notissima.”
“Pardon?”
“Ovidius.”
“..”
“Het doet er niet toe, ik dank U slechts. Niet meer.”

21 reacties

Zij die daadwerkelijk geïnteresseerd zijn in mijn welbevinden, en slechts dit log als aanknopingspunt hebben, hebben het zwaar. Ik ben mij er van bewust dat ik niet de meest expliciete vertolker ben van mijn eigen gevoel. De tristesse die de gevoelige lezer zo nu en dan vanuit z’n monitor meent te zien sijpelen is niet altijd ingebeeld. Noch iets om U grote zorgen over te maken, haast ik mij daarbij te zeggen.

Een medium als het onderhavige leent zich in mijn ogen maar matig voor onverbloemdheid, ofschoon ik daar ook zelf weleens op wil uitzonderen. Daarnaast ben ik geen klager. En mág ik niet klagen, denk ik soms. Met als gevolg dat ik stukjes schrijf die de kern vrijwel altijd raken, maar niet tonen. Pure nep, zegt de een. Terwijl een ander de wenkbrauwen fronst.

De laatste tijd lijkt mijn hoofd door een groeiende vermoeidheid bevangen. Laat ik daar nu maar eens niet omheen draaien. Ik ben zelfs te moe om te bedenken waar die vermoeidheid vandaan komt. Het voorjaar dat op zich wachten laat, of de hoeveelheid hooi die mijn vork torst. Of toch iets anders. Al slaat U me dood.

Vandaag echter geniet ik van de eerste zonnestralen. En al wandelend door de stad plooit mijn gezicht zich als vanzelf tot dubbele punt streepje haakje sluiten.

En iedereen lacht terug.

17 reacties

Tot voor kort stond ik er nooit bij stil dat de spaties tussen de woorden die ik aan dit log toevertrouw onuitgesproken blijven. Mocht U, zoals zovelen, mijn teksten dagelijks hardop declameren, dan kan het haast niet anders dan dat U de witte plekken negeert.

Wanneer U spreekt zult U de hap kooldioxide die U tegelijkertijd uitblaast over het algemeen niet in al te kleine stukjes hakken. Een zin kent geen stilte.

Of eigenlijk: eenzinkentgeenstilte.

Het meest overtuigende argument voor deze stelling is het bestaan van de zogenaamde mondegreen. Gelijkluidende zinnen hoeven niet daadwerkelijk gelijk te zijn. De verwarring ontstaat natuurlijk doordat men de spaties niet uitspreekt.

Mijn onderzoekende geest gaf mijn mond de opdracht om al mijn teksten eens te verwoorden. U begrijpt, ik ben het hele weekend zoet geweest. En wat blijkt? Ik ben helemaal niet mis te verstaan!

Ofschoon ik zo af en toe sterk het gevoel heb dat daar de meningen over verschillen.

20 reacties

De lafbek onderscheidt zich van de domoor doordat hij zijn grenzen er- in plaats van verkent.

Aldus de famous last words van de wijsneus.

7 reacties

Voorjaar. De natuur ontluikt. De lucht vult zich met beloftes.

“Bent U daar dan gevoelig voor?”
“Jazeker, Mijnheer!”

Jaarlijks stroomt de lente mij door de aderen, zoals ze dat binnen nu en niet al te lange tijd weer zal doen. Zo ook een jaar of vier geleden. De drang om naar buiten te gaan was dwingend. Anders dan anders vatte ik het plan op om de wijde wereld niet te voet of per fiets in te trekken, maar op skates.

Nu moet U weten dat ik tevoren eigenlijk nooit op wieltjes had gestaan. Het leek een leuke gedachte om het opdoen van een dergelijke ervaring te combineren met een lang weekend weg. Terschelling werd de plek waar ik mezelf skaten leren zou. Op mijn gloednieuwe rolschaatsen kreeg ik de slag relatief snel te pakken. Niet verwonderlijk natuurlijk, met mijn soepel lichaam en sportieve inborst. Blijgemoed zoefde ik over het asfalt.

Tot het moment dat de weg neerwaarts ging hellen, en ik de snelheid door de afdaling voelde toenemen. Remmen had ik niet onder de knie. De mensen, die op het aan dezelfde weg gelegen terras zaten, volgden mijn verrichtingen geboeid. Nog altijd versnelde ik. Tegen wil en dank. En daarnaast voelde ik de onvermijdelijke onbalans al in mijn benen. Ik had de keuze tussen asfalt en greppel. Ik koos het laatste.

Er leek geen einde te komen aan mijn val. En al die tijd priemden een dertigtal ogen vanaf het terras in mijn richting. Hetgeen ik stom genoeg misschien nog wel het ergste vond.

Einstein sprak in 1905 van tijddilatatie. Ik voelde wat hij bedoelde. Een kleine eeuw later.

Uiteindelijk bleven mijn verwondingen beperkt tot schrammen en een licht verstuikte enkel. Alleen mijn trots, die was gevoelig gekrenkt. En hoewel ik met een verhaaltje als deze natuurlijk zelf even achterom kijk wil ik dus maar zeggen dat vooruit kijken soms erg noodzakelijk is. Al is het alleen maar om bijtijds op kousenvoeten en met skates in de hand de afdaling te aanvaarden.

10 reacties

Er gaan weleens dagen voorbij dat ik niet aan de toekomst denk. Vroeger kon ik daar behoorlijk zenuwachtig van worden. Dan dacht ik dat ik de enige was die zomaar wat deed. Tegenwoordig is dat anders. Nu zeg ik gewoon dat ik van het moment geniet. Dat helpt.

6 reacties

“Dus U bent de eenling die boven de elite staat?”
“Inderdaad, Mijnheer.”
“Bijna zag ik U over het hoofd.”
“Hetgeen ik U niet kwalijk neem. Ik loop met niets te koop.”
“Vanwaar deze positie gekozen?”
“Onvrede, Mijnheer. Ik haat de mens die zich meer acht dan een ander.”
“U kijkt neer op de elite juist omdat zij neerkijkt?”
“Nu ja, neerkijken. Ik sta erboven, zoals gezegd.”
“U trekt niet ten strijde?”
“Neen, onvrede is iets anders dan oorlog, Mijnheer.”
“En de innerlijke strijd?”
“Die woedt onverminderd.”

6 reacties

Krijgt U ook meer dan U verdient?

29 reacties

Het kan verkeren. Zo is er niks aan de hand, en zo sta je op een late maandagavond plotseling met haar in het ziekenhuis bij de Spoedeisende Hulp. Toen ik een arts haar knie zag onderzoeken, waar ze een uur tevoren finaal doorheen was gegaan, was niet zij het maar ik die bijna van z’n stokje ging.

Als sneeuw voor de zon was het kleurtje dat ik zondag had opgedaan verdwenen. Lijkwit stond ik daar, en had er toevallig geen rolstoel naast me gestaan waar ik me in kon laten vallen, dan was ik zonder meer plat gegaan. Tot hilariteit van de omstanders, inclusief pijnhebbende.

Ik weet het nu zeker. Liever zelf pijn dan een ander pijn zien hebben.

Het leven van een teerhartig mens. Geen makkie, kan ik U zeggen. Kost me verdorie weer weken om dat oude vertrouwde schild van stoerheid rond mij op te trekken.

17 reacties

Op zoek naar de juiste toon. Een fijne, vriendelijke, warme, veilige, afstandelijk beleefde maar toch ook intieme toon. Een paradoxale toon. Mijn toon maar ook de Uwe.

Het kan zomaar gebeuren dat ik mij bekeken voel. Nu ja, zomaar is momenteel eigenlijk misplaatst, maar dat doet nu even weinig ter zake. Het komt dus voor dat ik tijdens het schrijven op dit log besef dat ieder woord ook daadwerkelijk gelezen gaat worden. En gewogen. Een dergelijk gevoel smoort ieder stukje natuurlijk in de kiem. Het wil in zo’n geval nog weleens helpen om iets lichtvoetigs, iets wat weinig om het lijf heeft te plaatsen.

Welnu, gisteren had U mij in de sauna kunnen vinden. Tja, U heeft mij natuurlijk niet gevonden, want U bent niet op zoek geweest, maar ik was er wel degelijk. En ik moet zeggen, ik heb mij vermaakt. Een dag lang. Het was een grote sauna, moet U weten.

Wat mij opviel, en daar hoeft U verder niet zo veel waarde aan te hechten, want ik verkeer niet zo frequent in sauna’s, maar goed, wat mij dus opviel, is dat er niet gelachen werd. Nu had ik ook zelf m’n lolbroek niet aan, sterker nog, ik had helemáál geen broek aan, maar de sfeer in dit badhuis was een merkwaardige.

Hoe je het ook wendt of keert, bekeken werd er. Daar doe je niks aan. Ik vermoed dat ik zelf ook een enkele keer mijn oog heb laten vallen. Per ongeluk, dat spreekt. Ofschoon anderen het zichtbaar expres deden. Man of vrouw gelijk.

Daarnaast was het stil. Erg stil. Als er al gesproken werd was het gedempt. Iedere ruimte was voorzien van bordjes met daarop de tekst: stilte bevordert de ontspanning. Nu kan men mij veel vertellen, maar loerende, geluidloze blikken zijn weinig rustgevend. Geen lach die het ijs deed breken.

Edoch, binnen een kamer met een temperatuur van vijfentachtig graden werd het ijs uiteindelijk toch gebroken. En daar hoefde ik weinig voor te doen. De transpiratie stroomde even hard als de spanning uit m’n lijf. Zo loom als tien anderen liet ik me vervolgens, in een iets minder heet hok, een uitgebreide massage welgevallen. Aangenaam.

Het was een fijne dag. Ik kan er weer tegen. Even dan. In ieder geval genoeg om niet alhier te gaan zitten mieren over de juiste toon.

8 reacties