Per minuut verlies ik (net als U) 30.000 tot 40.000 dode huidcellen. Gelukkig worden er door mijn epidermis even hard weer nieuwe aangemaakt, maar het blijft natuurlijk een ontzagwekkend groot getal.

huid
 

Okee, nu even iets anders. In 1967 bepaalde de sociaal psycholoog Stanley Milgram op experimentele wijze dat er ongeveer 6 stappen nodig zijn om via via van de ene persoon bij de andere te komen. Met andere woorden, ik ken iemand persoonlijk die iemand kent die iemand kent die iemand kent die U persoonlijk kent.

Op indirecte wijze heb ik U dus welzeker eens de hand geschud, en het moet eigenlijk wel heel gek gelopen zijn als er zich niet één of twee deeltjes, van die berg huidcellen die ik afstoot, op Uw knuisten bevinden. Zo gemakkelijk komt U dus niet van mij af, wil ik maar zeggen.

11 reacties

“Je kunt stellen dat ieder mens vier elementen in zich heeft,” zegt hij, z’n glas wijn heffend, “namelijk aarde, water, lucht en vuur.”

“Komt me bekend voor”, zeg ik, terwijl hij een slok neemt.

“Dat zou goed kunnen. Empedokles was me met deze gedachte nèt voor. Hoe dan ook, aarde staat voor nuchterheid, water voor emotie, lucht voor verstand en vuur voor woede of passie. Zo zal bijvoorbeeld bij het nemen van beslissingen, afhankelijk van de persoon, een van deze elementen prevaleren. De ene figuur zal ellenlang puur op ratio wikken en wegen, de ander op gevoel, weer een ander beziet eenvoudigweg de directe consequenties, terwijl het ook zo kan zijn dat een smeulend vuur de keuze voor een ja of nee onvermijdelijk maakt. Zoals gezegd, eenieder heeft alle elementen in zich, maar slechts met één loop je te koop, terwijl de rest wordt weggestopt. Eentje zelfs heel diep.”

“Tja, weet je wat het is? Bij persoonlijkheidstheorieën als deze heb ik altijd het gevoel dat er iets ontbreekt. Of dat er sprake is van willekeur. Ik bedoel, waarom zou dit nou waar zijn? Waarom zijn er geen drie elementen? Of zestien?”

“Kijk, en dat is nou typisch een reactie van iemand met lucht als belangrijkste element”, repliceert hij fijntjes. Even ben ik verbluft, dan lach ik om het feit dat ik weliswaar gelijk heb, maar hij meer. Natuurlijk gaat het in eerste instantie niet om het waarheidsgehalte van zo’n theorie, maar om wat je ermee doet. Het is maar gereedschap, geen kunstwerk op zich. Het gesprek zet zich voort, waarbij we elkaar met het door hem aangereikte botte mes verder ontleden.

Nog steeds denk ik met een glimlach aan deze avond terug. Het was veel te lang geleden dat ik hem sprak. En het ijlt nog wat na. Zo heb ik inmiddels ook U gecategoriseerd. Vurig, luchtig of waterig. Een enkeling zelfs aardig.

3 reacties

De eerste verdieping van het pand dat ik bewoon herbergt de woonkamer en dat wat met gepaste trots de ‘bibliotheek’ genoemd wordt. Na een nogal ingrijpende verbouwing – lange tijd heb ik overal gewoond, behalve in de woonkamer – zijn de stofwolken inmiddels neergedaald en opgezogen. De laatste klus voltooide ik onlangs: het vullen van de gloednieuwe boekenkast. Weinig zaken zijn zo fijn als dat!

Nadat ik uit alle hoeken van het huis boeken verzameld had, begon ik met ordenen. Vaak bleef ik ergens steken, overvallen door zoete herinneringen. Zo vond ik tussen de jeugdboeken een werkelijk stukgelezen exemplaar van Tobbejas, een vrij obscuur meesterwerk van Riwka Bruining. Als er één boek is dat tijdens mijn jonge jaren een verpletterende indruk heeft gemaakt, dan dit. Meer nog dan Pluk.

Zoals de achterkant van het boek het samenvat: “Geweldig veel mensen vinden Tobbejas een verschrikkelijk stout jongetje. Misschien is hij dat ook wel, maar àls dat zo is, dan weet hij daar zelf niets van. Immers: van stoutheid heeft Tobbejas geen weet. Dat bepalen de grote mensen. Zorgeloos rent hij door het leven. Hij houdt van alles en iedereen. Van poezen, honden, muizen, van zijn oma en van de kluizenaar.”

Wat mij vooral is bijgebleven is het rapport van Tobbejas. Ergens in het begin van het boek wordt Tobbejas van school gestuurd, omdat hij onwaarschijnlijk slechte cijfers haalt:

“Dag meester Dekema”, zei de vader van Tobias.
“Dag vader van Tobias”, zei meester Dekema. “Hier is het rapport van Tobias.”

Rekenen 0
Tekenen 0
Geschiedenis 0
Aardrijkskunde 0
Lezen 0
Vlijt 0
Gedrag 1+

“Gedrag had ook een nul kunnen zijn,” zei meester Dekema, “maar één keer was het niet zijn schuld, dat er sneeuwballen op de kachel sisten, en die plus is te danken aan mijn vriendelijke hart.”

Vervolgens beleeft Tobbejas allerlei fantastische avonturen, waarbij hij er blijk van geeft helemaal niet zo dom te zijn als dat er werd verondersteld. Misschien raakte het boek mij vooral wel, omdat ik eigenlijk Tobbejas had willen zijn.

Het is wat mij betreft echter compleet anders gelopen. Mijn rapporten stonden, in tegenstelling tot die van Tobbejas, vol met onwaarschijnlijk hoge cijfers. Maar de avonturen die ik heb beleefd waren lang niet zo fantastisch als die van hem, en blijk geven van mijn slimheid doe ik slechts zeer sporadisch. Getallen zeggen dus niets, maar een boek als ‘Tobbejas’ alles. Mocht U er ooit per ongeluk tegenaan lopen, leest U het dan. Spijten zal het U niet.

1 reactie

Anders is niet altijd beter, maar beter wel anders. Dit uitgangspunt geeft het experiment bestaansrecht. Wat volgt is een verhaal in drie zinnen, gelardeerd met zinloos commentaar. Men leze het eerste, en vergete het laatste.

Op zijn dooie akkertje pleegt hij roofbouw.

Kijk eens aan, dat staat! Was ik schrijver geweest dan zou ik met deze woorden een boek zijn begonnen. Of nee, dan juist niet. Hoe dan ook, een zin kan mij bekoren en deze doet dat. Omdat alles al eens is gezegd, is het de kunst om hetzelfde anders te zeggen. En dat is precies wat hier gebeurt.

Hij haalt zijn hart op, en zij haar schouders.

Enigszins rauw op het dak, maar niettemin een noodzakelijk vervolg. Soms staat een mens alleen in zijn passie, en wordt hij niet begrepen. Dat valt niemand kwalijk te nemen. Oogkleppen kun je immers alleen bij een ander zien, nooit bij jezelf.

Van de pijn die hem dat doet wordt hij wakker.

Hoop! Een hele hoop. Ondanks zijn preoccupatie ziet hij wat hij niet wil zien, en vervolgens wat hij anders niet had kunnen zien. Het experiment wordt gestaakt, en het leven vervolgd.

2 reacties

Een goeie rochel komt van diep. Het slijm dat ten behoeve van een fluim opgehoest wordt is bij voorkeur van het taaie soort. Wanneer een dergelijke klodder zich in de mond bevindt kan men er twee dingen mee doen. Uitspugen of doorslikken. De laatste optie is minder weerzinwekkend dan ze klinkt.

Vreemd genoeg is het vele malen lastiger om de rochel weer naar binnen te werken wanneer men hem eerst in een overigens schoon glas heeft gedropt (probeert U het maar). Waarom is dat zo? Welnu, iets dat het lichaam verlaten heeft wordt over het algemeen op z’n minst als verdacht beschouwd. Het hoort er niet meer bij.

Mocht U bovenstaande met enige argwaan tot U genomen hebben, weet dan dat het hier om een serieuze tak van wetenschap gaat. Het werk van de heer Paul Rozin, in de wandelgangen ook wel dr. Disgust genoemd, mag hierbij niet onvermeld blijven. Mits U tijd te veel heeft kunt U zelf eens meten of U bovengemiddeld snel walgt.

Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat walging ten minste voor een deel evolutionair bepaald is. Darwin zelf schreef hier ooit al over. Toch vermoed ik dat voornamelijk culturele invloeden aan het verschijnsel ten grondslag liggen. Persoonlijk kijk ik, met de jaren, van steeds minder op, en ik scoor nu dan ook bijzonder laag op het testje van Rozin.

Niettemin zijn er zonder twijfel universeel walgelijke zaken. Verschijnselen die iedereen om onverklaarbare redenen tot afgrijzen dwingen. Wat dacht U, om er maar eens een cliché voorbeeld bij te slepen, van het geluid van een nagel over een schoolbord? Zelf krijg ik alleen al bij de gedachte koude rillingen. Maar ik weet niet waarom.

9 reacties

Mike’s will to live remains an inspiration. It is a great comfort to know you can live a normal life, even after you have lost your mind. Thanks, Mike!

4 reacties

Citerend uit andermens’ werk: “Een kleurenprinter die slechts zwart produceert is pas kapot wanneer je weet dat het een kleurenprinter is.” Erop vertrouwend dat U deze met wijsheid bezwangerde uitspraak zelf op waarde weet te schatten, gebruik ik haar als bruggetje.

Onlangs raakte ik volledig in de war toen ik mijn gedachten liet gaan over het concept kleur. Het simpele, en bij nader inzien behoorlijk uitgekauwde idee is als volgt. De golflengte van het licht dat mijn ogen bereikt bepaalt de kleur die ik ervaar. Logisch. Maar, waar ‘zit’ kleur nou eigenlijk precies? Is dat alleen in mijn hoofd, of toch gewoon ‘op’ het object dat ik zie? Met andere woorden, is een appel ook groen als ik er niet naar kijk?

Hoe langer ik erover nadacht, hoe meer ik de weg kwijtraakte. Op een gegeven moment was ik ervan overtuigd dat kleuren helemaal niet bestaan. En daaruit trok ik dan weer de meest absurde conclusies, zoals deze: sommige personen zijn helemaal niet zo blond als ze eruitzien. Onzin natuurlijk, ofschoon het citaat waarmee ik dit stukje begon toch anders doet vermoeden.

20 reacties