De jongen, laten we hem Kruiper noemen, kroop uit de hoop. Daar stond hij dan, alleen, zonder verwachting, maar zeker van zichzelf. “Ik moet pissen”, dacht hij. Met een tred die zijn aandrang verried begaf hij zich naar het herentoilet. Schouder aan schouder bemanden vier bonkige kerels de plastrog. Een veelvoud van hen stond in de wacht. Er was geen plek voor Kruiper, en dus droop hij af.
“De mens mag dan een sociaal dier zijn, maar dit slaat alles”, vond hij. Terwijl hij zijn blaas even later tegen de eerste de beste boom ledigde, werd hij door de eerste de beste agent op de schouder getikt. Kruiper draaide zich om. De diender ontweek de straal en vroeg de jongen wat dit in hemelsnaam te betekenen had. “Geen idee,” antwoordde Kruiper naar waarheid, “ik plas omdat ik moet.”
“Maar dat gaat zomaar niet,” repliceerde de agent, “U dient zulks op het toilet te volvoeren.” Kruiper wees naar de kroeg waar hij net vandaan kwam. “Bent U er wel eens geweest? Het is daar smérig, man! En bovendien vol.” De agent was onvermurwbaar. “Zo zijn nou eenmaal de regels”, sprak hij. Kruiper, die wist dat hij voor een verloren zaak vocht, zei daar geen boodschap aan te hebben.
De agent slingerde hem op de bon, en Kruiper dacht verslagen aan de regels. Aan alles wat zijn leven bepaalde. Het mens zijn, of nee, het ónder de mensen zijn maakte hem tot iets dat hij niet was. “Misschien is dat het wel,” dacht hij warrig, “waarom ik graag in de bergen loop. Moederziel alleen.” Kruiper nam de bekeuring in ontvangst, wenste de agent een goedenavond en liep heen.
Hij was zichzelf niet, Kruiper, dat had hij goed gezien. Maar of hij het ooit wel zal zijn, zichzelf, dat vraag ik me af. Is het niet zo dat hij de druk van de regels alleen maar voelt omdat hij ertegen vecht? Wordt hij er anderzijds beter of échter van als hij zich er domweg bij neerlegt? Ach, wat boeit het ook? Ik ben Kruiper immers niet.
Ik denk, moest iedereen ongeremd zichzelf zijn, dat een samen-leving onmogelijk zou zijn. (Ik doe alles ook veel liever in de vrije natuur, maar stel je voor!)
Zelfs Zarathustra kwam van zijn berg af. De behoefte van de mens om zich als individu te identificeren en zich boven alles te verheffen is een laatste vorm van de illusie waarmee het waarheidsdenken afzonderlijke elementen van de werkelijkheid afbakent en onveranderlijk verklaart. Kracht is juist met liefde kiezen voor het bestaan zoals het is. Niet als een eenzijdig willend individu, maar als een samenstel van krachten dat aan andere krachten om ons heen is blootgesteld. Dit echter zonder berusting, want de mens is door kennis en redeneervermogen in staat de werkelijkheid te beïnvloeden.
Zarathustra… pissen tegen bomen raakt de kern ook wel.
Nu had je me toch bijna op het verkeerde been gezet…
‘Me domweg neerleggen bij de regels?’
Dat nooit!
Dan liever de lucht in !
nee nee ;)
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004
juli 2004
juni 2004
mei 2004
april 2004
maart 2004
februari 2004
januari 2004
december 2003
november 2003
oktober 2003
september 2003
augustus 2003
juli 2003
juni 2003
mei 2003
april 2003
maart 2003
februari 2003
januari 2003
december 2002
november 2002
oktober 2002
september 2002
augustus 2002
juli 2002
juni 2002
mike(at)mikz.net