Vandaag wordt mijn internetverbinding afgeslo

13 reacties

Er staat een stoel op het Lange Voorhout. Een bronzen replica van een rieten exemplaar. Ik kijk ernaar en vraag me af wat die stoel in hemelsnaam met het thema Freedom te maken heeft. Den Haag Sculptuur staat dit jaar in het teken van vrijheid, maar voor mij loopt de wandeling langs de beelden uit op een discussie over kunst en betekenis. Gelukkig is er oor.

Met de stoel zelf kan ik niets. Ja, ik zou erop kunnen gaan zitten, maar dat kan ik thuis ook. Wát precies maakt die stoel tot kunst? Er moet wel een verhaal achter zitten. Realisme in de kunst is verdacht. Als ik een stukje schrijf over een man die in een bronzen replica van een rieten stoel zit dan kom ik er niet mee weg om die stoel verder maar een stoel te laten.

Ik schrijf nooit zomaar iets. Ook al is het zo.

Even later lees ik de titel van het kunstwerk: Proposal for Monument to Huey Newton at Alameda Country Courthouse, Oakland, CA. Kijk eens aan. Dat is een verhaal op zich! Niettemin, wie is Huey Newton ook maar weer? Al slaat U me dood. Google leert mij dat hij de stichter en ‘minister of defence’ van de Black Panthers was. En plots zie ik hem zitten op de stoel.

Juist. Freedom, dus.

Een voorbeeld van kunst die niet zonder woorden kan, en daar heb ik het niet zo op. De stoel zit mij dwars. Nu kan men wel stellen dat ik door Sam Durant (de maker van de stoel) op Huey Newton ben gewezen, maar kom op zeg, kunst is toch zeker wel méér dan een raadseltje? De realistische benadering – ‘kunst is net als het leven betekenisloos’ – is voor mij even onbevredigend als de noodzaak van tekst en uitleg.

Ik wil het allebei: het onzegbare én het verhaal. Mijn gedachten gaan terug naar Den Haag Sculptuur 2006, toen ik pril verliefd tussen de beelden van Fernando Botero liep. Ja, dát was mooi!

2 reacties

Daar mag U best wel even stil van zijn.

9 reacties

In het algemeen mats ik U. Keer op keer vertaal ik het particuliere naar het gemeenschappelijke, opdat mijn verhaal ook Uw verhaal wordt. Deed ik dat niet, dan benam ik U heel wat leesplezier. Want zeg nou zelf, U bent toch niet werkelijk geïnteresseerd in mijn persoontje?

Dat verklaart die doorwrochte bochtenwringerij.

Vertalen is een vak apart, maar tevens spel. Vergelijk de eerste regelen van Doffer met die van Moby Dick en U zult een glimlach niet kunnen onderdrukken. Walvis wordt duif. Een onschuldig grapje, uiteraard, maar er ligt een ware kern in besloten. Want kan ik U wel zeggen wat ik voel?

Is mijn olifant voor U ooit meer dan mug?

Momenteel tel ik dagen af. Nu nog negentien. Het is het eerste waar ik aan denk als ik wakker word, het laatste voor ik inslaap. Over precies negentien dagen krijg ik de sleutel van mijn droomhuis. Binnen drie weken woon ik samen.

U leest het, en U kunt er zich misschien iets bij voorstellen. U kunt zich echter onmogelijk voorstellen wat ik erbij voel. Daarvoor had U mijn leven geleefd moeten hebben, en voorzover ik weet heeft U dat niet. Lucky you.

Uw onverschilligheid wijkt wellicht voor enthousiasme wanneer U zich bedenkt dat ik het zolderkamertje vast heb gereserveerd om er de mooiste stukjes ooit te schrijven. Daar kan ik op mijn beurt slechts van dromen, om mezelf te lezen, net zoals U dat doet, en te denken: “Waar haalt ie het toch vandaan?”

11 reacties

Sinds ik mezelf bijna twee jaar geleden het raam uit flikkerde – de televisie liet ik netjes staan – bleef ik van veel onzin verstoken. Alsof ik uit een ei kroop, zo voelde het. De vele honderden uren die mij hierdoor ten deel vielen heb ik wel besteed. Zo las ik nog eens een boekje, of wandelde ik de avond rond. Soms ook zocht ik een vriend op, en had ik een heus gesprek.

Het heeft echter tot afgelopen vrijdag moeten duren voor ik oog in oog stond met de man die U allen kent, of toch zou moeten kennen: Mijnheer Lijstje. Zó onnavolgbaar is hij. Ik schudde hem de hand, en alles was goed. Meteen weer.

Zijn verontschuldigend gemurmel over de rommel in zijn woonst wuifde ik weg. Ik voelde me er thuis, en daarnaast deed het niet ter zake. Hij was er immers, mét mij. “Ooit, Mijnheer Lijstje, bestond het internet uit niet veel meer dan U en ik.” Hij keek glimlachend voor zich uit. “Ja, dat waren nog eens tijden.”

Of hij zich nog weleens op de digitale snelweg begeeft, vraagt U zich af? Wat volgt mag een antwoord heten. Mijnheer Lijstje troonde mij mee naar zijn werkkamer, en wat ik daar zag sloeg mij met stomheid. Op zijn bureau stond by far de grootste monitor die ik ooit heb gezien. Mijnheer Lijstje zette zich achter het enorme gevaarte, stak een sigaartje (met filter) op, opende een van de vele vensters en blikte de wereld in.

Zijn vanzelfsprekende manier van doen boezemde mij ontzag in. Bijna achteloos liet hij mij zien waar hij zoal mee bezig was. Bijna achteloos ook wist hij dit alles weer te relativeren: “Weet je wat nou de pest is, Mike?” Ik keek hem vragend aan.

“Die verdomde back-knop!”

Mijnheer Lijstje toonde mij het euvel. Om een pagina terug te bladeren dient de muiscursor naar de linkerbovenkant van het browservenster bewogen te worden, alwaar zich de back-knop bevindt. Op het scherm van Mijnheer Lijstje komt dat neer op het overbruggen van een kleine meter. Dat kostte hem zowat een halve minuut!

Zijn gezicht bleef – anders dan het mijne – keurig in de plooi. Pas toen ik hem herinnerde aan een discussie van ruim vijf jaar geleden, waarin ik hem de voordelen van lynx uit de doeken deed (geen muis nodig!), proestte hij het uit. Mijnheer Lijstje is nog altijd Mijnheer Lijstje, zo bleek, en dat deed mij ontzettend veel deugd.

Ziet U, er zijn zoveel Belangrijke Zaken waar een mens zich mee bezig kan houden, dat ik de gekte om mij heen niet begrijp. De wereld kent toch zeker méér kleuren dan oranje? Al had ik een televisie, dan nog keek ik geen voetbal.

9 reacties

Geen mens kan zonder zelfbevestiging, omdat juist dat zelf hem tot mens maakt. Een zelfbeeld komt immers niet zomaar uit de lucht vallen. U heeft een context nodig om te kunnen boetseren. Is die er eenmaal, dan moet U nog bepalen hoe U het doet. De wijze van boetseren kent in mijn ogen twee uitersten.

In de ontkenning van de ander ligt de bevestiging van het zelf. Laten we dit de negatieve methode noemen. Vergis U niet, het kan de beste gebeuren: zelfs ik speelde ooit existentialistje. Niet eens zo heel lang geleden las en was ik The Outsider. Veel tragischer voorbeelden dan ondergetekende zijn Timothy Treadwell en, vooruit, Chris McCandless. Hen vindt U alleen nog op het witte doek.

De positieve methode behelst erkenning. Wanneer een ander U waardeert weet U dat U er bent en dat U er mag zijn. Het gevaar dat U hierdoor slechts doet wat (U denkt dat) men van U verwacht is natuurlijk levensgroot. Ook hier kan ik van meepraten.

De hel, dat zijn de anderen, schreef Jean-Paul Sartre eens, daarmee doelend op hun priemende blik. Hoe het ook zij, negatief of positief, U kunt niet zonder hen om te zijn wie U bent. Uw vrijheid, en daarmee Uw identiteit, wordt met name bedreigd wanneer U zich in een van bovengenoemde uitersten begeeft.

Een gezond mens zit er dus ergens tussenin, maar hoe vrij is hij? Als ik naar mezelf kijk, dan zie ik mij afhankelijk van de omstandigheden nu eens hier dan eens daar op deze denkbeeldige lijn. Ik schopte tegen de wereld toen ik ook écht alleen was, en in een ander verloor ik mijzelf.

Wat ik eigenlijk wil zeggen: de situatie bepaalt de methode, niet U. Mens zijn bestaat grotendeels uit goedpraten, laten we daar geen doekjes om winden.

3 reacties