Joseph Roth laat Jenö Lakatos in Biecht van een moordenaar zeggen: “Weet U, beste vriend, nimmer is de natuur vriendelijker dan wanneer zij ons bedenkt met een klein gebrek. Wanneer ik gaaf ter wereld was gekomen, had ik waarschijnlijk niets geleerd.”

Even leg ik het boekje terzijde, en geef mij over aan mijn eigen gedachten. Jenö’s geluk deel ik niet, besef ik met een glimlach. De natuur is mij immers niet bepaald welgezind, zo volmaakt als ik ben. Ik zou zo snel eigenlijk niet één tekortkoming kunnen noemen.

Totdat mij plots te binnen schiet dat ik juist dit boek een eeuwigheid geleden van iemand te leen kreeg. Nadat het jaren ongelezen in mijn kast had gestaan, besloot ik er zeer onlangs in te beginnen. Met een vleug van schaamte, maar vast van plan het werkje terug te geven aan de rechtmatige eigenaar, lees ik verder. In de derde versnelling.

  1. Actiereactie zegt op 6 juni 2005:

    Mocht het er op aan komen, kan ik voor U immer nog den eerste steen werpen.

  2. mIKe zegt op 6 juni 2005:

    U is te goed. Wat ik dus maar wilde zeggen is dat mijn leven niet altijd zo groots en meeslepend is als menigeen wel denkt. Mocht U mij ooit de biecht afnemen (de gedachte alleen al), dan zult U van een moord niet horen.

  3. Actiereactie zegt op 6 juni 2005:

    Tja, daar kan ik dan hetzelfde niet schrijven..

  4. drs. J. zegt op 7 juni 2005:

    Blij dat ik U het destijds niet voor niets ter lezing gegeven heb. Overigens denk ik dat het boek in de tweede of zelfs eerste versnelling prettiger leest.

  5. mIKe zegt op 7 juni 2005:

    @drs. J.: Ik was al bang dat U het niet vergeten was. Het boek komt binnenkort retour, Mijnheer.