Niet helemaal toevallig kwam mij zojuist een aantal verhalen uit een ver verleden onder ogen. Ik las wat ik twintig jaar geleden schreef, en werd geconfronteerd met het jongetje dat ik ooit was, en eigenlijk nog altijd ben. Speciaal voor U heb ik er iets van ingescand.

  
 

Ervan uitgaande dat de letters van deze twee bladzijden te klein zijn om gelezen te kunnen worden grijp ik hier nu de kans om ze van een inleiding te voorzien. Amper vijftien jaar oud kocht ik bij de inmiddels ter ziele gegane kringloopwinkel ‘Het witte huisje’ een groen metalen typemachine. Het was een loodzwaar apparaat.

Vast van plan om ooit wereldberoemd te worden vierde ik mijn lust tot schrijven bot op deze Olivetti. Tot op de dag van vandaag zijn de verhalen echter nooit verder gekomen dan de huiselijke kring waar ik destijds deel van uitmaakte. Niet dat mij dat dwars zit, hoor. Zo vreselijk goed schreef ik nou ook weer niet.

Of deze jeugdzonde er de oorzaak van is dat ik mij heden ten dage nogal eens erger aan personen die zich in alle ernst ‘schrijver’ noemen weet ik niet. Misschien is het eerder de zelfingenomenheid die er vaak bij lijkt te horen waar ik niet tegen kan. De reden dat ik mij hier laat lezen heeft met eigendunk dan ook niets van doen.

Het verhaaltje in kwestie rammelt stilistisch gezien evenveel als die oude typemachine, maar qua thematiek zegt het meer over mij dan ik U open en bloot durf te vertellen. Misschien leest U wel wat ik niet zeggen kan.

De Olivetti had, tussen haakjes, geen backspace-toets. Mijn woorden werden direct aan het papier toevertrouwd. Geen eindeloos geschaaf dus, zoals hier. Slechts één enkele keer heb ik bij het schrijven naar de tipp-ex gegrepen, om een verleden tijd in een tegenwoordige om te zetten. Ach, U zult het wel zien.

Enfin. Dit alles was, zoals eerder gezegd, bedoeld als inleiding, en dus niet als apologie. Beter storte U zich op de tekst zelf. Niet door een gewoon vijftienjarig jongetje geschreven, maar door mij.

  1. Pascal Digital zegt op 21 maart 2006:

    U kunt niet alleen goed schrijven maar ook opvallend goed typen.

  2. Robtheblob zegt op 21 maart 2006:

    U lijkt me niet het jolige type geweest te zijn.

  3. Wil zegt op 21 maart 2006:

    Stukken beter dan Mikzlog.

    Absoluut.

    Wij mochten allen willen short-short stories van zulk een suggestieve plasticiteit te kunnen schrijven.

  4. CasaSpider zegt op 21 maart 2006:

    Ben benieuwd of je er nu hetzelfde eind aan zou breien. De wraak van het meisje geeft een ‘eind goed al goed’ gedachte. Wat als in plaats daarvan de man nogmaals iets verschrikkelijks met haar deed?
    Leuk font gebruikte je trouwens… :-)

  5. henk zegt op 22 maart 2006:

    Het was de ochtend nadat mijn geliefde een Kanon had gekocht in plaats van een flesje pils. Maar daar kan het niet aan gelegen hebben, want het was er maar eentje.
    Op de kruising stopte een paarse auto, vermoedelijk om af te slaan. Ik kon er makkelijk omheen. De witte auto daarachter had er niet mogen zijn (inhalen op de kruising). De bestuurder schrok net zo hard als ik. Ik hoorde iets kraken en toen werd alles zwart. Ja, ’t is een cliché, maar zo gebeurde het.
    Toen ik weer bijkwam stond daar de ambulance en wist ik dat ik het wel zou redden. Drie weken later mocht ik het ziekenhuis weer uit en kon ik beginnen met revalideren.
    Vaak, heel vaak heb ik me in de daaropvolgende jaren voorgesteld, hoe ik de dader met de zijkant van mijn rode, gietijzeren pannendeksel op zijn dikke, lelijke, domme kop zou timmeren, tot er niet meer van over was dan een bloederige brei.
    Gelukkig is het er nooit van gekomen.

  6. n. zegt op 22 maart 2006:

    Was u ook geïnspireerd door de korte verhalen van Roald Dahl of interpreteer ik nu teveel ins blaue hinein? Zelf typte ik op jonge leeftijd ook eens twee verhalen waarin de hoofdpersonen op het eind -ik hoopte vurig dat het voor de lezer een verrassend slotakkoord was- als ‘terechte’ wraak respectievelijk een breinaald en een vleesmes hanteerden.

  7. jnnk zegt op 23 maart 2006:

    […] maar qua thematiek zegt het meer over mij dan ik U open en bloot durf te vertellen. Misschien leest U wel wat ik niet zeggen kan.

    Dit.

    Dit houdt me veel meer bezig dan de inhoud van het verhaal. Het is waarschijnlijk daarom dat ik er aan terug denk. Zomaar ineens op straat bijvoorbeeld.

    Wel roept het verhaal oogdingen bij me op. Een waanzinnig knappe oogoperatie die ik met open mond ooit op televisie zag en Un Chien Andalous, de Bunuel/Dalifilm uit 1928, die begint met het opensnijden van een oog.

    Maar over wat er met dat oog gebeurt, daar gaat het verhaal niet over. Het zal mijn preoccupatie zijn, hoewel het met terugwerkende kracht de haat van het meisje groter maakt.

    Het verhaal gaat over mIKe. Dat vind ik er stiekem toch het spannendst aan.

    (Hoor mij, fervent voorstander van de poststructuralistische school, waarin de auteur niet meer bestaat. Ik schrik er zelf van.)

  8. mIKe zegt op 23 maart 2006:

    @Wil: Dank. Het is kunst.

    @CasaSpider: Het eind zou zeker hetzelfde zijn geweest, maar ‘al goed’ zou ik het toch niet willen noemen. De toekomst van het meisje, destijds voor mij vrouw, is ongewis.

    @n.: Hmm, Roald Dahl, dat zou best kunnen. In mijn vroege tienerjaren las ik hem, alhoewel ik me niet bewust als epigoon heb willen afficheren. Het ‘vurig hopen’ waar U het over heeft deed mij zojuist wel van herkenning glimlachen.

    @jnnk: Uw reaktie raakt mij, in positieve zin. Omdat U ‘dit’ zag, en eigenlijk ook wel omdat het U bezig houdt. Het verhaaltje an sich heeft misschien weinig om het lijf, maar de (ietwat potsierlijke) symboliek is voor mij van grote betekenis.

    Op die school van U heb ik nooit gezeten. Al wat ik schrijf probeer ik weliswaar los van mijzelf ook bestaansrecht te laten hebben: een tekst moet op eigen kracht iets brengen, al is het slechts vermaak. Maar dat neemt niet weg dat ik er vaak een hoogst persoonlijke laag in aanbreng. Voor wie het lezen wil. Die laag is waar het mijzelf om gaat. Zonder ‘dit’ heeft schrijven voor mij geen zin.

  9. Wil zegt op 23 maart 2006:

    > Dank. Het is kunst.

    Gneh! :)

    Het is niet mogelijk iets te creëren met zoiets complex’ als taal, zonder er iets persoonlijks in te leggen en mee bloot te geven.

    Ik weet niet zeker of de apostrof daar goed zit.

  10. jnnk zegt op 24 maart 2006:

    Maar dat neemt niet weg dat ik er vaak een hoogst persoonlijke laag in aanbreng.

    Natúúrlijk! Maar dat doet ook elke schrijver. Elke tekst is hoe dan ook een product van een schrijver. Dat neemt niet weg dat de lezer de schrijver niet is, en dat de vraag ‘Wat bedoelt de schrijver?’ een van de vreemdste vragen op aarde is.

    Ik zit op een stoel. Onherroepelijk denkt u hetzelfde als ik. Maar toch weer niet! Ik zit op een stoel waar u nooit op gezeten heeft, alles in uw hoofd bestaat alleen maar in uw hoofd en mijn stoel zit daar niet in. En zelfs al zat ie erin, dan is uw stoelzitervaring waarschijnlijk een andere dan die van mij!

    Dus de tekst is van de lezer en niet van de schrijver.

    Nu goed, misschien gaat dit al niet helemaal op voor uw verhaal waarin u volgens eigen zeggen ‘potsierlijke symboliek’ heeft verwerkt, maar als ik van een andere wereld zou komen, zou ik die symboliek niet begrijpen. Uw potsierlijke symboliek is voor mij te herkennen, maar zoals met die stoel is het mijn eigen potsierlijke symboliek waarmee ik u uiteindelijk denk te typeren.

    Ik dek me in en behoed me voor dit soort valkuilen door er wat abstracte dingen over te zeggen, en door dit op te schrijven zeg ik natuurlijk iets over mezelf. Daarom zegt dit verhaal natúúrlijk ook iets over u, die hele poststructuralistische school is voornamelijk een theoretisch begrip. We hebben er niks aan.

    En daarom ben ik vooral nieuwsgierig naar die hoogstpersoonlijke laag, maar zeg ik dingen over iets anders.

  11. mIKe zegt op 24 maart 2006:

    Dat heeft U erg mooi gezegd. En op het niveau van het beleven van woorden (Uw stoel die de mijne niet kan zijn) heeft U natuurlijk volkomen gelijk. In het geval van die persoonlijke laag, en eigenlijk maakt U dat onderscheid ook reeds, is er nog iets anders aan de hand. Daar gebruik ik niet eens woorden, maar symbolen. Een gevoel, zo U wilt.

    In dit specifieke geval zou ik U heel precies ‘de persoonlijke laag’ kunnen vertellen, een verhaal waar overigens geen schaar of sigaar in voorkomt, wel de pijn. U zult misschien begrijpen dat ik dat hier (op internet) niet kan of wil doen. En ja, als ik het wel zou doen – desnoods in een ‘veilige’ omgeving – dan is er nog steeds de kans verkeerd begrepen te worden. Ook al ben ik expliciet.

    Op de een of andere manier voelt het wel aangenaam dat U te kennen geeft te luisteren, of eigenlijk te willen luisteren. Het spijt me dan ook dat ik Uw nieuwsgierigheid nu niet bevredigen kan.

  12. Ziekmond Vriend zegt op 25 maart 2006: