Om iets over acht begint Herman Philipse zijn ‘hoorcollege’ in de afgeladen Aula van het Academiegebouw. Zijn thema: Godsgeloof in het tijdperk van wetenschap. Ondergetekende bevindt zich onder de aanwezigen. Op de cd’s die later dit jaar zullen worden uitgegeven kunt U mij horen luisteren. Buiten sneeuwt het, plots. Na afloop blijkt de wereld wit.

Nieuwsgierigheid dreef mij naar dit college, alsook de bescheiden hoop dat Philipse nieuw licht zou werpen op een zaak die mij na aan het hart gaat, namelijk de problemen van het ongeloof. Die hoop vervliegt als mij zijn kernvraag ter ore komt: “Kan een hedendaags goed opgeleid mens redelijkerwijs geloven in het bestaan van God of goden?”

Hierbij definieert Philipse goden als ‘levende wezens die enigszins lijken op menselijke personen maar niet behoren tot enige biologische species.’ Mijn blinde vlek is dat deze enge kijk op geloof nog altijd veel weerklank vindt, en dat de vraag dáárom relevant is. Zelf vind ik het weinig interessant om de Bijbel te toetsen aan de wetenschap. Ik lees hem niet letterlijk.

Na een digressie waarin Philipse aantoont dat religieuze onderzoeksmethoden als gebed of openbaring niet voldoen in de zin van een betrouwbare wijze van waarheidsvinding, komt hij op een in mijn ogen veel boeiender onderwerp, te weten de opties voor een gelovige in ons wetenschappelijk tijdperk. Het zijn er vier, volgens hem.

Met behulp van een zogenaamde beslisboom worden deze opties geïntroduceerd. De eerste vraag die men zich stellen moet is of een religieuze bestaansuitspraak al dan niet een waarheidsclaim is. Indien dat het geval is vrage men zich af of het nodig is een dergelijke claim te onderbouwen. Zo ja, moet dat dan met argumenten die analoog zijn aan die voor wetenschappelijke bestaansuitspraken, of niet? Op een rijtje:

  • gelovige doet geen waarheidsclaim
  • gelovige claimt de waarheid maar onderbouwt dit niet
  • gelovige claimt de waarheid en onderbouwt dit wetenschappelijk
  • gelovige claimt de waarheid en onderbouwt dit anderszins

De laatste optie verwerpt Philipse op grond van zijn eerdere uitweiding over de beperkingen van religieuze onderzoeksmethoden, zodat er uiteindelijk drie mogelijkheden overblijven. Op zijn beurt claimt Philipse de volledigheid van de lijst van opties voor de gelovige. Aan U de vraag of deze differentiatie uitbreiding behoeft.

Terugkomend op mijn vorig stukje biedt de bovenstaande analyse, in al haar stelligheid, natuurlijk wel houvast in een discussie. U kunt het ermee eens zijn of niet, er valt in ieder geval over te praten. En dat maakt haar zeker zinnig, al oogt ze definitief.

Wat ik mij zelf afvraag is of er een verschil bestaat tussen een gelovige zonder waarheidsclaim aan de ene kant, en een ongelovige aan de andere. Valt er überhaupt wel te leven zonder enig geloof? En mocht dit zo zijn, wat zijn dan de opties van die ongelovige als zodanig? Valt hij ook te differentiëren?

U voelt misschien al aan dat ik mij nog eerder onder de eerste optie van het gegeven lijstje schaar dan dat ik mij een atheïst zou willen noemen, ofschoon mijn wereldbeeld wel degelijk wetenschappelijk is. Religie en wetenschap vormen mijns inziens een problematisch huwelijk omdat ze elkaars taal niet spreken, maar dat ontneemt hen geen van beiden het bestaansrecht.

De uitdaging ligt hierin om te formuleren wat nou precies mijn geloof behelst, of wat dan wél mijn definitie van God is. God in de woorden van Philipse is ook voor mij ongeloofwaardig, maar anderzijds is mijn belevingswereld niet aan strakke wetten gebonden.

Wat U?

  1. stoethaspel zegt op 4 februari 2009:

    Als er al zoiets is als een huwelijk tussen wetenschap en religie, dan zijn ze toch echt van tafel en bed gescheiden.

    De wetenschap kan niks zinnigs zeggen over godsdienst, behalve over het bestaan ervan. De godsdienstige daarentegen, kan soms wetenschappelijk zeer relevante dingen opmerken.

    Maar goed, ik heb een nogal beperkte blik op waarheid: Ik wil mijn waarheden graag ingebed zien in een logisch argument en dat werkt niet met godsdienst.

    Toch zou ik, als ik in NL was geweest, de lezing met nieuwsgierigheid bezocht hebben. Wetenschap heeft immers ook bepaald niet het laatste woord. Om LW maar even aan te halen: We voelen zelfs dat als de wetenschap op alle mogelijke wetenschappelijke vragen antwoord heeft gegeven er nog tal van vragen blijven liggen waar de wetenschap niets mee kan.

  2. jan zegt op 4 februari 2009:

    gelovige twijfelt

  3. mIKe zegt op 5 februari 2009:

    @stoethaspel: U spreekt woorden naar mijn hart. Als iedereen er zo over dacht zou de hele discussie ook niet zo’n issue zijn. Maar vreemd genoeg is het dat wel: in Londen rijden bussen rond ‘voor’ en ‘tegen’ God, de New Atheists zijn ongekend militant, en zelfs Herman Philipse bestrijdt in zijn voordracht de religieuze onderzoeksmethoden met wetenschappelijke argumenten.

    Stephen Jay Gould noemde de scheiding van tafel en bed ‘the nonoverlapping magisteria of science and religion’ (NOMA), en Theodore Dalrymple maakt op soortgelijke gronden gehakt van de New Atheists. Ook de door U genoemde Ludwig Wittgenstein is (volgens Philipse) een exponent van de ‘gelovigen zonder waarheidsclaim’. Als U het mij vraagt een aangenaam gezelschap.

    Persoonlijk denk ik dat een subjectieve waarheidsclaim enerzijds noodzakelijk is voor de ware gelovige – tenzij hij zichzelf niet serieus neemt -, maar dat de (objectieve) onderbouwing anderzijds op onoverkomelijke problemen stuit. Het is dan ook een sprong. Men leze Kierkegaard.

    Met Uw laatste opmerking stipt U ‘de problemen van het ongeloof’ aan. Ook voor mij is de wetenschap alleen niet genoeg. En gelukkig maar ..

  4. Sas zegt op 5 februari 2009:

    @mIKe: U maakt wel heel makkelijk gehakt van een lezing waar het in wezen niet om het militant bestrijden van gelovigen ging, maar om de vraag hoe houdbaar bepaalde geloofsovertuigingen zijn.

    Dat is op zich een heel interessante vraag. Zeker tegen de achtergrond van het feit dat er genoeg mensen zijn die geloven dat de wereld 6.000 jaar geleden in 144 uur geschapen is. En die deze overtuiging als objectieve en universele waarheid zien. “Want het staat in de Bijbel.”

    Een subjectieve overtuiging is wat anders dan een objectieve waarheidsclaim met wetenschappelijke pretenties.

    Met een beetje discussie daarover, een poging tot doordenken, op grond van argumenten, is niets mis. En dat is heel wat anders dan de wereld volledig rationeel willen maken.

  5. mIKe zegt op 5 februari 2009:

    @Sas: Oh, maar dat is een misverstand! Het was geheel niet de bedoeling om gehakt te maken van de lezing. Philipse deed het goed, en sterker nog, zijn indeling van de opties voor een gelovige vond ik verhelderend genoeg om ze hier te noemen.

    Mijn aversie jegens de New Atheists is niet minder dan die jegens gelovigen die op even militante wijze beweren dat het idee dat de aarde in 144 uur geschapen is een objectieve waarheid is. De crux is juist die waarheidsclaim: als er een objectieve waarheid bestaat dan zijn religie en wetenschap blijkbaar niet ‘gescheiden van tafel en bed’. Maar wat is waar?

    Eigenlijk neem ik zelf al bij voorbaat stelling (optie 1), besef ik nu, en onderzoek vandaaruit de houdbaarheid. Misschien is dat wat krom. Anderzijds: kun je een subjectieve overtuiging, wat religie voor mij zou moeten zijn, wel met objectieve middelen beargumenteren?

  6. bjorn zegt op 6 februari 2009:

    Ik pleeg het nogal eens zo uit te drukken, vanuit de vaststelling dat i.v.m. geloof inderdaad weinig of niets vast te stellen is: wij zijn allemaal agnosten, van het (in meer of mindere mate) gelovige of ongelovige soort ; ik beschouw mezelf als een heel erg atheïstisch agnost, maar mezelf een atheïst noemen zou me dunkt van een straf dogmatisme getuigen.
    Overigens denk ik dat de wetenschap wel degelijk één en ander over godsdienst kan zeggen, minstens op filosofisch en sociologisch vlak; moeilijker wordt het waarschijnlijk wanneer we bij de psychologie belanden…

  7. stoethaspel zegt op 6 februari 2009:

    @mike

    Ik vind dat zo vreemd nog niet, die bussen. Veel wetenschappers in mijn eigen kring hebben werkelijk de pest aan religie. Niet aan een specifieke religie, maar een categorische hekel aan alles dat metaphysica is. Ik mag ze graag jennen met hun geestelijke armoede, zoals ik de christen ook graag jennen mag met hun hemelse rijkdommen. Jennen als in ´socratisch vragen stellen´.

    Aardig geformuleerd artikel van Theodore. De vergelijking met de liefde vond ik ´spot on´. Liefde is een mooi voorbeeld om aan atheisten voor te leggen. Immers, je kunt liefde verklaren als een chemisch proces, maar dat is geen uitputtende verklaring, of zelfs maar een verklaring met toereikende grond; er is meer aan de hand dan we meten kunnen.

  8. Daniël zegt op 7 februari 2009:

    De psycholoog luistert naar ‘Personal Jesus’.