28 januari 2003

U bent aantrekkelijk.

Nogal logisch, want U bezit massa. Eeuwen terug wist Newton reeds te vertellen dat alles wat maar enigszins gewicht in de schaal legt een zekere aantrekkingskracht uitoefent. Daarnaast mompelde deze man ook nog het een en ander over een omgekeerde evenredigheid met het kwadraat van de afstand.

Hij vatte het samen in een formule, die we hier verder voor het gemak maar even als bekend veronderstellen. Simpel gezegd komt het er op neer dat de aantrekkingskracht van een object toeneemt naarmate de massa groter wordt. En tevens, hoe verder het object van U verwijderd is hoe kleiner deze zelfde kracht.

Twee kanttekeningen wil ik hierbij plaatsen.

Allereerst weet ik uit ervaring dat iemand klein van stuk niet noodzakelijkerwijs minder aantrekkelijk is dan een uit de kluiten gewassen persoon. Mijn hemel, hoe ik mij ooit aangetrokken wist door iemand met zo’n bescheiden gewicht. Doch andersom gaat het eigenlijk ook weer niet op. Een stevig gebouwd, welgeproportioneerd mens wint het soms juist wel in aantrekkingskracht van een scharminkel. Soms, zoals gezegd, misschien ook niet.

De combinatie massa en aantrekkingskracht is dus op zijn minst nogal ongelukkig gekozen, en doet de vraag rijzen of aantrekkingskracht überhaupt wel afhankelijk is van massa. Ik denk het dus niet. Heel andere factoren spelen ongetwijfeld een veel belangrijker rol. Zoals daar zijn een verleidelijke oogopslag, een sprankelende gevatheid, de fijngevoeligheid die zich uit in een verlegen lach of een voorzichtige aanraking, en zo nog misschien het een en ander.

Ten tweede, over afstand gesproken, huldigt de heer Newton het credo ‘uit het oog, uit het hart’, en heeft daar zijn formule op aangepast. Hij gaat echter voorbij aan de pijn van het smachten die ontstaat wanneer Uw geliefde zich niet in Uw direkte nabijheid bevindt. Als dat geen intense aantrekkingskracht is, dan weet ik het niet meer.

Wat de heer Newton zich verder helemaal niet kon voorstellen is een relatie zoals ik die bijvoorbeeld met U onderhoud. Wat is de fysieke afstand tussen U en mij? Feitelijk onbekend, maar toch ook zo groot als U zelf wilt. Het maakt de eerder genoemde formule minder bruikbaar wanneer ik probeer Uw aantrekkingskracht op mij te berekenen.

En toch kan ik U vertellen dat ik het bescheiden contact met U middels Uw reakties koester. En dat ik de verleiding om Uw reakties of mail te verslinden nooit kan weerstaan. Dat ik zelfs Uw website lees, mocht U mij daar de mogelijkheid toe geven.

Vrijwel alles wat beweerd wordt is afhankelijk van de context. Doch het zal U verheugen als ik U vertel dat U zowel volgens Newton als volgens mij aantrekkelijk bent.

12 reacties

24 januari 2003

Hoe bloot mag men gaan? Met de billen, bedoel ik dan. Figuurlijk natuurlijk.

Wanneer U iemand iets persoonlijks vertelt, zult U normaalgesproken iets persoonlijks terug krijgen. Het is vrij menselijk om Uzelf kwetsbaar op te stellen naar diegene toe die dat ook al is, en andersom. Toch zal iemand altijd de eerste moeten zijn.

Anderzijds kunt U, in Uw melodramatische stemming, worden afgekapt door degene die, misschien uit zelfbescherming, niet aan de dialoog wenst deel te nemen. Die zegt: “Houdt U nou eens op met Uw gezever en geklootzakkerij”, en U een onverwachte zet geeft waardoor Uw voeten, waaronder de grond toch al niet zo vast was, wegschieten, en U onvermijdelijk op Uw platte gezicht doen belanden.

Nu hoeft U zich over mij feitelijk geen zorgen te maken, want de bodem onder mijn voeten is niet zo wankel. Bloot ga ik echter wel. Doch zo omfloerst dat vrijwel niemand dat merkt. Ik verbaas me wel eens over mijn eigen ontoegankelijkheid. En ook dat gebeurt zonder twijfel weer uit zelfbescherming.

De vraag ligt voor de hand. Waar bescherm ik mezelf dan wel voor? Toch zeker niet voor die ene lamlendeling, die zo ver weg van mijn wereld staat dat ik hem of haar er sowieso niet in zou willen hebben?

Halfvergeten doemt een verschrompeld beeld van een klassiek filosoof, of was het nou schrijver, in mijn hoofd op. Mijnheertje Sartre die vertelt dat het alles Angst is wat de wereld regeert. De Angst voor vrijheid die de mens in het keurslijf der conventie perst.

Ik weet niet wat het nou is. U mag weten dat ik hier sta, vrijwel onbedekt. De enkeling die door alle virtuele lagen weet heen te prikken is meer dan welkom in mijn wereld. Natuurlijk eveneens zonder sluiers. Dat praat namelijk wel zo makkelijk.

9 reacties

20 januari 2003

De illusie volledig te zijn koester ik niet meer. Ik ga er ondertussen wel vanuit dat U de steken die ik laat vallen moeiteloos oppakt.

De liefde bespreekt men niet in één stukje. Zomin als het leven. Om er daarom maar niet over te schrijven is natuurlijk een zwaktebod, vandaar dat ik U vandaag wat brokken toewerpen zal. U kunt happen naar believen. Uw neus optrekken kan ook.

Ik ben een romantische dwaas. Nu ja, ik was er toch zeker een. Zo hoog ik de lat op velerlei gebied reeds placht te leggen, zo laag was deze qua hoogte in vergelijking met wat ik mij aangaande de liefde ten doel stelde.

De combinatie van een grote belezenheid en dientengevolge een hoofd vol verhalen en theorieën én, eerlijk is eerlijk, een verdomd aantrekkelijk lichaam mijnerzijds deed mij dorsten naar wat ik op een gegeven moment de literaire liefde noemde. Waarbij ik in dit geval niet doelde op de liefde voor boeken, maar op de liefde waar juist een boek over geschreven had moeten worden. Een liefde die de zinnen verteert. Een liefde waarvan ik, omwille van de pieken, de peilloos diepe dalen voor lief zou nemen. Ik wilde geschiedenis schrijven in het boek van mijn leven.

Overigens was ik mij er sterk van bewust, laat dat duidelijk zijn, dat liefde en sex twee zeer verschillende zaken zijn, zij het niet zonder raakvlakken. De literaire liefde kent een schittering, die de doffe glans der lage lusten ver overstijgt. Een dergelijke liefde betreft een Muze of een godin, en met een Muze vrijt men niet. Of althans, niet zonder kleerscheuren.

Ik stond er zelf ook van te kijken toen ik plotsklaps tegen die liefde aanliep. Met een duizeling als had mijn hoofd zojuist een klap van een eind hout geïncasseerd, zo wankelde ik door het leven. En dat maanden achtereen. Het curieuze was dat de klap niet zozeer mijn geestelijke vermogens had aangetast, als wel mijn eeuwige zelftwijfel. Ik voelde me sterk. Mentaal gevoed door mijn Muze, kon ik de wereld, en haar, te lijf.

Het verhaal van de ontwikkeling van deze relatie is wonderlijk. De verhouding was lange tijd Platonisch. Spanningen en verlangens werden onverantwoord hoog opgevoerd. Alles natuurlijk ten dienste van de literaire liefde.

De personificatie van deze liefde, mijn Muze, is gelukkig nog altijd levensecht aanwezig. Dit misschien in tegenstelling tot de duizelingen, in die zin dat ik tegenwoordig minder wankel, het eind hout al in geen jaren heb gezien, en de zelftwijfel af en toe speels mijn strot voel dichtknijpen.

Het doet je enerzijds afvragen of de liefde, literair of niet, überhaupt wel bestaat. Was ik het zelf niet die mij deed geloven, deed voelen, dat ik leefde? Was het zo dat ik mijn idee van de liefde zo graag verwerkelijkt wilde zien, dat ik het uiteindelijk ook zag?

Anderzijds rest er de dankbaarheid om datgene wat er wel degelijk is.

De gedachte dat deze maalstroom van gevoel ooit door mijzelf verzonnen is, staat het natuurlijk ook toe om dit nogmaals te verzinnen. Mocht de liefde een zelfveroorzaakte illusie zijn, waarom dan niet vrijwillig kiezen voor deze illusie?

En toch voel ik recentelijk zo af en toe weer eens wat. Duizelingen. Zelfverzekerdheid. Verzonnen of echt, dat weet ik dus niet.

Het zal ongetwijfeld de lente wel zijn die dit jaar in mijn hoofd prematuur ter wereld kwam.

9 reacties

14 januari 2003

Des nachts pleegt een gedachte haarscherp dan wel zo wollig als een nooit geschoren schaapje te zijn. Laatstgenoemde variant overkomt mij geregeld in de schemerzone tussen slapen en waken.

Zo peinsde ik vannacht over het verschil tussen random en shuffle. U zult het met mij eens zijn dat statistische problemen al snel aanleiding geven tot fatale missers, zeker wanneer men wollig denkt. Dat is verder even van geen belang.

Welnu, sinds kort ben ik in het rijke bezit van een apparaat dat mp3’s kan afspelen. Daarnaast, sinds langer, van een normale CD-speler. Het eerste apparaat kent de functie random om nummers willekeurig af te spelen. Het tweede shuffle.

Het verschil is U wellicht al lang duidelijk. Random afspelen houdt in dat de kans dat op zeker moment een gegeven nummer wordt gespeeld evengroot is als 1 gedeeld door het totaal aantal nummers. Hetgeen betekent dat er een zekere, hoewel kleine kans is dat eenzelfde nummer tweemaal achtereen wordt gekozen. Shuffle kiest slechts uit de niet eerder gekozen nummers, zoals het ook eigenlijk hoort natuurlijk.

Grappig nu is het moment dat de random speler nog maar één nummer niet gespeeld heeft. We noemen dit nummer de speld in de hooiberg. De kans is namelijk veel groter dat het volgende te spelen nummer reeds tevoren een keertje gekozen is dan dat de speld in de hooiberg wordt gevonden. De speld in de hooiberg kan frustrerend lang verborgen blijven.

De shuffle methode vindt de speld in de hooiberg echter altijd, en wel direkt.

Mocht U derhalve ooit iets zoeken, Uw sleutels, Uw sokken of de Ware Liefde, dan hoop ik voor U dat U voorzien bent van een shuffle functie, inplaats van een random knop.

9 reacties

10 januari 2003

“Ik heb het altijd al jammer gevonden dat rood licht een grotere golflengte heeft dan groen.”
“Nou, daar heb ik dus nog nooit last van gehad. Wat zit U dwars?”
“U bent bekend met de heer Doppler en zijn effect?”
“Had dat niet iets te maken met brandweerauto’s?”
“En met stoplichten.”
“Stoplichten?”
“Inderdaad. De golflengte van het licht dat een stoplicht verlaat wordt kleiner voor diegene die het stoplicht met grote snelheid passeert.”
“Dus als ik het goed begrijp dan wordt rood licht vanzelf groen als ik er maar hard genoeg doorheen rij?”
“Volkomen juist. De heer Doppler heeft dit grapje ooit verzonnen, en alle stoplichten vonden dat zo leuk dat ze besloten het spel mee te spelen.”
“En een stoplicht dat groen is, dat wordt in dat geval toch hopelijk niet weer rood?”
“Geen zorgen. Dat is onmogelijk.”
“Prachtig!”
“Maar neen, het is triest. Dat de ontwerper van het stoplicht hier nooit over heeft nagedacht is treurig. Hij had eenvoudigweg rood en groen om moeten draaien, om wegpiraten op deze manier niet in de kaart te spelen. Nu is het te laat. Dit krijgen we nooit meer teruggedraaid.”

U mag weten, dat ik, na mijn eerdere avonturen met d’n voiture, morgen blijgezind met een nieuw exemplaar vanaf de dealer een stoplicht naderen zal. Ik zal stoppen voor rood, heb ik nu reeds besloten. En niet alleen omdat ik vermoed dat de flitspaal, die zich bij het stoplicht bevindt, nog nooit van Doppler heeft gehoord.

6 reacties

9 januari 2003

“Kijk, wat ik wil is iets nieuws”, denkt het webloggertje. Keer op keer zet hij zich achter zijn toetsenbord met deze gedachte. Vol goede moed begint hij, altijd faalt hij, om uiteindelijk zijn stukje moedeloos te plaatsen. Zijn zucht naar vernieuwing is in een herhalingsoefening ontaard.

Hij schrijft niet meer voor zichzelf, maar voor de lezer. “Maar zo is het toch ook?”, denkt het webloggertje halfslachtig, “Schreef ik voor mezelf dan gebruikte ik wel pen en papier. Ik zit hier om de lezer te behagen.” En terwijl hij dit denkt walgt hij van zichzelf.

Ooit begon hij enthousiast. “Straks als ik 62 ben, en ik mijn halve leven op een weblog heb staan, moet je dan eens zien. De volmaakte beschrijving van een mens in al zijn facetten. In tegenstelling tot de beschrijving van een volmaakt mens, vlak en onecht, zoals wel vaker in de literatuur. Dit zal anders zijn. Er mag niets verbloemd worden.”

Met weemoed denkt hij terug aan de periode voor zijn weblog. Toen hij schriften vulde met gedachten. Jaren lang. Stapels schriften, door niemand gelezen. Af en toe slaat hij er nog eentje open, en leest fragmenten. Over hunkeringen. Frustraties. Twijfels. Over hem. Zaken die hij nimmer onverbloemd op het internet zou plaatsen.

Met de hem eigen, onnavolgbare redeneertrant denkt het webloggertje na al deze mismoedigheid: “Graag wil ik vernieuwen. Dit leidt echter tot herhalingen. Laat ik het omdraaien. Ik kan mijzelf beter bewust herhalen. Dat leidt dan ongetwijfeld tot iets nieuws.”

Het is geen revolutie, maar toch. En het webloggertje plaatst zijn volgend stukje, moe als hij is.

5 reacties

6 januari 2003

“U verziekt hier verdorie wel zo’n beetje het hele medium, Mijnheer. Internet is vluchtig, weet U nog? U bent niet helemaal wijs als U probeert Schoonheid te vangen, of Wijsheid, of welk ander voor een hoofdletter in aanmerking komend woord dan ook. Het is om kotsmisselijk van te worden.”
“Maar wat moet ik dan?”
“U moet niets, Mijnheer, helemaal niets, en dáár zou U eens Uw best voor moeten doen. Schrijft U gewoon eens een kutstukje, net als iedereen.”
“Maar Mijnheer, vanwaar dit woordgebruik? Doet mij overigens wel een lichtje opgaan. Ik vermoed dat U niet beseft dat kutstuk een palindroom is, en daarom al bij voorbaat van een zekere pracht.”
“Mijn hemel, houdt het dan nooit op? Geen ontdekkingen meer, geen associaties, geen conclusies. Belooft U mij dat U voor één keer eens over niets zult schrijven?”
“Vooruit dan maar. Bij deze.”

6 reacties

2 januari 2003

Gelijk een welgerichte fluim spat een stukje als afkeer en begeerte mij dan in het gezicht. Terwijl de zakdoek waarmee ik het speeksel verwijder zich laat zakken, toont deze tegelijkertijd de grijns die ik niet kon onderdrukken. “Mijn complimenten”, fluister ik, met in het achterhoofd de heimelijke hoop om, als de tijd daar is, mijn eigen visie op het geheel te geven.

Als de tijd daar is.

En daar is dan gelijk alles mee gezegd. Het onderscheid tussen observator en toeschouwer zal U niet vreemd zijn. De observator kijkt en ziet. De toeschouwer kijkt slechts, maar ziet niet, doet er niets mee.

Dat ik van nature een observator ben is nog tot daaraantoe, maar dat ik mijzelf af en toe de rol van toeschouwer aanmeet is onvergeeflijk. Een dergelijke luiheid mag ik mijzelf niet meer toestaan.

Mocht ik al goede voornemens hebben dan is dit de belangrijkste. De tijd is daar. Hier. Nu.

8 reacties