“Ik ben er niet bepaald trots op, maar ik heb dus ooit wellicht het meest belachelijke baantje gehad dat er bestaat.”
“Ik ben zeer benieuwd.”
“Kent U dit?”

 

“Een komkommer?”
“Inderdaad. Maar U dacht toch niet dat komkommers als deze vanzelf in een plastic jasje belanden?”
“U wilt toch niet zeggen dat U ..”
“..”
“Mijn god.”

18 reacties

“U lijkt verdomme wel een vrouw, zoveel chocolade U eet.” Uitspraken van deze strekking komen mij niet zelden ter ore. Onzin natuurlijk, want ik ken geen vrouw die mijn chocoladeconsumptie weet te evenaren. Er zijn weinig dingen waaraan ik verslaafd ben, maar als ik dan iets zou moeten noemen .. chocolade dus. Zonder twijfel. Meer nog dan vrouwen.

Naast voornoemd endorfine-spiegel verhogend middel giet ik ook volgaarne een slok of wat cafeïne door mijn keelgat. Het moet wel heel gek lopen op een gemiddelde dag wil ik des avonds niet aan de koffie en cacao zitten.

Schuif ik echter zaterdagochtend aan het verlaat ontbijt, teevee in het voorbijgaan aangezet, hoor ik trieste berichten over kinderarbeid in Ivoorkust. Geronselde zieltjes uit Mali en Burkina Fasso die 16 uur mogen werken op een dag, terwijl hun in de pauzes een portie zweepslagen wacht. Taferelen die zich afspelen op een aantal cacaoplantages.

De een zijn zweep is de ander zijn chocoladereep, denkt de nuchtere lezer wellicht. Maar ik ben plots bang bloed te proeven als ik mijn eerstvolgend stuk chocolade in mijn mond laat smelten.

Wat vervelend toch, dit soort nieuwsberichten. Het splitst de nietsvermoedende chocoladeverslaafde een schuldgevoel in de maag dat hij niet verdient.

Voortaan bij het opstaan gewoon maar weer netjes de oogkleppen opzetten.

4 reacties

Wie ben ik? Nou, in ieder geval de beroerdste niet, en dat is dan ook reden genoeg om even stil te staan bij de volgende beschrijving van mijn persoon.

Tussen 27 en 35, groot, breed, gespierd, kort, gemilimeterd blond haar, felle blauwe ogen, intelligent, breedsprakerig, filosofisch, dominant.

Aldus twweet.

Harde lach. Prachtig! Niks meer aan doen. Maar zo gemakkelijk zal ik me er vandaag niet vanaf maken. Bijna word ik een beetje bang van mezelf als ik lees hoe ik door een ander gezien word. Begrijp het ook wel enigszins.

De kenschets werd vergezeld van deze zin: “Ik lees mikzlog niet zo vaak, maar als ik dat doe, heb ik telkens het gevoel dat ik naar hem reik, maar hem nooit raak.” Welnu, het is U gelukt mevrouw twweet, U heeft mij geraakt. En juist de afstand die U zegt te voelen raakt mij.

Ik haast mij overigens te zeggen dat de persoon die mij in dit spel beschrijven moest ongetwijfeld niet te benijden is, en twweet verdient wat dit betreft zeker een compliment.

Wie van mij liever geen beeld heeft, hij of zij leze niet verder.

Ik ben inderdaad tussen de 27 en 35, en wel exact in het midden. Voor iemand van een meter eenenzestig zoals twweet ben ik met mijn honderdeenentachtig en een halve centimeter vrij groot. Breed en gespierd? Ach, alles in de juiste proporties. U zult mij nimmer met gewichten in de weer in een sportschool vinden. Wel in sportzalen, waar ik duimen breek. Mijn haar, meer bruin dan blond, heeft dit weekend inderdaad een tondeuse gezien. Mijn ogen zijn grijsgroen. Over mijn intelligentie laat ik mij niet uit. Breedsprakerig (overigens een prachtige verhaspeling van het woord breedsprakig, dat daardoor zeker aan lading wint) ben ik met name schriftelijk, niet zelden doelbewust. Filosofisch .. ja, als U de eeuwige worsteling waarvan mijn schrijven zo af en toe de weerslag is zo wilt noemen.

Maar dominant??

Dat is dus wat mij hogelijk verbaast, en waar ik wellicht later nog eens op in moet gaan. Of hakken.

Hoedanook, mijn oog werd door twweet geleid naar een volgend log, kazarca, dat ik eerlijk gezegd niet kende. Ik klikte open en zag rood. Jongen of meisje, vroeg ik mij af. Twee zinnen brachten uitkomst. “Verder hoop ik morgen ongesteld te worden. Dan kan ik vandaag met PMS verklaren.” Kijk aan, dat is duidelijkheid. Ik leerde al snel van de zwaluw, en de combinatie Leiden en Leuven. Kazarca studeert. Kazarca is 23. Kazarca schrijft over het leven zoals zij het ervaart. En daar valt natuurlijk geen speld tussen te krijgen. Een onmiskenbaar tikje onzekerheid kleurt haar woorden.

Tegelijk vind ik het niet gepast een karakterschets te geven van iemand die je slechts van even langs browsen kent. En daar doe ik dan ook verder het zwijgen toe. Nu ja, niets dan lof voor kazarca.

Maar hoe ziet zij eruit? Klein van stuk, diepdonker, halflang haar, de ogen bruin en ergens op haar lichaam een plekje waar een tatoeage gezet gaat worden, maar die er nu nog niet staat.

Dat is al wat ik ervan zeggen kan.

En dan mag zij mij vertellen hoe de uiterst sympathieke Belg die luistert naar de naam orfelio eruitziet. Heb ik altijd al willen weten.

3 reacties

“Beetje stilletjes, of lijkt dat maar zo?”
“Tja, wat wilt U? Ik heb de dood van het weblog in de ogen gezien.”
“De dood van het weblog? Geen mikzlog meer?”
“Sterker nog. Niks meer. Alles gaat weg. Of althans, wordt volkomen anders.”
“Hoe dat zo?”
“Ik extrapoleer, Mijnheer. En ik concludeer.”
“Huh?”
“Het zal nog een jaar of tien, vijftien duren voordat de rekenkracht van een computer die van het menselijk brein heeft overtroffen.”
Moravec?”
“Precies. Deze rekenkracht gecombineerd met de juiste software levert een weblogger op. In het diepste geheim wordt er nu namelijk reeds gewerkt aan content management systeempjes, die zélf hun content schrijven.”
“Wat een onzin.”
“Maar nee, kijkt U eens goed om U heen. Ze zijn er al, hoor. In pre-pre-beta fase. De kwaliteit is nu nog om te huilen, maar over een jaar of wat dan worden alle weblogs volautomatisch gevuld. En nog goed ook.”
“En dan? Dan kapt U ermee?”
“Nou ja, als je iedere dag een weblog ziet dat datgene bevat wat je zelf had willen schrijven, dan vergaat uiteindelijk de lol om er nog moeite in te steken.”
“Maar wat gaat U dan doen?”
“Leuke dingen.”

13 reacties

Zo brak ik bijvoorbeeld vorige week mijn duim. Of althans het bovenste kootje. Om maar even aan te tonen dat ik dus wel degelijk aan sport doe.

Het moment dat de bal mijn duim raakte en het botje spleet staat mij nog helder voor de geest. Eerst pijn en toen krak. Gezicht wit en nog even de twijfel om gewoon door te spelen. Op advies van omstanders toch maar de koude kraan opgezocht. Verdoven, verdoven.

De pijn is nu weg, zolang ik tenminste niets doe met die duim. Effectief gezien heb ik op dit moment dus negen vingers, en langzaam is het besef gegroeid waar de duim nu eigenlijk handig voor is. Veters strikken, bijvoorbeeld. Probeert U dat maar eens zonder duim. Of de mouw van een overhemd dichtknopen. Of schrijven. Of duimen draaien.

Nut heeft een duim dus ogenschijnlijk wel.

Anderzijds zijn er natuurlijk altijd andere oplossingen te verzinnen. Schoenen zonder veters, bijvoorbeeld. Geen overhemd. En gewoon negenvingerig typen in plaats van schrijven met een pen. Als de mens er evolutionair gezien met één duim minder was afgekomen, dan was er eigenlijk weinig aan de hand geweest.

Maar is dat wel zo?

Mag ik U uitnodigen mij te volgen in een discutabele redenering? De mens heeft tweemaal vijf is tien vingers, uitzonderingen daargelaten.

(c) harry peroniusDit is ook de reden dat er tien getalsymbolen bestaan. Het symbool 9 staat bijvoorbeeld voor de hoeveelheid negen. Het symbool 6 voor zes. Nu ja, U begrijpt wat ik bedoel.

Als de mens echter negen vingers had gehad was ons getalsysteem ongetwijfeld negentallig geweest. In dat geval zou het symbool 9 niet bestaan, en schreven wij voor de hoeveelheid negen 10. Verwarrend? Geenszins. Het tweetallig stelsel is U misschien beter bekend. Daar houdt het op bij 1. De hoeveelheid twee wordt met 10 aangeduid. Drie is 11, vier 100, enzovoorts. Uw computer weet er allicht meer van.

De vraag rijst of ons tientallig stelsel wel zo handig is gekozen. Zitten we nu met tien cijfers opgescheept omdat dat werkelijk zo slim is, of is dit om de onzinnige reden dat we nu eenmaal tien vingers hebben? Is negentallig wellicht niet handiger? Qua veters strikken zeker niet, maar qua tellen misschien wel. Of wat dacht U van zestallig? Is er eindelijk een match met die vervelende tijd, met z’n 60 minuten in een uur, en 24 uren in een dag.

Graag verwijs ik U door naar een uiterst interessant en sympathiek artikel, waar precies deze vraag aan de orde komt. Schrikt U niet, mocht U een getalfobie hebben, onbegrijpelijk moeilijk is het allemaal niet. Het is werkelijk de moeite waard.

Hadden we nu echter de gewoonte opgevat om bijvoorbeeld slechts met zes symbolen te tellen, dan zou zowel mijn als Uw telefoonnummer langer zijn geweest dan dat die nu is. Immers, het verminderde aantal mogelijke combinaties dient dan toch zeker opgevangen te worden met een paar extra getallen. Nu weet ik niet hoe het met U zit, maar het onthouden van telefoonnummers is niet mijn allersterkste kant. Waaruit dan weer volgt dat het misschien toch maar goed is dat wij tot tien kunnen tellen.

Tja, en met dit soort gedachten vermaak ik mij dus, nu ik tijdelijk geen duimen meer kan draaien.

15 reacties

Wel eens gehoord van het verschijnsel math envy? Welnu, hiermee wordt de afgunst aangeduid die de niet wiskundig onderlegde mens kan voelen ten opzichte van de mathematicus. Meestal gaat het hier niet om een verschil in scholing, doch om het al dan niet aanwezig zijn van een zeker talent. De ene mens koestert een liefde voor het getal, voor abstracties, voor het onveranderlijke, voor de onverbiddelijke strengheid van het wiskundig bewijs, en weet met speels gemak om te gaan met deze materie. De andere niet.

Nooit, maar dan ook nooit, heb ik neergekeken op iemand die deze liefde voor de wiskunde niet met mij deelt. Ik heb het volste begrip voor de mens die niet verlekkerd kijkt naar een differentiaalvergelijking die om een oplossing schreeuwt, of voor de persoon die badend van het zweet wakker wordt van een flashback-achtige nachtmerrie waarin hij zich terug in de schoolbanken tijdens een wiskunde-examen geplaatst ziet, inclusief black-out.

Zoals U terecht veronderstelt zijn er niet zo veel zaken die mij afgunstig doen zijn. Immers, mijn volmaakte lichaam, mijn goed geoliede brein en de veelheid aan talenten die ik bezit geven mij wel heel erg weinig grond om te gaan zitten klagen en jammeren.

Toch kan ik wel iets bedenken. Iets wat enigszins vergelijkbaar is met de eerder genoemde math envy.

Zo af en toe ben ik weleens jaloers op mensen met een muzikaal talent, mensen die hun gevoel in klanken kunnen vertalen. Dit talent is mij niet gegeven. Ofschoon mijn interesse in muziek bijzonder groot is, ik in de loop der jaren een exquise CD-collectie heb opgebouwd waar ik bijzonder gelukkig mee ben, en ik ooit zelfs als ‘kenner’ werd beschouwd, blijft mijn relatie ten opzichte van muziek voornamelijk passief. Ik luister. En ik geniet.

In een lachwekkend verleden heb ik ooit eens aan de snaren van een basgitaar geplukt. Het was geen onverdeeld succes. Waar een ander hoort wat hij doet, ben ik veel te druk bezig met de techniek van het spelen, het omgaan met de onzekerheid die ik op zo’n moment continu voel en honderdduizend andere gedachten die allesbehalve sturing geven aan het geluid dat ik produceer.

Vanwaar dit verhaal? Welnu, ik heb een scoop voor U. In tegenstelling tot mijzelve is de heer Lijstje, U inmiddels meer dan bekend, wel degelijk muzikaal begaafd. Wiskundig mag hij misschien minder sterk zijn, doch muzikaal gezien staat deze begenadigde pianist zijn mannetje. Dit feit is overigens niet de primeur die ik U aankondigde. Die volgt nu.

Gisteren struinde ik door wat oude bestanden op mijn PC en vond daar plotsklaps een stokoude opname van de heer Lijstje! Hij maakte dit werkstukje in een verloren moment ooit speciaal voor mij, waarbij hij opmerkte: “Ik geloof dat ik qua timing af en toe wel eens een steekje heb laten vallen, maar ja.” Ik was er echter zeer verguld mee. Ik vermoed dat de heer Lijstje zich deze frivoliteit nog amper herinnert, maar hij zal begrijpen dat ik mij gisteren kostelijk heb vermaakt.

Als er dan toch een soundtrack bij mikzlog moet zijn, laat het dan deze wonderlijke 94 seconden van de heer Lijstje zijn. Het nummer met de titel bassie.

Mijnheer Lijstje, vergeeft U mij voor het distribueren van deze parel. Wellicht bent U minder tevreden over de kwaliteit van Uw kunststukje, en voelt U zich wederom ongemakkelijk om het steekje dat U mogelijk ergens heeft laten vallen, doch ik bewonder U oprecht, en hoor slechts een briljant stukje muziek.

Het past werkelijk waar prima bij dit log, temeer daar ook ik namelijk wel eens een steekje laat vallen, hetgeen echter alleen voor de zeer geoefende lezer te zien is.

Hoe vrolijk word ik toch van deze klanken!

35 reacties

“Geweld begint waar de hersens eindigen”, dacht ik nog, toen ik met een bijl Mijnheer Lijstje’s rechterhersenhelft definitief van de linker scheidde. De pijn van de dolk die hij mij eerder in de rug had gestoken bleef nazingen. Ik kon er net niet bij. En weer was er opeens de stilte. Slow motion. Het was een komisch gezicht, Mijnheer Lijstje verbaasd wankelend met het handvat van het bijltje schuin uit z’n hoofd. Zowel hij als ik hadden er overigens al eerder mee gehakt. Waar een goedmoedig kibbelen al niet in ontaarden kan.

Ziedaar het antwoord op Uw vraag wat er met Mijnheer Lijstje aan de hand is.

Mist U hem overigens? Dat is dan weer mijn vraag. Een confronterende vraag ook, gezien het antwoord drieletterig en daarmee niet zo plezierig voor de persoon in kwestie zou kunnen zijn.

Wellicht heeft U Uzelf ooit ook weleens afgevraagd of U gemist zult worden wanneer U er niet meer bent. Niet weinig mensen slaat de angst om het hart bij de gedachte dat ze, inderdaad, niet gemist zullen worden. Over de doden niets dan goeds, hoor ik iemand al zeggen. Maar van die dooddoener wil ik natuurlijk niet horen. Dat is te gemakkelijk.

Geweld. Het leidt maar zelden tot oplossingen. Erger nog, terugdraaien is onmogelijk.

En dat is dus precies de pest aan gedane zaken. Ze nemen geen keer.

9 reacties