Er wordt hier te weinig in metaforen gedacht, sprak de ridder vanaf zijn kreupel paard. Hij boog zich voorover, probeerde een bloem te plukken, maar verloor het evenwicht en viel met zijn hoofd op een steen. Had hij geen gedeukt helmpje gedragen, hij was in het harnas gestorven. Vanaf de kantelen werd er gelachen. Niet onvriendelijk, maar die nuance wist de ridder met koppijn inmiddels niet meer te leggen.
Zittend op de steen omgeven door bloemrijk gras sloeg hij the Art of War er nog maar eens op na, diep van binnen beseffend dat oorlog geen kunst is. Moedeloos haalde hij even later z’n schouders op. Hij mocht dan wel een harnas dragen, een geboren vechter was hij niet. De verdedigingsmuur die voor hem opdoemde kon hij toch niet bedwingen. Hij besteeg z’n ros, en reed de open deur ongezien voorbij.

Het was maar goed dat hij alleen was. Anders had iemand hem vast een aansteller genoemd. Of een domkop. Ergens balkte er een ezeltje, maar niet zo hard dat de ridder het hoorde.
En dan nog iets, mijn waarde. Vindt U ook niet dat de wereld veel onthouden wordt, wanneer zij slechts getuige mag zijn van de kruimels van het brood dat U en ik eten? Ik kom verdorie niet meer aan schrijven toe op deze plek, in zoverre wij reeds van schrijven spreken konden. Wellicht moest ik mijn kreupel paard de sporen geven, en mijn gebroken lans op een echte vijand richten. Ik bevecht U immers niet, zo U weet, ofschoon ik met U gaarne een appeltje schil.
“Weet U eigenlijk wel hoe groot Uw woordenschat is?”
“Zestigduizend woorden, Mijnheer. Net als die van de gemiddeld geschoolde mens.”
“Spreken wij dan van een schat aan woorden? Armoe troef, Mijnheer. Een armetierige paar honderd kilobytes.”
“Vindt U? Rekent U dan eens mee, als kind leerde ik zo’n tien nieuwe woorden per dag, wel zeventien jaar lang. Immers, anders had ik de zestigduizend nooit bereikt. Dat is toch zeker een prestatie van formaat?”
“Niet anders dan de prestatie van ieder ander mens. Ik daarentegen ken wel honderdduizend woorden. Dat begint nog eens ergens op te lijken.”
“Ach, zoveel woorden, Mijnheer, en U zegt me niets.”
Kan het nog toeval heten dat de Nederlandse hockeymeisjes in hun zucht naar goud hetzelfde hotel in Barcelona betrokken als waar ik mijzelf te bed legde? Is het ironisch of slechts logisch dat het Russische team hetzelfde plan had opgevat? Och, ik hoef U mijn vlucht voor het lot niet uit te leggen, U begrijpt zo ook wel dat ik even een luchtje moest scheppen. In de Pyreneeën, wel te verstaan.
En zo eindigde de week zoals die begon, met een wandeling, waarbij La Rambla uiteindelijk verwisseld werd voor een bergpad. Dit postje is het bewijs van het feit dat ik de weg terug heb kunnen vinden. Waar ik er beter aan toe was, in de bergen, op de hotelkamer, of, zoals nu, weer thuis, dat laat zich wellicht raden. Maar helaas, soms is het lot sterker dan ik.
Of ik hier wandel of daar wat is nou eigenlijk het verschil, denk ik, nu ik nog hier ben. Maar daar zal het zeker anders zijn.
Het doet mij denken aan mijn kortstondige verblijf in Kiev, Oekraïne, een drietal jaar geleden. Een wel heel extreem voorbeeld. Ik belandde daar toevalligerwijs als verstekeling, en mocht mijn ogen er enige dagen de kost geven.
Op mijn blote knietjes dankte ik mijn leraar Russisch van de middelbare school, toen ik ginds, in die stad van indrukwekkende vergane glorie, de ondergrondse binnenliep. Van honderd verschillende kanten werd ik door richtingborden zwijgend toegeschreeuwd. Waar moet ik heen, dacht ik, en wat staat er in godsnaam op die borden? Paniek. Als bij toverslag klikte het in mijn hoofd. De cyrillische tekens werden plotseling weer zinnig, alsof ik net had leren lezen. Dat moment zal me altijd bijblijven. Zoals ik me in de metro daar voelde, zo heb ik me in de Rotterdamse nimmer gevoeld.
Ja, Russisch. Het was een mooie tijd, om laat in de middag met een groepje fanatiekelingen het dikke gele boek uit de tas te plukken, en prachtig klinkende woorden in obscure naamvallen te vervoegen. Wat mij destijds bezielde? Hetzelfde gevoel dat mij U dit nu doet vertellen, mijn waarde. Ik hoor mijzelf en anderen nog onwennig de Internationale aanheffen, toen wij als afsluiting van de cursus borsj aten bij de man thuis. Terloops komkommers in zout dippend.
Deze Mijnheer dankte ik inwendig dus op blote knietjes toen de radeloosheid van mij afviel in de metro van Kiev. En over blote knietjes gesproken, alle puberale fantasietjes die een mens zo nu en dan kwellen worden in een klap aan gort geslagen in de grote mensen wereld die Krestsjatik heet. De halte waar ik uitstapte. Mijn hemel. De schoonheid van de vrouwen die daar flaneerden werd slechts door hun schaamteloosheid overtroffen. Mijns ondanks raakte ik geheel van de kook.
De ene lezer likkebaardt, de ander schudt moedeloos het hoofd. Beiden wellicht met recht, daar achter deze ontegenzeglijk schone schijn een meedogenloze maffia heerst waar men beter verre van blijft.
Nu goed, morgen naar Barcelona. Ook daar is er een metro. Ook daar flaneert men. Maar ik weet het zeker, het is er anders dan in Kiev.
Maar ook anders dan hier.
“Zeg, wat was dat nou voor onzin gisterenavond?”
“Huh? Oh, dàt. Dat was slechts mijn periodiek terugkerende existentiële dipje.”
“Oh. En nu?”
“Het is alweer voorbij! Goed, hè?”
“Uhuh ..”
Och, en als U denkt dat ik verder nog iets zinnigs te vertellen heb, dan heeft U weliswaar gelijk, maar zult U vandaag toch de wrange smaak van teleurstelling moeten proeven in het besef niet te mogen horen wat dat dan wel is.
Kotst U er af en toe ook niet van?
Van die mensen die zich veel te serieus nemen en gehoord willen worden.
Ik wel. Bijna net zoveel als van de mensen die zich niet serieus nemen en gehoord willen worden.
(ziezo, dit gaat mij nul reacties opleveren)
Als hummeltje van vijf zwaaide ik mijn papa uit op Schiphol. Hij ging weg en ik bleef thuis. In de zes maanden die daarop volgden kreeg ik af en toe een brief uit Saoedi-Arabië. De uren die ik moest wachten op het vertraagde vliegtuig dat hem weer terugbracht waren wonderschoon. Schiphol, een wereld op zich, in direkte verbinding met de rest van de wereld, had veel te ontdekken. En hij kwam terug, natuurlijk. Het tafereel herhaalde zich later meerdere malen. Alleen de brieven kwamen van elders. Libië, Nigeria, Indonesië.
Het heeft nog bijna twintig jaar geduurd voordat ik zelf de incheckbalie voorbij mocht lopen. Sindsdien associeer ik het vliegveld ook met mijn eigen reizen, en word ik door een aangename koorts bevangen wanneer ik in de vertrekhal loop. Ik voel me vijf en vijfentwintig tegelijk.
Komende zondag gebeurt het. Ik ga weg en U blijft thuis. Het is maar een klein reisje, niet eens echt vakantie, maar ik ben er gewoon vreselijk aan toe.
Ooh, I love it when you talk math!
U herinnert zich het sommetje waar ik een postje of twee terug kond van deed. Kont? Neen, kond Mijnheer. Alweer een moeilijk woord, zopas van de juf geleerd. Welnu, ik dacht ermee weg te komen wanneer ik het hierbij liet. Sommetje genoemd, situatie geschetst, klaar. Krijg ik me daar toch een bak onvervalste hate-mail over me heen, daar wordt een normaal mens niet goed van. En ik, niet-normaal zijnde, werd er niet alleen niet goed van, god nee, mijn kwetsbare ego was dusdanig geknakt dat ik van schrik vergat waar het nou eigenlijk om draait. En dat is dus niet de oplossing. Die is namelijk volkomen irrelevant. Ieder antwoord bestaat immers slechts bij de gratie van een vraag. Toch? Niettemin kan ook ik niet ontkennen dat een antwoord normaliter bevredigt. Bevredigt? Ja, bevredigt Mijnheer. Vragen knagen, en antwoorden bevredigen. Helaas zijn de oplossingen waar men niet omheen kan dun gezaaid. De wiskunde, ja, daar kan men nog uitkomsten vinden die hout snijden. In het ware leven, mijn waarde, daar dient men de bevrediging elders te zoeken. Daar draait het helemaal niet om antwoorden. Maar om gans andere zaken. Nietwaar?
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004
juli 2004
juni 2004
mei 2004
april 2004
maart 2004
februari 2004
januari 2004
december 2003
november 2003
oktober 2003
september 2003
augustus 2003
juli 2003
juni 2003
mei 2003
april 2003
maart 2003
februari 2003
januari 2003
december 2002
november 2002
oktober 2002
september 2002
augustus 2002
juli 2002
juni 2002
mike(at)mikz.net