Er wordt hier te weinig in metaforen gedacht, sprak de ridder vanaf zijn kreupel paard. Hij boog zich voorover, probeerde een bloem te plukken, maar verloor het evenwicht en viel met zijn hoofd op een steen. Had hij geen gedeukt helmpje gedragen, hij was in het harnas gestorven. Vanaf de kantelen werd er gelachen. Niet onvriendelijk, maar die nuance wist de ridder met koppijn inmiddels niet meer te leggen.

Zittend op de steen omgeven door bloemrijk gras sloeg hij the Art of War er nog maar eens op na, diep van binnen beseffend dat oorlog geen kunst is. Moedeloos haalde hij even later z’n schouders op. Hij mocht dan wel een harnas dragen, een geboren vechter was hij niet. De verdedigingsmuur die voor hem opdoemde kon hij toch niet bedwingen. Hij besteeg z’n ros, en reed de open deur ongezien voorbij.

 

Het was maar goed dat hij alleen was. Anders had iemand hem vast een aansteller genoemd. Of een domkop. Ergens balkte er een ezeltje, maar niet zo hard dat de ridder het hoorde.

25 reacties

En dan nog iets, mijn waarde. Vindt U ook niet dat de wereld veel onthouden wordt, wanneer zij slechts getuige mag zijn van de kruimels van het brood dat U en ik eten? Ik kom verdorie niet meer aan schrijven toe op deze plek, in zoverre wij reeds van schrijven spreken konden. Wellicht moest ik mijn kreupel paard de sporen geven, en mijn gebroken lans op een echte vijand richten. Ik bevecht U immers niet, zo U weet, ofschoon ik met U gaarne een appeltje schil.

2 reacties

“Weet U eigenlijk wel hoe groot Uw woordenschat is?”
“Zestigduizend woorden, Mijnheer. Net als die van de gemiddeld geschoolde mens.”
“Spreken wij dan van een schat aan woorden? Armoe troef, Mijnheer. Een armetierige paar honderd kilobytes.”
“Vindt U? Rekent U dan eens mee, als kind leerde ik zo’n tien nieuwe woorden per dag, wel zeventien jaar lang. Immers, anders had ik de zestigduizend nooit bereikt. Dat is toch zeker een prestatie van formaat?”
“Niet anders dan de prestatie van ieder ander mens. Ik daarentegen ken wel honderdduizend woorden. Dat begint nog eens ergens op te lijken.”
“Ach, zoveel woorden, Mijnheer, en U zegt me niets.”

16 reacties

Kan het nog toeval heten dat de Nederlandse hockeymeisjes in hun zucht naar goud hetzelfde hotel in Barcelona betrokken als waar ik mijzelf te bed legde? Is het ironisch of slechts logisch dat het Russische team hetzelfde plan had opgevat? Och, ik hoef U mijn vlucht voor het lot niet uit te leggen, U begrijpt zo ook wel dat ik even een luchtje moest scheppen. In de Pyreneeën, wel te verstaan.

En zo eindigde de week zoals die begon, met een wandeling, waarbij La Rambla uiteindelijk verwisseld werd voor een bergpad. Dit postje is het bewijs van het feit dat ik de weg terug heb kunnen vinden. Waar ik er beter aan toe was, in de bergen, op de hotelkamer, of, zoals nu, weer thuis, dat laat zich wellicht raden. Maar helaas, soms is het lot sterker dan ik.

8 reacties

Of ik hier wandel of daar wat is nou eigenlijk het verschil, denk ik, nu ik nog hier ben. Maar daar zal het zeker anders zijn.

Het doet mij denken aan mijn kortstondige verblijf in Kiev, Oekraïne, een drietal jaar geleden. Een wel heel extreem voorbeeld. Ik belandde daar toevalligerwijs als verstekeling, en mocht mijn ogen er enige dagen de kost geven.

Op mijn blote knietjes dankte ik mijn leraar Russisch van de middelbare school, toen ik ginds, in die stad van indrukwekkende vergane glorie, de ondergrondse binnenliep. Van honderd verschillende kanten werd ik door richtingborden zwijgend toegeschreeuwd. Waar moet ik heen, dacht ik, en wat staat er in godsnaam op die borden? Paniek. Als bij toverslag klikte het in mijn hoofd. De cyrillische tekens werden plotseling weer zinnig, alsof ik net had leren lezen. Dat moment zal me altijd bijblijven. Zoals ik me in de metro daar voelde, zo heb ik me in de Rotterdamse nimmer gevoeld.

Ja, Russisch. Het was een mooie tijd, om laat in de middag met een groepje fanatiekelingen het dikke gele boek uit de tas te plukken, en prachtig klinkende woorden in obscure naamvallen te vervoegen. Wat mij destijds bezielde? Hetzelfde gevoel dat mij U dit nu doet vertellen, mijn waarde. Ik hoor mijzelf en anderen nog onwennig de Internationale aanheffen, toen wij als afsluiting van de cursus borsj aten bij de man thuis. Terloops komkommers in zout dippend.

Deze Mijnheer dankte ik inwendig dus op blote knietjes toen de radeloosheid van mij afviel in de metro van Kiev. En over blote knietjes gesproken, alle puberale fantasietjes die een mens zo nu en dan kwellen worden in een klap aan gort geslagen in de grote mensen wereld die Krestsjatik heet. De halte waar ik uitstapte. Mijn hemel. De schoonheid van de vrouwen die daar flaneerden werd slechts door hun schaamteloosheid overtroffen. Mijns ondanks raakte ik geheel van de kook.

De ene lezer likkebaardt, de ander schudt moedeloos het hoofd. Beiden wellicht met recht, daar achter deze ontegenzeglijk schone schijn een meedogenloze maffia heerst waar men beter verre van blijft.

Nu goed, morgen naar Barcelona. Ook daar is er een metro. Ook daar flaneert men. Maar ik weet het zeker, het is er anders dan in Kiev.

Maar ook anders dan hier.

9 reacties

“Zeg, wat was dat nou voor onzin gisterenavond?”
“Huh? Oh, dàt. Dat was slechts mijn periodiek terugkerende existentiële dipje.”
“Oh. En nu?”
“Het is alweer voorbij! Goed, hè?”
“Uhuh ..”

3 reacties

Och, en als U denkt dat ik verder nog iets zinnigs te vertellen heb, dan heeft U weliswaar gelijk, maar zult U vandaag toch de wrange smaak van teleurstelling moeten proeven in het besef niet te mogen horen wat dat dan wel is.

Kotst U er af en toe ook niet van?

Van die mensen die zich veel te serieus nemen en gehoord willen worden.

Ik wel. Bijna net zoveel als van de mensen die zich niet serieus nemen en gehoord willen worden.

(ziezo, dit gaat mij nul reacties opleveren)

8 reacties

Ziet U zelf maar.

5 reacties

Als hummeltje van vijf zwaaide ik mijn papa uit op Schiphol. Hij ging weg en ik bleef thuis. In de zes maanden die daarop volgden kreeg ik af en toe een brief uit Saoedi-Arabië. De uren die ik moest wachten op het vertraagde vliegtuig dat hem weer terugbracht waren wonderschoon. Schiphol, een wereld op zich, in direkte verbinding met de rest van de wereld, had veel te ontdekken. En hij kwam terug, natuurlijk. Het tafereel herhaalde zich later meerdere malen. Alleen de brieven kwamen van elders. Libië, Nigeria, Indonesië.

Het heeft nog bijna twintig jaar geduurd voordat ik zelf de incheckbalie voorbij mocht lopen. Sindsdien associeer ik het vliegveld ook met mijn eigen reizen, en word ik door een aangename koorts bevangen wanneer ik in de vertrekhal loop. Ik voel me vijf en vijfentwintig tegelijk.

Komende zondag gebeurt het. Ik ga weg en U blijft thuis. Het is maar een klein reisje, niet eens echt vakantie, maar ik ben er gewoon vreselijk aan toe.

5 reacties

U herinnert zich het sommetje waar ik een postje of twee terug kond van deed. Kont? Neen, kond Mijnheer. Alweer een moeilijk woord, zopas van de juf geleerd. Welnu, ik dacht ermee weg te komen wanneer ik het hierbij liet. Sommetje genoemd, situatie geschetst, klaar. Krijg ik me daar toch een bak onvervalste hate-mail over me heen, daar wordt een normaal mens niet goed van. En ik, niet-normaal zijnde, werd er niet alleen niet goed van, god nee, mijn kwetsbare ego was dusdanig geknakt dat ik van schrik vergat waar het nou eigenlijk om draait. En dat is dus niet de oplossing. Die is namelijk volkomen irrelevant. Ieder antwoord bestaat immers slechts bij de gratie van een vraag. Toch? Niettemin kan ook ik niet ontkennen dat een antwoord normaliter bevredigt. Bevredigt? Ja, bevredigt Mijnheer. Vragen knagen, en antwoorden bevredigen. Helaas zijn de oplossingen waar men niet omheen kan dun gezaaid. De wiskunde, ja, daar kan men nog uitkomsten vinden die hout snijden. In het ware leven, mijn waarde, daar dient men de bevrediging elders te zoeken. Daar draait het helemaal niet om antwoorden. Maar om gans andere zaken. Nietwaar?

3 reacties