mikzlog
donderdag 30 oktober 2003

Verstandhouding

Mijnheer A is in gesprek met Mijnheer B. Ergens in zijn achterhoofd bedenkt Mijnheer A wat hij tegen Mijnheer B zal zeggen, en ook wat juist niet. Dát is dus de echte Mijnheer A, hij die vermoedelijk ergens in het achterhoofd zetelt. Mijnheer B hoort zodoende slechts een gefilterde Mijnheer A. Mijnheer B, ook niet dom, beseft dit en zegt tegen Mijnheer A dat hij graag met de echte Mijnheer A zou willen spreken. Mijnheer A begrijpt wat Mijnheer B bedoelt, en zegt dat hij begrijpt wat Mijnheer B bedoelt. Hij vervolgt het gesprek op een ander, hoger niveau. Direkt vanuit z’n achterhoofd zogezegd.

U mag Mijnheer A of Mijnheer B desgewenst vervangen door Mijnheer M of Mijnheer L of Mevrouw P, dat is nu even irrelevant. Het principe blijft gelijk.

Mijnheer B vraagt Mijnheer A vervolgens of er niet nóg een hoger niveau bestaat. Worden de woorden nu gewisseld niet alsnog eerst gewogen? Mijnheer A antwoordt dat er altijd een hoger niveau bestaat. Men kan wel een meta-niveautje stijgen, maar tezamen het hoogste niveau bereiken nooit. Mijnheer B vindt dat jammer. Mijnheer A eigenlijk ook.

Met een blik van verstandhouding doen ze er het zwijgen toe.


maandag 27 oktober 2003

De schaamte voorbij

Glas in m’n nek, klap op m’n oog, val van het paard, het lijkt wel alsof ik mijzelf hier ter plekke een beetje voor lul aan het zetten ben. Maar zo is het natuurlijk niet. U beseft ook wel dat het een flinke portie moed en karakter vereist om dit soort kwetsbaarheid te tonen.

Dat U maar even bij de les blijft, mijn waarde.

Vooruit, U kunt zeggen dat die portie moed en karakter misschien beter aangewend had kunnen worden om dergelijke beschamende vertoningen in eerste instantie te voorkomen, doch in dat geval zou ik ieder ander natuurlijk hopeloos te kort doen. Hoe kan men immers leren van mijn fouten, als ik ze niet maak?

U ziet, ik ben een nobel mens, en heb het beste met de wereld voor. Het staat U dan ook volkomen vrij om tegen mij op te kijken.

Maar U, zo vraag ik mij dan wel eens af, waar schaamt U zich eigenlijk voor? Of schaamt U zich überhaupt niet, tenzij plaatsvervangend?


zaterdag 25 oktober 2003

Implosie

Wat ik vannacht gedaan heb?

Ik heb me enigszins verbaasd over mijn koelbloedigheid.

Laat mij U vertellen. Door omstandigheden bevond ik mij gisterenavond in Den Haag. De thuisreis werd in het holst van de nacht aanvaard, en ik mocht voor drie passagiers chaufferen. Het was relatief stil op de snelweg, en de auto zette spontaan de vaart erin. Vielen er verder al stiltes in het keuvelen van het gezelschap, dan werden ze opgevangen door de radio die subtiel om aandacht vroeg. Met half hoofd volgde ik het gesprek, verder concentreerde ik me op de weg.

Dan, uit het niets, een enorme klap, gevolgd door het geluid van stukvallend glas. Gegil van schrik. De volledige achterruit geïmplodeerd.

Zonder enig spoor van paniek klik ik de alarmlichten aan, rij de auto netjes naar de vluchtstrook, stel mijn reisgenoten voor zover mogelijk gerust, en zorg dat de grootste stukken glas van de achterbank verwijderd worden. Verdacht op het onverwachte, wie had het daar laatst ook maar weer over? Vervolgens breng ik mijn passagiers alsnog met frisse wind naar huis, mezelf ondertussen hardop afvragend of ik even rustig was gebleven als ons dit met de voor- inplaats van de achterruit was overkomen. Glimlachend hoor ik iemand vanaf de achterbank zeggen dat hij ook in dat geval alle vertrouwen in mij had gehad.

Eenmaal thuisgekomen plak ik de achterzijde van de wagen zo goed en zo kwaad af met tape en plastic, vind uiteindelijk mijn bed en slaap zacht.

Nu ja, dat heb ik dus gedaan vannacht. Verder niet zoveel spannends.


woensdag 22 oktober 2003

Sleutels

Dat men de ogen tijdig moet neerslaan wanneer men een vechtersbaas treft, hadden ze mij niet verteld. Het werd me echter in één klap duidelijk.

Ik heb het niet zo op fysiek geweld, en dat het gedurende mijn hele leven bij die ene muilpeer is gebleven, wat onschuldig gestoei uitgezonderd, zegt ongetwijfeld iets over mijn temperament. Of over mijn voorzichtigheid, daar wil ik vanaf zijn. Misschien heb ik gewoon geluk gehad.

Het voorval speelde zich een eeuwigheid geleden af, maar staat me nog altijd helder voor de geest. Net zo’n beetje gewend aan de smaak van bier, moest ik mij toch ook maar eens storten in de hectiek die het kleine dorpje waar ik destijds woonde iedere zaterdagavond wist te ontwikkelen. Ik ging uit.

Eenmaal binnen in een etablissement, anders dan de clientèle deed vermoeden verrassend genoeg Winners genaamd, positioneerde ik mij op een strategische plek en nam de omgeving in mij op. Ik keek mensen. Meisjes ook. Gedachteloos. Totdat mijn blik de intens op mij gerichte blik van een onbekende jongen kruiste. Alsof ik iets fout had gedaan. Ik, mij van geen kwaad bewust, staarde terug.

Het onverwachte geschiedt vrijwel altijd te snel. Ik zakte dan ook al door de knieën, voordat ik besefte dat de vuist van het jong mij vol op het oog had geraakt. Mijn glas bier viel kapot op de grond, hoofden draaiden zich, en in een uitzonderlijk traag verlopend moment zocht ik naar een antwoord. Ik kon niets bedenken. Twee tellen later was daar een uitsmijter die de jongen het pand uitwerkte. Ik werd aan m’n lot overgelaten en liep met bloedneus en zwellend oog richting toiletten. Volkomen in de war.

Incasseren noemen we dat. Het heeft nog weken geduurd voordat mijn woede over deze zinloosheid enigszins bekoeld was. Ongeveer net zo lang als het wegtrekken van de zwelling. Deze woede vertaalde zich in beelden. In wat ik had willen doen op dat jammerlijke moment vlak na de klap. Bepaald onprettige beelden.

Onder andere naar aanleiding van dit akkefietje vraag ik me weleens af wanneer bij mijzelf het moment daar is dat de agressie het wint van de ratio. Een tafereel komt naar boven waarin mijn teerbeminde iets wordt aangedaan. Slechts het inbeelden daarvan zet de adrenalinekraan wijd open.

Sinds het blauwe oog ben ik ook alerter. Verdacht op het onverwachte. Loop ik ’s avonds op straat en moet ik een groep hangend gespuis passeren, dan klemt mijn hand zich automatisch om de sleutelbos in mijn jaszak, waarbij ik enkele sleutels tussen de vingers van mijn vuist laat uitsteken. Er vast van overtuigd dat ik niet degene zal zijn die verrast wordt.

Denk ik aan wat er met die sleutels op deze manier aangericht kan worden, dan vraag ik mezelf wel eens af waar dit instinctmatig gedrag vandaan komt. Ik wil ook eigenlijk niet geloven dat een dergelijke agressie in mij huist, maar kan het me in sommige omstandigheden toch ook gemakkelijk voorstellen.

En daar kan ik soms heel erg bang van worden.


dinsdag 21 oktober 2003

Gemiste kans

De verbitterde hangt met zijn hoofd in het verleden. De dromer in de toekomst. Maar geleefd wordt er natuurlijk niet. Ook de mens die continu denkt dat hij het leven bij de ballen moet grijpen houdt geen tijd over om dat daadwerkelijk te doen.

De beroepsschrijver kiest er in het gunstigste geval voor om te aanschouwen, niet om te proeven. Vrij belachelijk eigenlijk, om te beschrijven hoe mooi iets wel niet is, zonder daar domweg zelf van te genieten.

Hoe zinloos dus te schrijven, als men beter kan leven. U begrijpt dat de titel van dit stukje niet moeilijk te verzinnen was met deze gedachte in het achterhoofd.

Maar van de andere kant is de schrijver juist degeen die het leven presenteert als iets dat niet gemist mag worden. Hij houdt de illusie in stand. Het is namelijk allemaal wel leuk en aardig, dat leven klemvast bij de kloten grijpen, maar wanneer men de knikkers, zo men daar al niet afkerig van is, met geen mogelijkheid weet te vinden, dan is de weg naar wanhoop en waanzin een hele korte.

Waarmee de titel van dit stukje, om niet te zeggen dit stukje zelf, uiteindelijk kant noch wal raakt, maar wij het omdat het nu eenmaal geschreven is toch maar plaatsen en zelfs laten staan.

Als het leven zelf.


zaterdag 11 oktober 2003

Deceptie

Stelt U zich een volleyballer voor die vol vertrouwen op de fiets een ruime tien kilometer wegtrapt op weg naar alweer een competitiewedstrijd. Onbevreesd want zijn team staat toch ongedeeld aan kop in het klassement. Eenmaal aangekomen, ontmoet hij z’n teamgenoten in de kleedkamer. Beetje lachen, beetje dollen, veel bravoure.

Met 3-0 worden ze afgedroogd.

Hoe anders is de sfeer in de kleedkamer nadien. Nooit tevoren werd de gebezigde taal zo rijkelijk met het woord kut doorspekt.

Zelfs ik maakte me er schuldig aan.

En dan nog moeten terugfietsen, natuurlijk.


donderdag 9 oktober 2003

Lijn 3

Ideeën roesten vast, daar zijn het nou eenmaal ideeën voor. Men kan dan ook stellen dat ieder mens in feite conservatief is, daar hij volgaarne zijn eigen wereldbeeld in stand houdt. Niettemin evolueren Uw denkbeelden. U denkt eens dit, dan weer dat, maar op de lange termijn overleven alleen de meest hardnekkige gedachten. Er vindt een natuurlijke selectie plaats waarbij slechts de sterksten het halen. De rest wordt door omstandigheden, hetzij keiharde logica, hetzij net een tikje gezondere gedachten, om zeep geholpen.

Voordat het ene denkbeeld is verdrongen door het andere is er vaak heel wat weerstand aan vooraf en tijd overheen gegaan. Zien we het grootser, beschouwen we de mensheid als geheel in het bezit van een collectief geweten, dan kan men die evolutietijd nog eens met een flinke factor vermenigvuldigen. Voordat een nieuw idee schering en inslag is, is hij niet zelden reeds achterhaald. De halfwaardetijd van veel dubieuze ideeën is vaak groter dan de duur van een mensenleven.

Derhalve zal ik waarschijnlijk het genoegen niet mogen smaken om de wijsheid, die ik zo U weet in pacht heb, tijdens mijn leven ook bij anderen te zien gloriëren. Naar mij wordt immers door veel te weinig mensen geluisterd. Doch U is er tenminste, hoop blijf ik houden.

Ik mag echter wel uitkijken niet per ongeluk onder een tram te geraken. Het zou, naast de troep die het geeft, zeker ook evolutionair gezien een kleine ramp zijn.


vrijdag 3 oktober 2003

Zoekbeurt

Aan de mens die via een kleine omweg op mikzlog belandde:

kon ik U een eenvoudig antwoord geven op deze heikele kwestie, ik had het hier ter plekke neergeschreven.

Wellicht weten mijn lezers raad.


donderdag 2 oktober 2003

Loze woorden

Soms doorsnijden woorden mijn ziel als een mes boter. Het gebeurt nog steeds, maar niet zo frequent als vroeger. Ooit vroeg ik mij af of het mogelijk is iemand met een opmerking te verwonden. En of de term geestelijk litteken meer is dan slechts een losse flodder. Het antwoord was mij natuurlijk bij het stellen van de vraag al duidelijk.

U kent het schoolvoorbeeld van de tekenleraar die met een terloops lullige uitlating alle ambities van een zijner leerlingen wegpoetst. Ik had er zo een. En nu is dit voorval misschien onschuldig genoeg, er zijn momenten geweest waarop mijn leven een serieus andere wending had genomen hadden woorden verschild.

Je vraagt je af, is mijn ziel nou zo kwetsbaar of is het woord zo krachtig?

Ongetwijfeld beiden, maar er is meer. Minstens zo belangrijk als de opmerking is de persoon die haar maakt. De mening van de een is niet half zo doorslaggevend als die van de ander. Naarmate ik ouder word lijkt het aantal mensen dat mij kwetst af te nemen. Maar misschien geef ik ze nu gewoon geen kans meer.

Zij die mij desgewenst wel op het hart kunnen trappen weten dat ongetwijfeld, maar doen het niet. Of althans, niet met opzet. Hierbij stilstaand is de verantwoordelijkheid van de spreker welhaast ondraaglijk. Maar er is ook goed nieuws. Zoals mijn ziel met een luttel woord gekerfd kan worden, zo wordt zij met andere woorden gestreeld. Of zelfs gevormd. Ook hier geldt dat dat niet voor iedereen is weggelegd.

Tussen de meer dan duizend reacties op dit log zitten er daadwerkelijk een stuk of twee, drie die heel veel voor mij betekenen. Wat mij betreft mogen dat er best vier worden.