Ooit was ik op zoek naar de waarheid.
Lag ze gewoon in het midden.
Naakt.

15 reacties

De vier miljoen jaar historie die de eerste aapmens van U en mij scheidt is natuurlijk niet niks. Tegenover deze tijdspanne valt een paar duizend jaar beschaving vrijwel in het niet. Maar of dit genoeg grond geeft om Uw of mijn gedrag te verklaren aan de hand van bepaalde oerinstincten, daar durf ik best wat vraagtekens bij te zetten.

Zie het als een jas. De oerinstincten, of -driften zo U wilt, worden door een jas van beschaving gecamoufleerd. In deze optiek denk ik zelf over een vrij dikke jas te beschikken. Behaaglijk warm en comfortabel. Een ander heeft wellicht meer last van de kou. In hoeverre Uw oerinstincten zich open en bloot manifesteren mag U desgewenst zelf openbaren. Benieuwd ben ik wel, doch ik zal niet aandringen.

Jassen zijn er natuurlijk in soorten en maten. Zo kennen we bijvoorbeeld dames- en herenmodelletjes. Zelf denk ik dat het voornamelijk een kwestie van smaak is welke U zich aanmeet. Interessanter is de kwestie wat er zich ónder die jas bevindt.

Allereerst kunnen we ons afvragen óf er überhaupt wel iets onder de jas zit. Is het idee van evolutionair ontwikkelde oerinstincten misschien niet uit de mouw van precies diezelfde jas geschud?

Gaan wij er echter van uit dat er wel degelijk iets in zit, dan moeten we duidelijk kunnen maken wat dat dan wel is. “Diep van binnen is iedereen gewoon een heel vies mannetje”, hoorde ik iemand ooit eens zeggen. Doch in hoeverre kunnen wij ons vinden in deze stelling? En kunnen we dat mannetje wellicht nog iets duidelijker beschrijven?

En passant doemt de vraag op hoe groot de verschillen zijn wanneer men de jas bij respectievelijk een man en een vrouw oplicht. En, zijn er eigenlijk wel verschillen? Of is het juist de gekozen jas die U mannelijk of vrouwelijk maakt?

Eerlijk gezegd ben ik er niet helemaal uit. Het feit dat ik mij momenteel afvraag of ik de jas ben of degeen die eronder zit is veelzeggend genoeg.

19 reacties

“Na U, Mijnheer.”
“Neen, na U. Ik sta erop.”
“Vooruit dan maar. En dank U zeer.”
“Niets te danken. Het vuil gaat immers voor de bezem, Mijnheer.”
“Doch dát ziet U verkeerd. Ik zou eerder willen zeggen, de stront valt achter het paard.”

Mijns ondanks dan toch heel even grinniken, mijzelf afvragend hoe lang ik dit nog volhoud. Een week. Is dat nu teveel gevraagd? En met een allesverhullende uitdrukking zet ik mij aan het werk. Een kantoor is nog tot daaraantoe. Maar de humor. Die is dodelijk.

11 reacties

12 reacties

Hij kan zich het jochie dat hij was nog wel voor de geest halen. Ondanks het feit dat zijn hand niet altijd precies deed waar zijn hersenen op aanstuurden, kleurde hij de tekening zo goed en zo kwaad binnen de lijntjes in. Vol concentratie, alsof zijn leven ervan afhing.

Bijna niet te vergelijken met de nonchalance waarmee hij nu de door de zon vervaagde kleuren opnieuw aanbrengt. De kleurplaat, die zijn herinnering is, toont eigenlijk alleen nog maar contouren, en daar schiet hij geregeld en doelbewust overheen. Soms tot ver buiten de lijntjes.

De dag waarop hij het papier omdraait en aan de achterkant opnieuw begint is nog niet aangebroken. Maar hij weet zeker dat die ooit zal komen, en dat hij alsnog zal tekenen wat niet heeft kunnen zijn.

3 reacties

“Verveelt U zich weleens?”
“Nooit.”
“Wat doet U dan zoal?”
“Ik verwerkelijk mezelf, Mijnheer. Dat is wat ik doe.”

Van alle persoonlijkheidstheorieën is die van Maslow zeer zeker niet de minst bekoorlijke. Verbazend herkenbaar komt mij zijn beschrijving van de self-actualizer voor. Bijna te mooi om waar te zijn.

Ofschoon ik Maslow geen volledigheid hoor pretenderen, bekruipt mij bij dit soort theorieën vrijwel altijd het gevoel dat er iets ontbreekt, zonder dat ik in staat ben het aan te wijzen. Het zal wellicht een aan exacte wetenschap geliëerde verdwazing mijnerzijds zijn. Veel zorgen maak ik mij hier verder ook niet om, daar een sluitend verhaal over het algemeen toch buiten de werkelijkheid staat.

Zou het nu een zeker gevoel van ijdelheid zijn dat mij doet sympathiseren met deze theorie, of is de kern van waarheid toch onmiskenbaar?

9 reacties

Het is zaterdagavond, laat en guur, als ik ergens op de Coolsingel staande word gehouden door een verlopen figuur. “Mister. Please, just one moment. This has nothing to do with drugs or anything.” Nee, dat moest er nog bijkomen.

“Can you help me, please? I’m homeless, and I just need 80 eurocents, so I can have a place to sleep at the Salvation Army.” Het is zo’n moment waarop sommige mensen hun principes er nog eens op naslaan, en uiteindelijk concluderen dat het geen zin heeft om iemand zomaar geld te geven, hoe weinig ook.

Terwijl mijn benen reeds aanstalten maken door te lopen, grijpt mijn hand naar m’n portemonnee, en voor ik het weet heb ik de man een euro gegeven. Een wederzijdse hoofdknik, en hij die zegt dakloos te zijn is weer weg.

Ik heb geen principes wat dit soort zaken betreft, slechts buien.

Ik verwonder me. Over mijn bui. Over de man. Maar misschien nog het meest over het feit dat je voor 80 cent kunt slapen bij het Leger des Heils.

4 reacties

Naarmate het harder wintert, groeien mijn opstartproblemen. Hoe kouder de ochtend, hoe gerieflijker het bed. Waarom in hemelsnaam ‘s avonds in bed gekropen als ‘s ochtends de hel wacht? Wat is het nut van slapen? U zegt het maar, want ik weet het niet.

Fascinerend is de onschuld die de gelaatsexpressie van de slapende mens domineert. Als is het gedurende de dag gedragen masker eindelijk afgeworpen. Misschien dient er daarom wel geslapen te worden. Om het gezicht ook eens uit de plooi te houden.

Maar goed, zoals gezegd kost het mij dus moeite om ‘s ochtends de onschuld van mij af te schudden. En nu ik er over nadenk, niet alleen in de ochtend.

7 reacties

Kom je na een iets te lange dag dodelijk vermoeid thuis, heb je gewoon zin om even ongegeneerd te zwelgen in melancholie. Het kan zomaar gebeuren. Je kiest een CD uit met muziek die herinneringen oproept aan de wat meer smeuïge momenten van je verder toch niet altijd even bijster boeiende leven, en stopt het plaatje in de speler. Je legt jezelf op de bank, sluit de ogen en wacht op dat wat komen gaat. Tranen liefst.

Maar behalve stilte komt er dus helemaal niks.

Enigszins verstoord sta je op, en je controleert of je twee minuten geleden niet per ongeluk naast in plaats van op de play-knop hebt gedrukt. Echter, tot je verbazing zie je dat de afspeeltijd zich gewoon voortsleept in het display van het apparaat.

Langzaam groeit het besef, en na enig speurwerk vind je de losse eindjes van het snoer dat de luidsprekers met de versterker had moeten verbinden. Het snoer dat inmiddels, als was het een lange kralenketting, bijna om de meter van een kroonsteentje is voorzien.

Kijk, zo’n loslopend konijn in huis houdt je dus scherp, wil ik maar zeggen. Weg melancholie, eerst maar eens aan de afwas van de dag tevoren.

7 reacties

Bij voorkeur vermijdt men iedere vorm van sleur, waarbij men er natuurlijk wel voor moet waken niet in de sleur van het voortdurend vermijden van sleur te geraken.

Zo zou ik mezelf bijvoorbeeld dagelijks naar een toetsenbord kunnen sleuren, om U via dit log schrijfsels te doen toekomen. Zit U daar op te wachten? Nee, natuurlijk niet. En ik? Nou, om die sleur zit ik in ieder geval zeker niet verlegen, maar als ik U was zag ik mij liever wel wat vaker schrijven. Dat wel. Doch ik ben U niet.

Het mijden van een toetsenbord getuigt anderzijds echter ook weer van een krampachtigheid die ik mijzelf niet wil toeschrijven. Waardoor U vandaag deze zinnen lezen kunt.

Nadenken over het concept sleur is eigenlijk vrij zinloos. Zoals wel meer dingen.

4 reacties

Geinig was die tijd dat je, niet gehinderd door enige technische kennis, je hele ziel en zaligheid domweg in een mailtje flikkerde en zomaar, lalala hopfaldera, verstuurde, zonder door te hebben dat naast de geadresseerde ook je afstudeerbegeleider, bijbeunend als systeembeheerder, des avonds alles op zijn gemakje nog eens nalezen kon. Dat hij niet te beroerd was om dit ook daadwerkelijk te doen hoeft geen betoog.

Wij spreken hier natuurlijk over bijna tien jaar geleden. Nu is het allemaal anders. Ik pleeg nog steeds zo af en toe mailtjes te versturen volgeplempt met allerhande delicaats, doch een afstudeerbegeleider heb ik niet meer.

En de systeembeheerder van mijn ISP ken ik niet. Voor zover ik weet.

7 reacties