De jongen, laten we hem Kruiper noemen, kroop uit de hoop. Daar stond hij dan, alleen, zonder verwachting, maar zeker van zichzelf. “Ik moet pissen”, dacht hij. Met een tred die zijn aandrang verried begaf hij zich naar het herentoilet. Schouder aan schouder bemanden vier bonkige kerels de plastrog. Een veelvoud van hen stond in de wacht. Er was geen plek voor Kruiper, en dus droop hij af.
“De mens mag dan een sociaal dier zijn, maar dit slaat alles”, vond hij. Terwijl hij zijn blaas even later tegen de eerste de beste boom ledigde, werd hij door de eerste de beste agent op de schouder getikt. Kruiper draaide zich om. De diender ontweek de straal en vroeg de jongen wat dit in hemelsnaam te betekenen had. “Geen idee,” antwoordde Kruiper naar waarheid, “ik plas omdat ik moet.”
“Maar dat gaat zomaar niet,” repliceerde de agent, “U dient zulks op het toilet te volvoeren.” Kruiper wees naar de kroeg waar hij net vandaan kwam. “Bent U er wel eens geweest? Het is daar smérig, man! En bovendien vol.” De agent was onvermurwbaar. “Zo zijn nou eenmaal de regels”, sprak hij. Kruiper, die wist dat hij voor een verloren zaak vocht, zei daar geen boodschap aan te hebben.
De agent slingerde hem op de bon, en Kruiper dacht verslagen aan de regels. Aan alles wat zijn leven bepaalde. Het mens zijn, of nee, het ónder de mensen zijn maakte hem tot iets dat hij niet was. “Misschien is dat het wel,” dacht hij warrig, “waarom ik graag in de bergen loop. Moederziel alleen.” Kruiper nam de bekeuring in ontvangst, wenste de agent een goedenavond en liep heen.
Hij was zichzelf niet, Kruiper, dat had hij goed gezien. Maar of hij het ooit wel zal zijn, zichzelf, dat vraag ik me af. Is het niet zo dat hij de druk van de regels alleen maar voelt omdat hij ertegen vecht? Wordt hij er anderzijds beter of échter van als hij zich er domweg bij neerlegt? Ach, wat boeit het ook? Ik ben Kruiper immers niet.
Kunst is sublimatie, zegt Freud. Ieder kunstwerk is om die reden ook iets heel persoonlijks. Niemand anders dan de maker had hetzelfde kunnen doen. Met dit in het achterhoofd werpe men een blik op een doek van Jackson Pollock. Of beter nog, U maakt zelf zoiets. Geen kwaad woord over Pollock, hoor, maar waarom hangt een schilderij van hem wél in een museum, en een screenshot van U niet?
Aan de wieg van iedere gedachte staat een lastig te sturen toevalligheid. Nog maar pas ontkiemd is een idee kwetsbaar en teer. Een denkbeeld moet rijpen alvorens te schitteren. Dit proces wordt gereguleerd in de broeikas der emotie.
Gedachten gedijen op gevoel.
Vanwaar echter komt het zaad alvorens het ontkiemt? Simpel, uit het hart. Uw gemoed speelt net zo’n cruciale rol bij het aanmaken van gedachteflarden als bij het aaneenrijgen ervan. Ze is de moeder aller ideeën.
Het is verbazingwekkend hoe vaak ratio tegenover emotie wordt geplaatst. Als was er een strijd. Vreemd ook dat de met rede begiftigde persoon niet zelden op meewarige toon als gevoelsarm wordt getypeerd.
Koel verstand versus warm gevoel. Een waandenkbeeld. De diepe denker is een gevoelsmens, meer nog dan zij die het zegt te zijn.
Om hart en hoofd te luchten, iets wat eigenlijk niet vaak genoeg gedaan kan worden, verliet ik vorige week het land richting Pyreneeën. Mijn reisgenoot, tevens bloedbroeder, had voor de gelegenheid een baard laten staan en oogde nu ook van buiten als de stoere viking die hij van binnen is. De week in de bergen werd tussen lange wandeltochten en dito gesprekken door te pas gelardeerd met de gevleugelde woorden: “Wat zou Leif Eriksson gedaan hebben?” Dit leitmotiv plaatste alle beren die onze weg kruisten dwingend in perspectief.
In het gebied rondom de Monte Perdido, rotsachtig prachtig, vol klaterend water en groen genot, maakten wij onze meters. Op zeker moment vroeg mijn broertje zich hardop af wat het nou is dat watervallen zo aantrekkelijk maakt voor de mens. Onderschat ‘m niet, Mijnheer, deze vraag is peilloos diep! Het is een feit dat de talloze cascades die dit berglandschap rijk is veelal met naam en toenaam in wandelgids en op kaart worden genoemd. De paden naar de grootsten zijn zelfs bewegwijzerd. Maar waarom?
Wellicht, zo opperde ik, is het de veilige vorm van geweld wat eenieder fascineert. Je kunt immers vlak náást het donderend geraas gaan staan zonder nat laat staan verzwolgen te worden. Of misschien zoekt men een teken van leven. Een boom is namelijk ook maar een boom, terwijl een waterval moeder Aarde écht in actie laat zien. Peinzend staarde de viking voor zich uit. Hij dacht verder. “Doodsdrift,” zo sprak hij, “laten we dat vooral niet vergeten.”
Later bedacht ik me iets veel minder romantisch. Mogelijk wandelt Jan en Alleman naar watervallen omdat iedereen dat nou eenmaal doet. Zonder erbij na te denken. Een schokkend idee, vond ik, en eentje waar Leif Eriksson nooit ofte nimmer genoegen mee genomen zou hebben.
Afgelopen weekend kocht ik mij, voor een handvol grijpstuivers bij het Kruidvat, een opblaaszetel. Mét pluchen hoes. Op maandagavond achtte ik de tijd rijp om het ding met lucht te vullen. Mijn lucht, wel te verstaan, want een pompje heb ik niet. Een domme actie, zult U misschien zeggen, maar het is niets vergeleken met de blunder die ik een paar uur daarvoor beging.
Het komt weleens voor dat ik moet aantonen dat ik mezelf ben. Vreemd genoeg is een kopie van mijn rijbewijs of paspoort in zo’n geval meestal afdoende. Gezien ik een kopieerapparaat zomin als een pompje tot mijn bezittingen mag rekenen, toog ik die middag naar de Albert Heijn. Vijf eurocent lichter had ik het benodigde bescheid in handen.
Toen ik des avonds de zetel aan mijn lippen zette wist ik niet dat op datzelfde moment mijn rijbewijs in het kopieerapparaat van ’s lands bekendste grootgrutter werd gevonden. Die had ik daar dus mooi laten liggen! Mij van geen kwaad bewust blies ik alle lucht en zuurstof uit respectievelijk longen en hersenen. Een half uur later duizelde het me als nooit tevoren.
Met op de achtergrond de muziek van Nicholas Lens’ Flamma Flamma, naast mij twee flakkerende kaarsen en rondom mij een draaiende kamer was het surreële feest compleet. Dat U niet denkt dat ik nooit iets meemaak! Eenmaal de fauteuil in zijn hoes gehesen, zeeg ik in het pluche neder en bemerkte ik dat er aan het zitcomfort nogal wat mankeerde.
Een tikje teleurgesteld, nog altijd licht in het hoofd en gekweld door andere zorgen die verder niets met stoelen of roze papiertjes te maken hadden huilde ik mezelf in slaap. Pas toen ik vanochtend wakker werd besefte ik met een schok dat ik mijn rijbewijs kwijt was. Met de moed der wanhoop rende ik opnieuw naar de Albert Heijn, lichtte de klep van het kopieerapparaat en vond niets.
Aan het meisje achter de balie vroeg ik daarna of zij misschien iets gevonden had wat op een rijbewijs geleek. Hoop had ik allang niet meer. Wat schetst echter mijn verbazing als zij een la opentrekt en er maar liefst vier stuks uit tevoorschijn tovert?
Dat mijn exemplaar erbij zat maakte me bijna even blij als de wetenschap dat ik niet de enige klungel ben in dit aardse tranendal. Als alleen al dit ene filiaal door drie soortgenoten wordt gefrequenteerd, dan extrapoleert zich dat toch tot een significante groep onder de Nederlandse bevolking. Mijn avontuur met de opblaaszetel zal derhalve ook wel niet uniek zijn. Ik ben geloof ik doodnormaal!
Iemand zei: “Gods doodverklaring werd Nietzsche noodlottig.” Ik had daar zo gauw even geen antwoord op. Later bedacht ik me dat niet Zijn overlijden, maar juist de consequenties die Nietzsche daaruit trok hem de das om deden. Zo logisch waren zijn gevolgtrekkingen immers niet. Of Hij nou bestaat of niet doet weinig ter zake, ofschoon ik daar wel een idee over heb, veel belangrijker is de vraag: hebben we Hem nodig?
Zo kan men kan zich bijvoorbeeld afvragen of naastenliefde een christelijk of een menselijk beginsel is. Het woord sympathie vindt U niet in Nietzsches maar wel in mijn vocabulaire. Ben ik daarom gelovig? Dat lijkt me eerlijk gezegd wat kort door de bocht. Een ethiek die is opgebouwd uit zogenaamd christelijke waarden is niet per se afhankelijk van God, zeg ik, op het gevaar af mij schuldig te maken aan de zoveelste objectivering van mijn eigen gevoel.
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004
juli 2004
juni 2004
mei 2004
april 2004
maart 2004
februari 2004
januari 2004
december 2003
november 2003
oktober 2003
september 2003
augustus 2003
juli 2003
juni 2003
mei 2003
april 2003
maart 2003
februari 2003
januari 2003
december 2002
november 2002
oktober 2002
september 2002
augustus 2002
juli 2002
juni 2002
mike(at)mikz.net