Ooit komt er een dag dat iemand een machine maakt die kan begrijpen. Wat je ook tegen het apparaat zegt, altijd krijg je, na enig rekenwerk, een antwoord waar begrip uit spreekt. Alsof je een goede vriend tegenover je hebt.

De uitvinding wordt echter op hoon onthaald. “Een begrijpende machine, dat kan toch helemaal niet”, zegt iedereen. En dus neemt niemand de moeite om zelfs maar te kijken. Op één persoon na, die de maker vraagt wat dat nou eigenlijk is, die begrijpmachine.

“Wat is dat nou eigenlijk, die begrijpmachine?”
“Het tastbare resultaat van jarenlang onderzoek, Mijnheer. Aan de basis ervan ligt de hypothese dat iedere vraag een antwoord impliceert. Ik ben, simpel gezegd, op zoek geweest naar een algoritme dat antwoorden uit vragen destilleert. En dat algoritme heb ik gevonden.”
“Uw machine geeft antwoorden?”
“Meer dan dat. Ook op losse opmerkingen wordt gereageerd. Indien nodig met een gepaste stilte.”
“Volgens de door U opgestelde regels.”
“Precies.”
“Het is dus een truukje.”
“Een truukje?”
“Nou, de machine begrijpt niet echt wat iemand zegt, maar omdat hij gebruikt maakt van Uw algoritme lijkt het net alsof.”
“Ik zie het verschil niet.”
“Een machine kan toch nooit begrijpen zoals een mens begrijpt?”
“Oh nee? Kunt U mij dan vertellen hoe een mens begrijpt, Mijnheer? Als ik iets tegen U zeg, dan antwoordt U toch ook volgens een zeker algoritme? Uw reactie is toch helemaal afhankelijk van wat ik zeg?”
“Maar ik kan me er iets bij voorstellen. Bij wat U zegt.”
“Mijn machine zegt ook dat hij zich er iets bij kan voorstellen.”
“Maar ik heb verstand. En daarmee kan ik Uw uitspraken volgen. Begrijpen dus.”
“Waar zit Uw verstand dan, Mijnheer? Kunt U het aanwijzen? Volgens mij heeft mijn machine evenveel verstand als U.”
“..”
“..”
“Ik geloof dat ik U begrijp.”
“Meer dan dat is niet mogelijk, Mijnheer.”

18 reacties

Naamsbekendheid is zó vaak omgekeerd evenredig aan kwaliteit, dat men welhaast van een wetmatigheid spreken kan. Heel onlogisch is dit natuurlijk niet. Immers, het geld dat men in reclamecampagnes pompt, had vaak beter aan de ontwikkeling van een produkt besteed kunnen worden. Neem nou zoiets als Microsoft, en al zijn derivaten. U heeft er vast wel eens van gehoord. Waarschijnlijk voldoende om mij met dit voorbeeld voor open doel te zien scoren.

Van nature ben ik trouwens sowieso niet bepaald het type dat voor een merk gaat. Desgewenst zou ik dit kunnen illustreren met het Calvin Klein ondergoed dat ik nooit heb gekocht, laat staan gedragen, maar vermoedelijk zal dit U aan Uw reet roesten. Veel interessanter is het wellicht wanneer we eerdergenoemde wetmatigheid toepassen op de mens.

Is hij die zichzelf goed weet te verkopen ook daadwerkelijk beter dan de wat meer timide uitgevallen persoon? Neen, driewerf neen! Eerder vaak dan soms is het omgekeerde het geval. Tot frustratie van menig sollicitant is de gemiddelde werkgever niet op de hoogte van deze regel. Maar ook degeen die de drempel al wel is gepasseerd blijft er keer op keer versteld van staan wat er binnen een bedrijf allemaal boven komt drijven. Vliegenpoepjes, Mijnheer!

Hoeveel tijd er wel niet verdaan wordt met profileren, het is werkelijk waar onvoorstelbaar. En wie er niet aan meedoet valt zonder pardon buiten de boot. Het is uiteindelijk dan ook helemaal geen wonder dat de beste stuurlui aan wal staan.

9 reacties

Op ongezette tijden laat ik U, waarde lezer, voor mijn geestesoog passeren.

U klinkt het glas dat ik hef, terwijl mijn gezicht Uw glimlach spiegelt. Zowel U als ik weet niet waar te beginnen, en nog minder waar te eindigen. De onwennigheid verdrinkend, verwoorden we om beurten het onuitgesprokene. Onder vier fonkelende ogen leren we wat het is dat zeggen van schrijven onderscheidt. U lacht om mijn lach, en ik om de Uwe. We praten eindeloos. Luisteren ademloos. En vliegen door de tijd die vanzelfsprekend nooit lang genoeg kan zijn.

Zou ik U ooit in werkelijkheid ontmoeten, dan niet zonder verwarrend déjà vu.

6 reacties

Twee onafhankelijke en voorzover mij bekend betrouwbare bronnen meldden mij dat hun reacties niet doorkomen in dit log. Wanneer zij hun commentaar proberen te plaatsen verdwijnt deze in het niets. U begrijpt, dit zit mij dwars. Niet in het minst omdat het mij een raadsel is. Zou wordpress misschien selectief zijn? Ik dacht het niet. Heb ik mezelf dan vergaloppeerd bij het programmeren van deze pagina? Lijkt me uitgesloten.

Tot nu toe ging ik er vanuit dat mikzlog bewaakt werd door een stuk of tien moedige, buitengewoon intelligente reactievoerders. Het idee dat er misschien wel duizenden lezers zijn die dit log tevergeefs van weldoordacht commentaar proberen te voorzien maakt zenuwachtig. En dan heb ik het nog niet eens over mijn schuldgevoel. De mooiste teksten zwerven op deze manier doelloos tot in lengte van dagen het internet rond, als ze al niet direkt in de shredder zijn beland. Mocht U last hebben van voornoemde problemen, wilt U dan zo goed zijn te reageren op dit stukje? Dan weet ik tenminste hoe groot de schade is.

15 reacties

Vannacht sliep ik acht uren, en eindelijk ben ik wakker genoeg om te beseffen dat ik dat meer zou moeten doen. Des morgens, wanneer ik door de wekker op een belachelijk vroeg tijdstip zonder mededogen uit de zoetste dromen word gesleurd, besef ik dat ik geen ochtendmens ben. Zomin als een avondmens trouwens, hetgeen mij pijnlijk duidelijk wordt als ik tegen twaalven boven een boek of, erger nog, voor de TV wegsukkel. Vreemd genoeg kies ik onbewust voor kwantiteit in plaats van kwaliteit waar het mijn wakkere leven betreft. Zoveel mogelijk absorberen, tot aan de pulp toe. Vermoeiend, hoor. En de spiraal is neerwaarts, want hoe langer men zich met de tong op de schoenen voortsleept, hoe minder men überhaupt kan opnemen. Of vasthouden, het gat in mijn geheugen indachtig. Wie de keuze tussen kwantiteit en kwaliteit in eerste instantie niet wil maken koestere de slaap. Daar geldt immers: hoe langer hoe beter. De kostbare tijd die de uitgeslapene rest is voor de mooie dingen. Nu alleen nog even bedenken welke.

Voeg een reactie toe

Is mijn geheugen selectief, of ben ik het? Zo op het eerste gezicht is deze vraag weinig interessant. Op het derde daarentegen geeft hij een bescheiden hoopje stof tot nadenken. Niet verwonderlijk natuurlijk, want is niet alles fascinerend op het derde gezicht? Niks mis met de mens die wikt en weegt alvorens hij nogmaals omkijkt.

Maar goed, het geheugen dus, en de inmiddels welbekende vraag of ik baas in eigen hoofd ben. Vroeger is mij geleerd dingen niet op te kroppen. Dingen? Nu ja, verdriet, frustratie, teleurstelling en zulks. Eigenwijs als ik was deed ik dat natuurlijk wel, zo af en toe. Ik kwam er in ieder geval niet mee naar buiten. Sterker nog, ik vergat dergelijke zaken doelbewust. Elimineerde ze. Niet altijd zonder moeite, dat moet gezegd, maar uiteindelijk was de zege daar. Althans, zo meen ik mij te herinneren.

De buitenstaander die mij als binnenvetter ziet kent het gat in mijn geheugen niet.

De geëigende weg, volgens de boekjes, om over een diepverstopte traumatische ervaring heen te komen is om haar op te rakelen. Eerst onder ogen zien, daarna pas genezen. Is het niet eenvoudiger, bedenk ik me weleens, om de herinnering gewoon direkt definitief te wissen? Weg met dat oud zeer. Shift delete, als het ware.

Gemakkelijker gezegd, dan gedaan, zult U opmerken. Toch heb ik er steeds minder moeite mee. Vergeten is een kunst die men al doende leert. Vervelend genoeg zijn het de laatste tijd niet alleen nare dingen die aan mijn geheugen ontsnappen. Ook de leuke raak ik kwijt, geloof ik. Om over zoiets als het scala aan wachtwoorden en pincodes waar een modern mens gebruik van maakt maar te zwijgen.

Wil ik zelf nog wel eens selectief zijn, het gat in mijn geheugen is dat zeker niet.

4 reacties

Ik?
Ik ben niet onzeker.
Ik ben niet onzeker.
Ik ben niet onzeker.
Ik ben niet.

5 reacties

Opeens regende het lijm. Dikke klodders. Ik was buiten toen het begon, nu zes dagen geleden. Eerder dan de bui, die hardnekkig bleek, verdween mijn verbijstering. Met kleef in mijn haar belde ik aan bij het eerste het beste huis. Een willekeurig persoon deed open, en keek mij grootogig aan. Schuilen wilde ik, en dat mocht.

Eenmaal binnen voelde ik me er niet thuis. De bewoner was in alle opzichten schonkig. Toch bleef ik, want welke gek gaat er nou middenin de lijm staan? Terwijl het plaksel langs de ramen droop liepen de straten leeg.

We keken elkaar aan. Er was geen sprake van een gesprek. Mijn stem stokte bij iedere poging, en niet zonder reden. Zoals vrijwel geen enkel huis hermetisch gesloten kan worden, had ook deze kieren. Meer dan dat had de lijmdamp niet nodig om op mijn keel te slaan. En op mijn hersenen.

5 reacties