Gevaarlijk denken voor beginners
Wij zijn allen gemanipuleerd. De ongelukjes daargelaten is eenieder op zeker moment welbewust verwekt. En ook al is dat laatste misschien niet helemaal het geval geweest, dan nog bent U genetisch gezien wie U bent doordat Uw vader Uw vader is en Uw moeder Uw moeder. Zij hebben ooit voor God gespeeld.
Wat nu als een kundig wetenschapper vóór Uw geboorte ook nog wat had geknutseld aan Uw genetische code? Als hij U, mocht hij daartoe in staat zijn geweest, een paar IQ-puntjes extra had gegeven? Of groene ogen? Of meer tiet?
Had U zich dan ‘minder echt’ gevoeld? Vermoedelijk niet. Sterker nog, als hij dat niet had gedaan dan was U iemand anders geweest. Dan bestond U dus niet. Wat ik maar wil zeggen is dat de grens tussen natuurlijk en gemanipuleerd niet zo scherp is als ze lijkt.
Stelt U zich eens voor dat er niet één zo’n kundig wetenschapper zou zijn, maar een heleboel. Die er met z’n allen voor zorgden dat er geen ziektes meer worden geërfd. Een aanlokkelijk idee, nietwaar? En als ze dan toch bezig zijn, waarom niet meteen de ongure types bijgeschaafd?
Aan genetische manipulatie op zich is niks engs. Veel interessanter is het om te weten waarom vrijwel iedereen denkt dat zo’n heerlijke, nieuwe wereld inferieur is aan de onze.
Taal is wat ons bindt. Niets meer en niets minder dan dat. Schamen hoeven we ons daar niet voor. Immers, de taal is het huis van het Zijn, zoals de overigens zelf niet altijd even leesbare Heidegger ooit schreef. In vergelijking met dit huis zijn er ongetwijfeld ranziger ontmoetingsplekken denkbaar.
Was U dit huis nooit betreden, dan bestond ik niet voor U, en U niet voor mij.
Van de thema’s die ik hier pleeg aan te snijden is vriendschap, zeker de laatste tijd, geen onbelangrijke. Het is U wellicht opgevallen, of reeds de keel uit gaan hangen. Hoe dan ook, als het Zijn in de taal huist, dan zeker ook de vriendschap. Maar is het wel voldoende?
Ik ben altijd wat huiverig om U als vriend te betitelen. En waarom? Omdat ik gevoelsmatig van mening ben dat er toch iets meer bij een vriendschap komt kijken. De taal is weliswaar een noodzakelijke voorwaarde, maar misschien niet afdoend. Hetzelfde geldt voor Heideggers Zijn.
Mocht U zelf ooit verstrikt dreigen te raken in moderne - of erger nog postmoderne - filosofische teksten, neemt U dan van mij, als vriend, aan dat er geen betere remedie is dan teruggrijpen op de klassieken. Zo nam ik onlangs Cicero’s Over vriendschap ter hand.
Waarlijk, het is een genot om deze man te lezen!
Zijn lofzang stelt allereerst dat een vriendschap op natuurlijke wijze, uit liefde, ontstaat. Een relatie gebaseerd op persoonlijk gewin is dat nooit. Welnu, daar kunnen wij ons in vinden, nietwaar? Ik neem aan dat U van mij niet beter wilt worden, maar dat iets U aanspreekt.
Daarnaast, zegt Cicero, is ware vriendschap slechts tussen nobele mensen mogelijk. Het is karakteradel die tot vriendschap inspireert en vriendschap in stand houdt. De nobele inborst zorgt er voor dat een vriendschap geen geweld wordt aangedaan. Men vraagt een vriend niet wat hij niet kan bieden.
Anderzijds wordt de trouw van vrienden getoetst bij tegenslag. Ook hier is vanzelfsprekend karakteradel vereist. En eindelijk dan kom ik, dankzij Cicero, tot iets concreets. Ofschoon ik geen reden heb om te twijfelen aan de nobelheid van Uw hart, heb ik het nooit getoetst. Heeft U een nobel hart?
Mijn onzekerheid over onze vriendschap komt dus eigenlijk voort uit het feit dat ze nog niet op de proef is gesteld. En dat - hoezeer mijn empirische natuur ook om vergiffenis smeekt - getuigt niet erg van karakter.
Er is een subtiel verschil tussen luistergenot en het luisteren naar genot. Niet iedereen schaart het laatste immers onder het eerste. Zelf stoor ik mij eerlijk gezegd niet zo aan het geluid van de vriendin van mijn buurman.
Jarenlang stond het pand naast het mijne leeg, totdat het afgelopen zomer gevuld werd met een handvol appartementen. Eentje daarvan behoort hem die ik zojuist mijn buurman noemde toe. U begrijpt, akoestisch gezien is zijn slaapkamer een deel van mijn huis. En soms heeft hij bezoek.
’s Mans eigen gegrom is in mijn oren weliswaar een heel stuk minder charmant, maar het mag de pret niet drukken. Waar ik zo af en toe wel eens van sta te kijken is de kracht van de beelden die dit soort geluiden oproept. Het blijkt onmogelijk om dergelijk rumoer niet te visualiseren.
Zonder moeite kijk ik dwars door de muur heen, hetgeen fysisch gezien toch op z’n minst opmerkelijk genoemd mag worden. Bij wijze van experiment wilde ik het een en ander eens podcasten. Om te zien of U vanaf Uw plek ook door mijn muur kunt kijken. Of dat het misschien aan mij ligt.
Lang verhaal kort, juist toen ik klaar stond om de herrie op te nemen, werd het stil. En dat bleef het. Inmiddels alweer enige maanden. Het is net alsof mijn buurman het zaakje in de gaten heeft. Alsof hij ook door de muur kijkt. Maar ik geef geen kik.
Misschien is het wel uit met zijn vriendin.
Helaas, of gelukkig zo U wilt, kan ik U nu dus nog geen beeld via geluid versturen. Dat experiment stellen we maar even uit. Naar ik hoop zijn mijn woorden voor het moment beeldend genoeg.
Over ‘living dangerously’ gesproken, sinds enige tijd neem ik wel eens een luisterboek tot mij. Laatst beëindigde ik The dream of reason van Anthony Gottlieb. Achttien uur luistergenot. U, die misschien dacht dat er geen gevaarlijke boeken bestaan, moet ik nu dan toch definitief uit de droom helpen.
Deze ogenschijnlijk oerdegelijke en daarom weinig spannende geschiedenis van de filosofie is namelijk levensgevaarlijk. Vooral wanneer beluisterd in de auto. Zo reed ik wekenlang iedere ochtend in alle vroegte naar mijn geldschieter, terwijl een onberispelijk Engels sprekende stem mijn trommelvliezen beroerde.
Probeert U maar eens in te voegen als Uw hoofd wordt volgepompt met Parmenides. Een aanradertje, Mijnheer! Let U op mijn woorden, de eerste mens die door een boek op deze manier het loodje legt laat niet lang meer op zich wachten.
Geluk heb je in soorten en maten.
Zo is er bijvoorbeeld de zielenrust, een serene staat van zijn, van alle gemakken voorzien en zonder enig gevaar. Ware het een bloem, men zou van een lafbekje spreken. In scherp contrast is daar de jubel, kortstondig maar intens, in scheuten groeiend. Doornig.
Het volgende citaat van een citaat landde recentelijk in mijn hoofd en schoot wortel.
“I agree with Nietzsche that ‘The secret of a joyful life is to live dangerously.’ A joyful life is an active life - it is not a dull, static state of so-called happiness. Full of the burning fire of enthusiasm, anarchic, revolutionary, energetic, daemonic, Dionysian, filled to overflowing with the terrific urge to create - such is the life of the man who risks safety and happiness for the sake of growth and happiness.”
Gevaarlijk want gelukkig wil ik zijn.
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004
juli 2004
juni 2004
mei 2004
april 2004
maart 2004
februari 2004
januari 2004
december 2003
november 2003
oktober 2003
september 2003
augustus 2003
juli 2003
juni 2003
mei 2003
april 2003
maart 2003
februari 2003
januari 2003
december 2002
november 2002
oktober 2002
september 2002
augustus 2002
juli 2002
juni 2002
mike(at)mikz.net