Het stormt. Met huilende wind striemt het water op het dek. Alles kraakt op dit zinkend schip, dat door een halve oceaan van de wal gescheiden is. Witte knokkels omklemmen de reling. De stuurman staat alleen. In opperste vertwijfeling roept hij om hulp maar zijn woorden lopen, klats klots, de spuigaten uit.
“Doe eens iets grappigs”, hadden ze hem gezegd. Het deed zijn hoofd tollen, zijn stem stokken, zijn ogen draaien, en hem eens te meer beseffen dat hij geen geinponem is.
Met zelfbevrediging is niks mis, tenzij Uw nieuwsgierigheid daartoe overgaat.
Een toch zeker in mijn gedachten regelmatig terugkerend onderwerp is dat van de virtuele identiteit. Hoe U mij ziet, en hoe ik mij hier laat zien. En of dat een juiste afspiegeling is van de werkelijkheid. Want, voor het geval U er nog aan twijfelde: ik besta ook in het echt.
Ooit opperde iemand, zeker niet de minste overigens, om daar eens een doctoraatsverhandeling aan te wijden. Er valt veel voor en over te zeggen, ofschoon niemand daar bij mijn weten ooit echt gehoor aan gegeven heeft.
Recentelijk werd de verwarring die een virtuele identiteit kan veroorzaken weer actueel, omdat ik er, elders, zelf slachtoffer van werd. Ik kon niet duiden wat ik las, en bleef vertwijfeld achter.
Naast wat nu volgt is dit een interessant artikel dat ingaat op deze materie. Zo U het nog niet kende kunt U er Uw voordeel mee doen, doch tot lezen bent U uiteraard niet verplicht.
Vroeger was het makkelijk. Ik was vrij stellig, en leefde in de overtuiging dat alles wat U hier leest mijn ware ik weerspiegelt. Ik dacht zelfs serieus dat het niet mogelijk is om mij beter te leren kennen dan via mijn schrijven. Nu twijfel ik enigszins, en daar dragen bovenstaande ervaring, het genoemde artikel en de reacties op Jeugdzonde toe bij.
Hoe oprecht mijn intenties om mij te laten kennen ook zijn, ik heb niet in de hand wat U er mee doet. Uw interpretatie staat los van mij. Maar het kan zelfs nog erger. Wellicht is ook mijn virtuele identiteit op zichzelf staand, en is mIKe in de verste verte Mike niet.
Dit laatste is op minstens twee manieren mogelijk. Ofwel komt iedere poging om een Zelf te vatten neer op een kunstmatige constructie, gemaakt van woorden die enerzijds de plank misslaan en anderzijds nooit alles kunnen vertellen, ofwel is er helemaal geen vastomlijnd, statisch Zelf.
Op het eerste gezicht is een dynamische persoonlijkheid vooral op internet, in ‘cyberspace’, meer regel dan uitzondering. Alle zorgvuldigheid die uit mijn archieven spreekt ten spijt, aan het idee dat een weblog zo goed is als zijn laatste stukje wordt helaas veel te vaak waarde gehecht.
Maar in het echte leven is het niet anders. Sterker nog, daar is zo’n vrij toegankelijk archief niet eens voorhanden. Dit, gecombineerd met de gedachte dat U bent zoals U overkomt, maakt Uw persoonlijkheid nogal vluchtig. U mag zelf bedenken of die notie nou beklemmend of bevrijdend is.
Toch valt er wel iets aan te merken op de stelling dat U en ik niets anders zijn dan zichzelf continu herdefiniërende identiteiten. Immers, hoe kunnen wij elkaar in dat geval ooit herkennen? Er is mij weleens gezegd, en ik zou mij gestreeld voelen als het waar is, dat een tekst van mijn hand geen ondertekening behoeft: het is zo wel duidelijk dat ik het geschreven heb.
Evenzo hoeft een vriend of kennis zich niet telkens opnieuw voor te stellen.
En dus, ervan uitgaande dat een identiteit, virtueel of niet, in ieder geval een onveranderlijke kern heeft, is de volgende vraag het stellen waard. Zocht ik U, of vond U mij? Ik hoop van ganser harte het laatste.
Voor de zekerheid de Van Dale er nog maar eens op nageslagen.
re·gel (de ~ (m.), ~en/~s)
reeks woorden over een bepaalde breedte geschreven of gedrukt
En jawel, deze pagina staat vol met onregelmatige regels. De breedte is immers allerminst bepaald. Nu moet ik U bekennen dat ik daar sinds kort, meer dan ooit, mee worstel. Het wil weleens gebeuren dat ik een stukje tik, om er vervolgens veranderingen in aan te brengen, enkel en alleen omdat de vorm der alinea’s mij stoort (neem nou deze, expres onaangepast).
Uitlijnen biedt geen soelaas. Minstens even erg als een weerbarstige regelbreedte is een variabele s p a t i ë r i n g.
Maar er is ook een positieve kant. Het is net alsof ik hier op mijn oude Olivetti tekeer ga. Oh, bitterzoete weemoed! En daarnaast, het moet haast wel goed met mij gaan dat ik mij druk weet te maken om dit soort futiliteiten.
Niet helemaal toevallig kwam mij zojuist een aantal verhalen uit een ver verleden onder ogen. Ik las wat ik twintig jaar geleden schreef, en werd geconfronteerd met het jongetje dat ik ooit was, en eigenlijk nog altijd ben. Speciaal voor U heb ik er iets van ingescand.

Ervan uitgaande dat de letters van deze twee bladzijden te klein zijn om gelezen te kunnen worden grijp ik hier nu de kans om ze van een inleiding te voorzien. Amper vijftien jaar oud kocht ik bij de inmiddels ter ziele gegane kringloopwinkel ‘Het witte huisje’ een groen metalen typemachine. Het was een loodzwaar apparaat.
Vast van plan om ooit wereldberoemd te worden vierde ik mijn lust tot schrijven bot op deze Olivetti. Tot op de dag van vandaag zijn de verhalen echter nooit verder gekomen dan de huiselijke kring waar ik destijds deel van uitmaakte. Niet dat mij dat dwars zit, hoor. Zo vreselijk goed schreef ik nou ook weer niet.
Of deze jeugdzonde er de oorzaak van is dat ik mij heden ten dage nogal eens erger aan personen die zich in alle ernst ’schrijver’ noemen weet ik niet. Misschien is het eerder de zelfingenomenheid die er vaak bij lijkt te horen waar ik niet tegen kan. De reden dat ik mij hier laat lezen heeft met eigendunk dan ook niets van doen.
Het verhaaltje in kwestie rammelt stilistisch gezien evenveel als die oude typemachine, maar qua thematiek zegt het meer over mij dan ik U open en bloot durf te vertellen. Misschien leest U wel wat ik niet zeggen kan.
De Olivetti had, tussen haakjes, geen backspace-toets. Mijn woorden werden direct aan het papier toevertrouwd. Geen eindeloos geschaaf dus, zoals hier. Slechts één enkele keer heb ik bij het schrijven naar de tipp-ex gegrepen, om een verleden tijd in een tegenwoordige om te zetten. Ach, U zult het wel zien.
Enfin. Dit alles was, zoals eerder gezegd, bedoeld als inleiding, en dus niet als apologie. Beter storte U zich op de tekst zelf. Niet door een gewoon vijftienjarig jongetje geschreven, maar door mij.
Er is een subtiel verschil tussen nooit gedacht en ooit geweten, maar in de praktijk heb je daar helemaal niets aan. Het komt op hetzelfde neer.
Tegen het bovenstaande valt weinig in te brengen. Slechts die enkele theoreticus onder U zal zich - net als ik - tegen de haren in gestreken voelen. Nuchterheid ergert soms, en hoewel ik niets opschiet met het antwoord vraag ik me af waarom.
Vroeger droomde ik ervan om af en toe eens een nachtmerrie te hebben. Of eventueel iets anders spannends. Wij hebben het hier over de tijd dat ik in alle opzichten aan het ontluiken was. Ergens had ik opgepikt dat vooral de met een creatieve geest behepte mens met regelmaat geplaagd wordt door nachtelijke waanzin. En zo iemand wilde ik zijn. Maar wat ik ook probeerde, nooit baadde ik bij ontwaken in zweet of ander lichaamsvocht.
Mijn dromen waren voor alle leeftijden. Ik moest wel suf zijn. U begrijpt, frustratie was mijn deel. Ik kwelde mijzelf met de pijnlijke gedachte dat mijn geest niet sprankelde. Het grote moeten werd de echte nachtmerrie. Er kwam helemaal niets.
Tot voor kort. Niet zo heel lang geleden was daar het moment dat ik de knop zomaar omdraaide. Ik laat me toch zeker niet gek maken, hield ik mezelf voor. Mijn vredige nachtrust is me het schamen niet waard. Sindsdien doe ik dus geen oog meer dicht. Blij toe.
“Cirkels. Overal cirkels”, zegt ze.
Al waren het vierkanten, of onregelmatige veelhoeken. Wat zij zegt is altijd beter dan niets. De herhaling, de eeuwige strijd tussen het plezier van nog een keer en de teleurstelling van al gezien, is in dit geval bij voorbaat beslecht. Zij inspireert, en zonder aarzelen wissel ook ik kerfstok in voor schone lei.
Tussen U en de wereld staat Uw wereldbeeld, net zoals dat bij mij het geval is. Ontbrak die tussenstap, dan waren wij het nooit oneens. Uw wereld is immers ook de mijne, maar Uw wereldbeeld waarschijnlijk niet.
Dit beeld, Uw perceptie van de wereld, is gevoelig voor invloeden van buitenaf én binnenuit. Niet alleen de zon zelf is er de oorzaak van dat U ‘m ziet schijnen, maar ook Uw gemoed.
Naast voor de hand liggende vervormers van een wereldbeeld, zoals alcohol, hormonen of een combinatie daarvan, zijn er ook venijniger varianten. Wat dacht U bijvoorbeeld van gedachten? In principe zou ik zelfs met mijn gedachten Uw wereldbeeld kunnen vervormen.
Maar hoe werkt het? Wat is het? Het moge duidelijk zijn dat je een wereldbeeld niet zomaar kunt oppakken of aanwijzen. Moet ik Uw of mijn wereldbeeld zien als een filter, dat afhankelijk van de mate van beïnvloeding de wereld naar waarheid toont?
Of is het iets op zichzelf staands, bij wijze van spreken een plekje in het hoofd, alwaar het beeld van de wereld al bij voorbaat gekleurd is? Een soort werkruimte, waar Uw verstand gebruik van maakt, buiten het bereik van de échte wereld.
Of zit het anders in elkaar?
Misschien vraagt U zich af waar ik nou eigenlijk heen wil, en of het belangrijk is om te weten hoe wij de wereld bezien. Welnu, dat zal ik U vertellen, en het is ontzettend belangrijk.
Wetenschap beschrijft, en filosofie verklaart. Maar wát dan? Feitelijk niet de wereld, maar een wereldbeeld, zoals net bleek. De vraag of wij op deze manier in staat zullen zijn de wereld daadwerkelijk te begrijpen is legitiem.
Anders gezegd, hoe kan ik ooit de waarheid vinden als ik haar zelf, vóórdat ik kennis van haar neem, vervorm? Juist omdat ik de wereld wil kennen ben ik benieuwd naar Uw beeld hieromtrent.
“Lachen is gezond, zeggen ze, maar het lukt me niet.”
“Wat is het probleem, Mijnheer?”
“Ik kom niet veel verder dan grijnzen.”
“Probeert U eens te gniffelen.”
“Hoe doe ik dat?”
“Door heel hard te gnuiven.”
“OK, en dan?”
“Giechelen! Uit alle macht.”
“Hmm, het blijft toch grinniken. Wat ik wil is gieren.”
“Ik ben bang dat ik U dát niet kan leren.”
“En daar word ik dus niet vrolijk van.”
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004
juli 2004
juni 2004
mei 2004
april 2004
maart 2004
februari 2004
januari 2004
december 2003
november 2003
oktober 2003
september 2003
augustus 2003
juli 2003
juni 2003
mei 2003
april 2003
maart 2003
februari 2003
januari 2003
december 2002
november 2002
oktober 2002
september 2002
augustus 2002
juli 2002
juni 2002
mike(at)mikz.net