Er komt een tijd dat de ervaringsmachine werkelijkheid wordt. Als U wilt kunt U erin. Een hersenspecialist rommelt wat met elektrodes aan Uw hoofd. Een vriendelijke dame vraagt of U wel lekker ligt. U knikt, en dan is het zover: de knop gaat om. De machine bepaalt Uw ervaring. Het gedachtespel is echt.
Het is niet dat U er voor een uurtje ligt. Uw lichaam wordt kunstmatig gevoed. De wereld zal U missen, want U bent uitgestapt. Voor mij bent U dood, maar U weet niet beter. U leidt het leven dat U altijd heeft gewild, want vóórdat U de ervaringsmachine in ging koos U het programma dat U op het lijf geschreven is. Iets met zon en vrijheid. En ongedroomde sex.
Zou U het doen?
Robert Nozick denkt van niet. Hij zegt dat er een verschil is tussen iets doen en ervaren dat je iets doet. De ervaring alleen bevredigt niet. Daarnaast wil iedereen iemand zijn, en dat bereik je niet door uitstappen. Boeiend vind ik zijn bewering dat wij in zo’n machine het contact ‘with any deeper reality’ verliezen. We raken van God los.
In zeker opzicht ben ik het met hem eens. De reden dat ik niet uit dit leven en in de machine zou stappen is de liefde. Ik geloof dat je daarin moet geloven, en dat het niet te simuleren valt. Vriendschap, het contact van mens tot mens, is volgens mij iets goddelijks. Ik vind de atheïstische dominee, die hier te lande door de kerk verketterd wordt, dan ook zo gek nog niet.
U bent Robert Nozick zomin als mij, en dus is het heel goed mogelijk dat U er volkomen anders over denkt. Misschien gelooft U niet in ‘meer’. Vandaar dat ik U nogmaals vraag of U het zou doen. Richt Uw antwoord tot de mens die ik ben, niet tot de ervaringsmachine waarmee U mij verwart.
Welgeteld is Kruiper pas 36, maar soms voelt hij zich 82. Gelukkiger kan een mens, volgens hem, niet zijn. De grijsaard zucht: “Als ik toen wist wat ik nu weet, wat had ik het dan gemakkelijk gehad!” Kruiper lacht, want hij weet. Zijn ogen zijn die van een ouderling.
Johann Sebastian Bach toont ons, in een van zijn cantaten, de figuur Simeon. De compositie is een teerhartig portret van een man die zich op zijn dood verheugt nadat en omdat hij Jezus heeft gezien. Deze goddelijke muziek behoort tot het mooiste wat Kruiper ooit hoorde.
Hoe oud Simeon was is niet bekend. Misschien, denkt Kruiper, was hij wel 36. Waar het om gaat is dat Simeon de innerlijke vrede vond die ook Kruiper niet vreemd is. En dat besef ontroert hem, tot tranens toe. Hij heeft Jezus dan wel niet gezien, maar hij heeft Bach gehoord. Er hat genug.
Ieder mens heeft een fundamenteel recht op geheimen, maar vaart er wel bij wanneer hij zich dat recht ontzegt. De nuance waarvan ik deze stelling wil voorzien bevindt zich volledig buiten de persoonlijke levenssfeer. Op dat mijnenveld van laster en eerroof danst U bij voorkeur niet al te uitbundig, maar onder ons gezegd en gezwegen mag de tango naakt.
De vraag is dus eigenlijk waar U precies de deur plaatst door welke U uit Uw privé-domein in de publieke ruimte stapt. Helaas blijkt ze maar al te vaak gemaakt van tanden: ik geef het U te doen om alle monden waar geen compromitterend woord uit komt te voeden.
In mijn ogen is er geen mooier verbond dan dat van mensen die geen geheimen voor elkaar hebben. Uiteraard moet er dan wel sprake zijn van een wederzijdse, ongeveinsde interesse. Maar da’s logisch: zonder Uw belangstelling hou ik ook mijn bek.
De boeken in mijn kast zijn zorgvuldig ongeordend. Het alfabet heeft geen vat op hen, en zelfs naar genre wil ik ze niet schikken. Hooguit het formaat speelt een rol. Ik doe dit doelbewust ‘om de serendipiteit een kans te geven’, opdat ik ook wel eens iets vind wat ik niet zoek.
Net als bij een goed gesprek ligt de schoonheid in het dwarsverband.
Afgelopen weekend, tijdens een gemoedelijk onderons, sprak ik met een vriend over schaken en het leven. Nadat hij zijn enthousiasme voor het koningsspel niet onder stoelen of banken had gestoken betrok zijn gezicht toen het onderwerp wisselde en ik hem vroeg naar zijn geluk.
Hij leed aan de ziekte der dertigers.
Misschien kent U dat. De hoop van zijn jeugd was verdrongen door het besef dat hij inmiddels in de toekomst is beland: het kan niet alle kanten meer op. Zijn onrust werd nog eens versterkt door de vraag of dit, het hier en nu, nou alles is. Terwijl we afdaalden in zijn put schoot me wat te binnen. Ik stond op, liep naar mijn boekenkast en viste daar zonder aarzelen een reddingstouw uit.
Al regeert de chaos, ik ben nog altijd koning.
Het werkje was getiteld ‘Strategie en taktiek in het schaakspel’, en bood mij de kans om ons eerdere onderwerp weer terug te halen zonder het huidige uit de weg te gaan. Aldus mengde doctor Max Euwe, oud-wereldkampioen schaken en schrijver van het boekje, zich postuum in ons gesprek.
“De mens ziet zich onophoudelijk voor twee problemen geplaatst: Wat moet ik doen en hoe moet ik het doen? Het is mogelijk, dat in sommige gevallen een dezer problemen het ander zo sterk in belangrijkheid overtreft, dat het schijnt, of we maar met één probleem te maken hebben, maar in feite zijn toch steeds beide problemen aanwezig.”
Met deze wijsheid diagnosticeerde ik het euvel: mijn vriend is een geboren tacticus die de strategie een beetje uit het oog verloren heeft. Maar, troostte ik hem, zijn wij dat niet allemaal? Hoe vloeiend de parallel tussen schaakspel en leven zich ook laat trekken, het laatste win je niet.
Het is dus eigenlijk de kunst om op glorieuze wijze mat gezet te worden. Nou, en dát kan hij wel, die maat van mij.
“Vroeger schreef U nog weleens van die fijn puntige dialogen.”
“Vandaag nog.”
“Echt waar?”
“Echt waar.”
“Oh, dan ga ik snel kijken!”
Stel, je bent verwikkeld in de liefde van je leven. Ook als je haar niet ziet raakt ze je. Ze ademt je gedachten, en de hare zijn in jou. Ieder gesprek begint waar de beleefdheid eindigt. Het is echt. Aan een half woord genoeg, en toch nooit uitgepraat.
Wat moet je ermee?
Je bent graag alleen, maar vooral omdat je weet dat zij er is. Ergens. Altijd. Een bron van vreugde. Al woont ze mijlenver van je vandaan, door haar voel je je thuis, waar je ook bent. En, elk samenzijn is een feestje. Het geluk volmaakt.
Niets dan de angst voor verandering knaagt aan de wortels van deze idylle. En anders wordt het, hoe dan ook. Je woont tijdelijk twee hoog achter, de termijn loopt nog dit jaar ten eind. Hoe pakt de verhuizing uit? Wat ga je eigenlijk doen? De intens opwindende mogelijkheid om samen een paleisje te betrekken is niet alleen denkbeeldig, maar kun je wel zónder de eenzaamheid die je zo koestert?
Wordt liefde niet juist door afstand gevoed?
Begrijp me goed, ik vraag U geen advies, maar slechts Uw mening. Mijn besluit lijkt al genomen.
Om het verstrijken der dagen wat inzichtelijker te maken schafte ik mij een kalender aan. Vlaamse primitieven kleuren de maanden. Mooi vind ik dat. Hun schilderijen zijn een half millennium oud maar tegelijk van alle tijden. Het verleden spreekt. En zo komt het dat ik mij heden geconfronteerd zie met het oordeel van Cambyses.
Gerard David werd rond 1460 in Oudewater geboren, dus zo vreselijk Vlaams was deze primitief nou ook weer niet. Vijfentwintig jaar oud trad hij als meester toe tot het schildersgilde van Brugge. In 1498 voltooide hij voor het stadhuis aldaar de diptiek waarop Cambyses oordeelt, een afschrikwekkend exempel, zoals U dra duidelijk wordt.
Mijn kalender toont slechts de helft van het tweeluik, en juist dit gegeven bood mij onbedoeld de kans een klein wonder te ervaren. Hoe dat zo? Welnu, de beleving van het eerste deel van dit werk is na aanschouwing van het tweede nooit meer hetzelfde. Mits U nog niet bekend bent met het stuk kunt U zich net als ik laten verrassen.
Wat U ziet is een man met angst in de ogen, het blijkt de corrupte rechter Sisamnes te zijn. Hij wordt letterlijk en figuurlijk ingerekend: Cambyses telt ’s mans misdaden op zijn vingers na. Omstanders kijken bijna hongerig toe. Er hangt een onbestemde spanning in de lucht, maar het tafereel op zich lijkt onschuldig genoeg.
Ziedaar de prent die in mijn kamer hangt.
Sisamnes is bang, maar waarvoor? Wat hangt hem boven het hoofd? Wordt hij uit zijn ambt ontzet? Moet hij de gevangenis in? Ach, was het maar waar. Zijn straf is oneindig veel gruwelijker dan dat, zoals de rechterhelft van de diptiek laat zien.
Sinds ik dit tweede deel heb aanschouwd is de afbeelding op mijn kalender anders. De spanning is niet meer onbestemd, maar ondraaglijk. De angst van de rechter slaat nu ook mij om het hart. Het beeld is volledig gekanteld omdat ik weet wat er komen gaat.
Deze opmerkelijke ervaring is welhaast metaforisch voor een ander fenomeen, bedacht ik me daarna. Net zoals ik het eerste deel van Davids meesterwerk niet meer kan zien zónder dat het tweede in gedachten schiet, zo beleeft een gelovige de wereld, omdat ook hij weet wat er komen gaat.
Hij heeft zogezegd ‘de rechterhelft’ aanschouwd, waarvoor ik slechts respect kan hebben. Maar omgekeerd moet hij beseffen dat zijn dag des oordeels niet op mijn kalender staat.
Creëren gaat altijd met vernietigen gepaard, werd mij eens verteld. Je kunt immers niet iets uit niets voortbrengen. Geen beeldhouwer die zonder spaanders hakt. Het oude moet steeds weer plaats maken voor het nieuwe. Kunst is per definitie progressief.
Het leek me ooit zo logisch, maar inmiddels is de schrik mij om het hart geslagen, en verkrampt vraag ik me af: “Wat maak ik stuk als ik een stukje schrijf?”
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004
juli 2004
juni 2004
mei 2004
april 2004
maart 2004
februari 2004
januari 2004
december 2003
november 2003
oktober 2003
september 2003
augustus 2003
juli 2003
juni 2003
mei 2003
april 2003
maart 2003
februari 2003
januari 2003
december 2002
november 2002
oktober 2002
september 2002
augustus 2002
juli 2002
juni 2002
mike(at)mikz.net