mikzlog
dinsdag 30 september 2008

Bijziend

Rond mijn vierde verjaardag kreeg ik een brilletje aangemeten, en ‘ontwaakte ik uit mijn dogmatische sluimer’, zoals dat heet. Zó zag de wereld er dus werkelijk uit! Het feest was echter van korte duur, want niet veel later sloeg de twijfel al toe, om vervolgens nooit meer te verdwijnen. Niemand kon mij er namelijk van overtuigen dat het door mijn bril vervormde beeld het juiste was. Dat ik iets anders zag was zonneklaar, maar dat dit dus de werkelijkheid was moest ik maar aannemen. Misschien was mijn bril wel net zo defect als mijn ogen, wie zou het zeggen?

De meeste stukjes die ik schrijf leiden niet tot een discussie. Niet echt. Dat ligt niet aan U, maar eerder aan mij. Want wat moet U bijvoorbeeld met een verhaaltje over Oorlog en Vrede? Over de onontkoombaarheid van het bestaan? Is het überhaupt wel mijn idee? Of laat ik slechts zien wat Tolstoj dacht?

In antwoord op deze en andere vragen wil ik het vandaag eens anders doen. Geen verhaal over een verhaal, maar een uiteenzetting van mijn eigen twijfels. Wat mij opviel aan Uw reactie op de mythe van de vrije wil is dat het U ‘een brug te ver gaat’ zónder dat U met argumenten komt. Wat ik nu wil laten zien is dat deze manier van doen vaak onontkoombaar is. De meeste discussies kennen een punt waarop de bril die men draagt de kijk op de zaak bepaalt. En in mijn ogen draagt iedereen een bril. Diep van binnen gelooft U in de deugdelijkheid van Uw bril.

U gelooft, niets meer of minder dan dat.

Om dit betoog te onderbouwen zal ik U mijn gedachten ontvouwen omtrent de wil. Als klein jongetje, niet zo heel veel ouder dan vier, zat mij deze kwestie al dwars. Tot op de dag van vandaag blijft het antwoord onbevredigend.

Als we ervan uitgaan dat iedere gebeurtenis een andere gebeurtenis als oorzaak heeft dan is het bestaan van de vrije wil uitgesloten. We hebben het dan over een volledig causale wereld. Alles is oorzaak en gevolg, inclusief de wil, die daardoor niet vrij meer is (overigens, maar dit terzijde, sluit een dergelijke wereld het bestaan van authenticiteit niet uit). Wil men toch van vrije wil kunnen spreken dan moet die causaliteit dus érgens doorbroken worden.

Zo kunt U bijvoorbeeld veronderstellen dat U in bezit bent van een ‘individualistische en naar vrijheid snakkende geest’ die zich niet aan banden laat leggen. Deze bewering gaat echter gepaard met problemen. Want waar zit dan die vrije geest? Niemand is in staat om de singulariteit aan te wijzen, die enerzijds gevangen zit in ieder lichaam, maar anderzijds aan geen natuurwet voldoet. Is die geest dan onstoffelijk? Wellicht, maar hoe kan iets onstoffelijks (geest) ooit communiceren met iets stoffelijks (lichaam)? U kunt hooguit geloven dat zoiets kan.

Maar wacht even, misschien zijn de natuurwetten helemaal niet zo strikt, hoor ik U al denken. Aan het begin van de 20e eeuw is toch gebleken dat sommige verschijnselen zich slechts met behulp van kansrekening laten voorspellen? Nou, daar zit toch zeker wel wat ruimte voor de vrije wil?

Laat mij allereerst benadrukken dat de natuurwetenschappen een beschrijving en geen verklaring van de werkelijkheid geven. Dat wordt nogal eens vergeten. In het ergste geval wordt er een theorie verzonnen rondom iets wat niet bestaat. Daaraan moest ik denken toen ik Multatuli’s vermakelijke idee 541 las, die ik voor de gelegenheid en voor U heb overgetypt. Uiteraard wil ik hier niet beweren dat de quantummechanica een loze theorie is, maar weerlegt zij nou echt het idee van een causale wereld? Ik weet het niet.

Als ik een munt opgooi dan weet ik dat er een kans van 50% bestaat dat ie op kop valt. Echter, zou ik alle randvoorwaarden kennen (een praktische onmogelijkheid) dan kan ik precies berekenen wat het wordt. Het is niet gezegd dat de quantummechanica het laatste station is. Misschien voldoen elementaire deeltjes, net als die munt, ook wel aan (vooralsnog onbekende) wetmatigheden. Geloof het, of niet.

De laatste aanval op het beeld van de causale wereld die ik hier wil noemen is de zogenaamde Copernicaanse wende van Immanuel Kant. Oorzakelijkheid, zei hij, zit niet in de wereld maar in ons hoofd. Een verbluffend en wonderschoon idee, als U het mij vraagt. Het kenvermogen is de bril waardoor wij de wereld zien. Kant schetst het volgende beeld. De zintuigen ontvangen een bombardement van impulsen, die door het kenvermogen wordt omgezet in logische beelden inclusief causaliteit. De wereld an sich (en dus ook de vrije wil!) blijft echter onkenbaar. We kunnen wel geloven in het bestaan van vrijheid, maar zeker weten doen we het nooit.

En zo komen we uit bij waar we begonnen waren, de bril. Het hangt er maar net vanaf door welke U de zaak bekijkt. Als U mij nu vraagt hoe ik het zie, dan moet ik U bekennen dat ook ‘mijn geest naar vrijheid snakt’. Ik hou teveel van het verhaal, van de romantiek, om het anders te kunnen zien. Natuurlijk koos ik zélf voor de liefde van mijn leven, om maar eens wat te noemen. Geen twijfel aan. Dat ik haar zie door een bril die gevormd is door een leven aan ervaring vergeet ik voor het gemak, al maakt haar dat niet minder lief.

Het enige wat het jongetje van vier in mij zo nu en dan frustreert is dat we (en ik bedoel ‘we’ in de meest brede zin van het woord) het zo vaak niet eens kunnen worden. Dat de meeste discussies, áls ze al van de grond komen, tot niets leiden, enkel en alleen omdat de ene bril de andere niet is.

Er is maar één waarheid: zonder bril zien we niets.


maandag 29 september 2008

Innig

Mijn foto in haar kamer in ons huis.


vrijdag 19 september 2008

Speelbal

Het is uit.

Twee jaar lang deelde ik van tijd tot tijd het bed met Lev Tolstoj, of liever gezegd zijn meesterwerk Oorlog en Vrede, en de honderden karakters die daarin figureren. Ik sliep nooit alleen. Zopas sloeg ik, niet zonder weemoed, de laatste van de ruim anderhalf duizend pagina’s om.

Dit is schrijven, wist ik, toen ik voor het eerst merkte dat de figuren zich moeiteloos van het papier losmaakten, en bij mij in bed kropen. Levensechter heb ik ze nog niet gelezen. Nee, werkelijk, Tolstoj schrijft magisch. Die paar schotwonden die ik door zijn toedoen te Austerlitz opliep neem ik gewoon op de koop toe.

Naast weemoed is er deemoed. Ergens voel ik me trots het boek der boeken te hebben gelezen, maar de wetenschap dat ie geschreven is door een jongen even oud als ik maakt klein en pretentieloos. Deze schrijver ziet zoveel meer dan ik, dan wie dan ook. Hij is een held.

Saillant detail is het feit dat Tolstoj zelf niet zoveel van helden moest hebben, of althans van het idee dat een individu de loop van de geschiedenis zou kunnen bepalen. Met de uitwerking van deze filosofie in de vorm van Oorlog en Vrede schreef hij echter in hoogst eigen persoon geschiedenis. Mooi vind ik dat.

Tolstoj stelt historische onontkoombaarheid tegenover de vrije wil, die volgens hem - uiteindelijk - illusoir is. Niet Napoleon viel Rusland aan, maar miljoenen soldaten trokken ten strijde, en evenzoveel factoren zetten die machinerie in gang. Als de tijdgeest niet zoiets ongrijpbaars was zou je prompt hém de schuld geven.

Tolstoj doet het.

De uiterste consequentie is de ontkenning van individuele vrijheid, en nee, ook hierover doet hij niet kinderachtig. Hij is glashard. U en ik kunnen niet zonder het idee dat wij het voor het kiezen hebben, dit idee maakt ons mens. Het maakt bewustzijn mogelijk.

De werkelijkheid is echter onontkoombaar, volgens hem. We kunnen dit ook omdraaien: onder de alleenheerschappij van de rede krijgt het leven geen kans, en dus houden we onszelf noodgedwongen voor de gek. Ziet U, ik doe net alsof ik fijne stukjes schrijf, maar in feite kán ik niet anders.


dinsdag 16 september 2008

Choquant

“Soms moet ik hem kwetsen om tot hem door te dringen.”

Aan voornoemde uitspraak, die mij via de mond ener charmante dame ter ore kwam, nam ik mijns ondanks aanstoot. De dame in kwestie werd er bijna een tikkeltje minder charmant van. Fluks ontnam ik haar het woord, en stak van wal over mijn geliefde. “Met haar”, zei ik, “deel ik méér dan alleen de sleutel van het huis, ook tot mijn binnenwereld heeft zij toegang. Let wel: zonder kloppen.”

Natuurlijk kan men erover redetwisten of dit nou eerder haar verdienste is dan de mijne, maar als U het mij vraagt ben ik vooral door haar mezelf. Mijn teerbeminde bemin ik niet voor niets teer. Het heeft geen zin om te duwen tegen een deur die naar buiten openslaat als je naar binnen wilt. Kwetsen, zo meen ik, komt voort uit onmacht.

In de computerkunde kent men het begrip brute force, dat kort gezegd neerkomt op het gebruik van rekenkracht zonder algoritme om een probleem op te lossen. Ieder wachtwoord valt bijvoorbeeld te kraken door maar lang genoeg en domweg proberen. Zó kom je dus ook binnen, zij het niet zo elegant.

Iets dergelijks: de term kunstmatige intelligentie komt vooralsnog niet van zijn bijvoeglijk naamwoord af, omdat men het er in het algemeen over eens is dat er voor échte intelligentie wel wat meer nodig is dan brute kracht. Maar zijn wij dan zo intelligent?

Zolang de gemiddelde medemens aan de buis gekluisterd zit voor een programma als ‘Het moment van de waarheid’ waarin men ten overstaan van de wereld(!) kwetst(!) voor geld(!) maken ze mij niets wijs: dit land is gevuld met onmachtigen.


maandag 15 september 2008

Krachtterm

Kut.


woensdag 10 september 2008

Affirmatie

Toen ik afgelopen zaterdag de kansel betrad en sprak zoals ik nog nooit gesproken had, besefte ik meer dan ooit dat vriendschap niet bestaat als je er geen uitdrukking aan geeft. Mijn eigen bloedbroeder ging trouwen, en hij had mij gevraagd om een goed woordje voor hem te doen. De spanning die ik al weken voelde viel als bij toverslag van mijn schouders op het moment dat ik mijn eerste zin had uitgesproken en bemerkte dat er een volle kerk aan mijn lippen hing. Spreken in het openbaar is niet bepaald mijn grootste hobby, maar dat was hier volkomen irrelevant. Het ging niet om mij, en het ging zelfs niet om mijn broertje, al wist ik hem in een met liefde geboetseerd beeld te vangen. Het was de band tussen ons die, doordát ik daar stond en doordát hij daar zat, ten overstaan van de wereld bevestigd en bekrachtigd werd.

Zijn eigen woorden - later, voor zijn geliefde - hadden een vergelijkbaar effect. Dit was méér dan ja zeggen. De sprong die hij maakte had door de kwetsbaarheid die hij liet zien niet krachtiger kunnen zijn. En een sprong is het, natuurlijk. Wie zijn geloof in een ander durft uit te spreken weet niet waar hij terecht komt, maar wie het niet doet komt sowieso nergens. Dát is wat ik bedoel met uitdrukking geven aan vriendschap, aan liefde. Ik hou van die jongen.

Het is onmogelijk om hier cynisch over te zijn omdat dit het is waar het allemaal om draait. Ieder mens zoekt naar betekenis, en verloochent zichzelf als hij dat ontkent, dat wil zeggen als hij de betekenis ontkent die hij - en hij alleen - aan een ander kan geven. Zonder hem is ze er niet. En juist omdat die betekenis zo broos is als een bruidstaart in de regen dient zij bevestigd, en verdraagt zij geen hoon. Wie erom lacht, lacht zichzelf weg.

Dit soort gedachten ligt ook ten grondslag aan mijn overtuiging dat het goed is om een aantal beestjes bij naam te noemen. Als ik, zoals in mijn voorgaand schrijven, Oscar de hemel in prijs dan is dat eenvoudigweg omdat hij nou eenmaal de hemel in te prijzen valt. Hij roept het bijna over zich af, zoveel betekent hij voor mij. Ja, ook van die jongen hou ik. Laat het duidelijk zijn: ik schrijf niet zozeer voor de wereld, maar er slechts ten overstaan van. Dat geeft een heel andere dynamiek. Zonder betekenis wil ik het niet.


dinsdag 9 september 2008

Zijn mooiste stukje ooit

Neen, ik ben niet de enige die ooit zijn mooiste stukje schreef. Er is nóg zo’n arme ziel. Elke verse pennenvrucht smaakt naar toen, maar is het niet.

Een heel oeuvre samengebald in één enkel schrijven. Het is af. Hij is klaar. Maar hij leeft nog, de ongelukkige, net als ik. Wat moet je dan? De lauwerenrust is geen optie, erkenning krijgt hij toch niet. Leegte rest.

En dat mag U, mindere goden, zich kwalijk nemen. Bewónder de schepping van een ander nou eens in plaats van haar onder Uw eigen drek te bedelven! Léés dat magnum opus, en leer ervan. Plaats zelf pas iets als U aan hem kunt tippen.

En stil dat het werd.