Er was ooit een tijd, heel lang geleden, dat er nog geen internet bestond, ook geen telefoon en zelfs geen cassettebandjes. Er was eigenlijk helemaal niks. Als je iemand wilde spreken dan ging je naar hem toe, naar zijn kasteel. Daar ramde je net zolang op de deur tot ie piepend openging, en keek je in het blije gezicht van je beste vriend, ridder Lancelot. “Makker,” zei je dan, “wat fijn om U te zien! Laten we drinken en praten.” Ridder Lancelot nam je daarop mee naar zijn studeervertrek, warm reeds van een knapperend haardvuur, en hij schonk je een beker moutbier vol.

Driftig van geest stak je van wal, en je vertelde ridder Lancelot wat je nou toch weer had bedacht. Ridder Lancelot luisterde aandachtig naar je verhaal, knikte af en toe, en schudde dan weer het hoofd. “Zou het werkelijk?”, mompelde hij. Nadat je uitgepraat was keek je peinzend voor je uit, net als ridder Lancelot deed. Opeens klaarde zijn gezicht, en hij vertelde je simpelweg wat je te doen stond. Dat je daar niet eerder aan had gedacht! De tranen schoten je in de ogen, en van pure vreugde kneep je hem heel even in zijn wang. Ridder Lancelot giechelde dan.

Vervolgens plofte je weer terug in je zetel, en nam je een slok van je moutbier, en nog een. In de hoek van de kamer deed een minstreel een mp3-speler na. Alles pais en vree. Noch ridder Lancelot, noch jijzelf wist wat ie miste.

4 reacties

Je hebt luie mensen, en je hebt heel luie mensen. Tot de eerste soort behoort zonder twijfel Oblomov, de held uit het gelijknamige boek van Ivan Gontsjarov, en tot de tweede degeen die zelfs te lui is om Oblomov uit te lezen. Nou, U kunt van mij zeggen wat U wilt, maar dus niet dat ik heel lui ben, want van genoemd werk sloeg ik zojuist de laatste bladzijde om. En het was prachtig!

Tot zover mijn boekbespreking, wilt U meer over Oblomov weten, lees Gontsjarov.

10 reacties

Koetjes en kalfjes, daar heb ik dus helemaal niks mee. Ik hou van de lucht van het land, maar voor een praatje pot moet U bij een ander wezen. Als het nergens over gaat dan ben ik nergens. Ik kan het niet. Maar waarom niet?

Laten wij, voor de grap, eens kijken naar een simpel model van gelul in de ruimte. U zegt mij wat, waarop ik U wat zeg, waarop U mij weer wat zegt, ad infinitum. Je zou het als volgt kunnen tekenen.

model

U ziet dat ik, heel sneaky, wat heb toegevoegd aan het modelletje, namelijk een analyse van dat wat gezegd wordt. Ik doe iets met Uw woorden, en dat zou heel goed mijn probleem kunnen zijn. Want wat als dat nou net de bedoeling niet is?

Toch lijkt het verwerken van Uw woorden me vrij essentieel om überhaupt respons te kunnen geven. Beter staan wij dus stil juist bij die analyse. Wat precies doe ik met Uw woorden? Het antwoord daarop blijkt helemaal zo eenvoudig nog niet.

Interessant is het natuurlijk wel, want als ik weet wat ik doe, of eigenlijk zou moeten doen, dan kan ik eindelijk óók eens slap ouwehoeren. Daarnaast moet ik het weten, wil ik ooit nog eens die chatbot bouwen waar ik eerder over sprak.

En nu we het daar toch over hebben, het meest eenvoudige model van zo’n chatbot heeft een bibliotheek van frasen, al dan niet hol, met bijbehorende reacties tot zijn beschikking. Hij vergelijkt Uw woorden met de zinnen die hij kent, en antwoordt al naargelang.

Ongetwijfeld speelt dit mechanisme ook een rol in mijn eigen conversatie, maar niet uitsluitend. Ik mag althans hopen dat ik iets complexer in elkaar zit. Wanneer ik met een bek vol tanden sta is dat maar zelden als gevolg van mijn bescheiden woordenschat.

Me dunkt dat ik iets met Uw woorden doe nog vóórdat ik naar een antwoord zoek. Of beter gezegd: Uw woorden doen mij iets. Ze maken mij bijvoorbeeld blij, bang, boos of bedroefd. Afhankelijk van die toestand reageer ik anders, zoek ik op een andere manier naar woorden, of op een andere plek. Je zou dit kunnen vertalen naar vier bibliotheken, voor iedere emotie één. Die truuk valt zelfs een chatbot nog wel te leren. Maar zijn we er dan?

Wat maakt mij anders dan U? Plak ik een ander gevoel aan hetzelfde woord? Zijn mijn bibliotheken niet gelijk aan die van U? Ik geloof het grif. En toch. Dat ik weleens stilval omdat ik me met mijn emoties geen raad weet of omdat ik de juiste woorden niet kan vinden, lijkt me logisch, maar nog altijd niet afdoende.

Ook hoe U zich voelt is voor mij van belang. Niet alleen Uw woorden doen mij iets, maar ook Uw gesteldheid. En zelfs het feit dat U het bent: dezelfde woorden uit de mond van een ander komen anders aan. Ik heb een beeld van U en Uw gevoel, en dat beeld, ongeacht of het nou klopt of niet, heb ik nodig voor een gesprek. Sommige mensen praten mij de oren van het hoofd maar zeggen mij niets, U kent dat wel. Hoe moet ik daarop reageren? Mijn antwoord is niet.

Er is ongetwijfeld meer, wat ik nu zo snel niet overzie. En misschien ben ik, laat staan zo’n chatbot, wel niet het juiste voorbeeld om dit alles te onderzoeken. Wat ik met Uw woorden doe is dan ook tot daaraantoe, wat doet U eigenlijk met de mijne?

9 reacties

In Villefranche de Rouergue werd mij een sprookje verteld. Het ging over een man die een vrouw ten huwelijk vroeg, 28 jaar nadat hij haar verlaten had. In de tussentijd zag hij haar twee keer moeder worden, zij hem drie keer vader. Eén roerig jaar waren ze samen geweest, en dat was dan dat. Ze zouden vrienden blijven, maar meer ook niet. Op zijn zestigste stopte de man met werken en stortte hij zich in het avontuur: hij kocht een leegstaand badhuis en verbouwde dat eigenhandig tot paleisje. Daarna nodigde hij zijn jeugdvriendin uit, en zei haar dat hij haar niet meer wilde laten gaan. Brigitte, want zo heette de vrouw in kwestie, vertelde me dit alles stralend. Ze barstte bijna uit haar velletje van geluk.

Twee geleefde levens, met alle hoogte- en dieptepunten van dien, en dan pas samen. Mooi vond ik dat. Niet voor het meisje had deze man gekozen, maar voor de vrouw die zij geworden was, de vrouw wier ogen fonkelden van leven en van lust. Mijn gedachten dwaalden af. “Had ik je maar 10 jaar eerder ontmoet”, verzuchtte ik mijn meisje eens in een zwak moment. Wat een ontkenning van mijn eigen geluk! Had ik haar 10 jaar eerder ontmoet dan was ze nu iemand anders geweest. En wie weet of onze bagage dan toereikend was voor deze droom, in Villefranche de Rouergue. Op 5 september trouwen ze, Erick en Brigitte.

2 reacties

Geen groter genot dan het genot van verlangen naar genot, de zoete kwelling van het smachten, die doet grommen, die doet klauwen, die het denken stopt en het hart laat donderslaan. Da’s pas leven! Maar wee wie toegeeft aan zijn lusten. Hij verliest meer dan alleen zichzelf. Wie zijn verliefdheid consummeert is haar kwijt. Hem rest gestild, gestold verlangen, een herinnering aan passie, maar niet de passie zelf.

Als jongeling wist ik het zeker: het ware verleiden is een eindeloze lijdensweg, en ik was vast van zins om die op blote knietjes af te kruipen. Ik zocht een hemels meisje, maar wilde nog niet dood. Aanbidden en aanbeden worden, en dat tot in de eeuwigheid. Ik zou haar voetjes kussen, teen voor teen, opdat haar de tintel naar de koontjes steeg. En als zij daarvan nog niet blozen zou, dan zou ik haar zeggen wat ik dacht. In woord, in de allermooiste woorden, zou ik haar beminnen. Ik zou haar vangen, in een levenslang gedicht.

Maar alles liep volkomen anders. Beter nog.

1 reactie

Halverwege een snikhete dag te Reims die we tot op dat moment voor het grootste deel binnenskerks doorbrachten zijgen mijn ravissante reisgenote en ik neer op een door parasols beschaduwd terras, hartje stad, daar waar ooit het forum was. Moe van alle indrukken en loom van de hitte roepen we een ober te hulp. Alles gaat traag, en dus ook hij, maar een ogenblik later nipt mijn tegenspeelster dan toch aan een glas citroensiroop, en ik aan bier. Even sluit ik mijn ogen als ik de alcohol naar mijn hoofd voel stijgen, dan kijk ik haar lachend aan, zeker wetend dat er niets mooiers en niets beters is dan het hier en het nu. Volkomen ontspannen leun ik achterover, mijn hartslag neemt af van langzaam naar bijna dood, en vredig bekijk ik de mensen om mij heen. Dan verstijf ik. Kortsluiting in mijn hersenen.

Schuin achter mijn raison d’être zitten twee echtparen van middelbare leeftijd aan twee tafeltjes. Ik kijk de mannen op de rug, de vrouwen in het gezicht. Het zijn vakantiegangers, net als ik. Herkomst onbekend, al zou je ze zo bij de Albert Heijn tegen kunnen komen. Niets bijzonders aan dit tafereel, ware het niet dat de dame aan rechtertafel plots en tot mijn stomme verbijstering grof geschut in stelling brengt. Zij is witgejurkt tot boven de knie, maar doet geen enkele moeite om dat in het nette te houden. Sterker nog, haar knieën wijken uiteen en laten mij weinig te raden over. Mevrouw draagt een jurkje, en niets dan een jurkje. Mijn keel schroeft zich dicht.

Boven tafel vervolgt zij het gesprek, alsof er niets aan de hand is, maar daaronder gaapt ze mij schaamteloos aan. Haar drie tafelgenoten zitten er verveeld en onwetend bij. Ik buig me naar voren, naar mijn eigen elfje. “Je moet even niet achterom kijken,” zeg ik schor, “maar wat ik nu zie.” En ik vertel haar wat ik zie. Dan val ik verslagen achterover. Ik wil niet kijken, maar kan niet anders. Aantrekkelijk is ze allerminst, deze witgejurkte dame, en toch ben ik volslagen van de kaart. Geamuseerd en welhaast medelijdend aanschouwt mijn vriendin mijn ontreddering. Mijn sidderend oog komt niet los van het bloot. Mevrouw schuwt het scheermes niet, denk ik nog. Het terras wordt wazig, alleen dit verdwijnpunt blijft haarscherp. Mijn hoofd tolt.

Dan, even plotseling als het spektakel begonnen was, is het afgelopen. Het witte jurkje staat op, rekent af, en wandelt weg, met man en vrienden, mij met duizend vragen achterlatend. Weet deze vrouw wat ze deed? Was het zo bedoeld? Was het voor mij bedoeld? Doet ze dit bij iedereen? Weet haar man ervan? Of is dit haar eigen geheime spel? Is het haar manier om een tigjarig huwelijk spannend te houden? Of is ze gewoon slordig? Vergeetachtig? Zwakbegaafd, misschien? Nooit, nooit zal ik de antwoorden weten. En daar zal ik domweg mee moeten leren leven. Ik sta op, pak mijn elfje bij de hand en houd haar stevig vast, bang dat ze ooit weg zal vliegen.

6 reacties

Bergafwaarts

4 reacties