mikzlog
donderdag 27 februari 2003

Rondleiding

Volgt U mij, maar weest U alstublieft stil. De schrijver dezes slaapt. We mogen de kans niet onbenut laten om via een achterdeurtje zijn hoofd te betreden. Laat mij Uw gids zijn.

(..)

Bukt U even voorbij de ingang. Er loopt daar een opvallende verbinding van de linker- naar de rechterhersenhelft, die echter op een nogal onhandige hoogte is opgehangen. Ratio en emotie zijn middels deze streng gekoppeld. Opmerkzaam als U bent concludeert U dat emotie bij mIKe uit ratio geboren wordt, maar zo stellig zou ik het niet willen zeggen. De streng zou evengoed andersom verbonden kunnen zijn. Details ontbreken mij, eerlijk gezegd.

Rechts ziet U overigens nog enige frustraties. En daarachter, als U heel goed kijkt ook wat opgekropte woede.

Lopen wij verder dan stuiten wij links op een klein tempeltje gewijd aan het Getal. Het lijkt verdorie wel te glimmen. Zou hij het regelmatig poetsen? Of lijkt het zo schoon omdat de rest wat verwaarloosd is?

(..)

Wilt U overigens alstublieft ophouden met het kietelen aan de hypothalamus? Deze droom is tot op heden droog. Laten we dat liever zo houden.

(..)

Nog een tempel. Meisje.

(..)

Nu breek ik verdomme zelf bijna m’n nek over de rondslingerende gedachten.

Wat een puinhoop is het hier, zeg.

(..)

Och hemel, mIKe wordt wakker. Een ramp! Ik ben bang dat U en ik voorlopig niet meer uit zijn hoofd kunnen ontsnappen.


dinsdag 25 februari 2003

Cellentekort

“Laten we echter niet vergeten waar het in eerste instantie allemaal om begonnen is. Woorden, gedachten, beelden, al datgene wat door mijn hoofd wordt omhuld.”
“Maar ik weet toch al wat er door Uw hoofd wordt omhuld? Het zijn cellen en ze zijn grijs.”
“Grijs? Geenszins! Neen, gebruikte ik mijn hersenen waar ze daadwerkelijk voor bedoeld waren dan deed ik er niet van die onzinnige dingen mee. Mijn cellen zijn groen, geel of rood. Het hangt maar net van mijn stemming af.”
“U raaskalt.”
“Waarvan akte. Doch met de kanttekening dat Uw mening ontspringt uit een bron die nog niet half gevuld is met cellen die slechts grijs kunnen zijn.”


vrijdag 21 februari 2003

Browser

<Mijnheer Lijstje mailt>

Hoe bijbelvast ben je mIKe, ken je het verhaal van God die Nineve wilde verwoesten?

Maar als er nog 100 gelovigen wonen, spaart u de stad dan?
Ja, sprak God, dan spaar ik de stad.

Er werden geen 100 gelovigen gevonden.

Maar als er nog 10 gelovigen wonen, spaart u de stad dan?
Ja, sprak God, dan spaar ik de stad.

Ook 10 werd niet gehaald. Maar zelfs bij 1 gelovige was God geloof ik zo goed dat ie de stad wilde sparen.

Ik hoef jou natuurlijk niet uit te leggen waarom ik dit vertel, beste mIKe.

Want ook al zijn er nog 3 mensen die Netscape gebruiken, dan nog dien je je verhalen ook aan hen te vertellen!

</Mijnheer Lijstje mailt>

Al enige tijd spaart Mijnheer Lijstje kosten noch moeite mij duidelijk te maken dat mikzlog in Netscape4 niet om aan te zien is. Op mijn verweer dat het aantal Netscape4 gebruikers zo goed als verwaarloosbaar is, volgde bovenstaand betoog. Geen speld kan ik er tussen krijgen.

Wel kan ik hem, U, maar vooral die drie Netscape gebruikers aanraden eens een gans andere browser te gebruiken. De oerbrowser lynx, die volledig mikzlog-compatible is en mijn teksten spartaans doch superstrak tot U brengt. Potdorie, wat een genot om daarmee te werken!


woensdag 19 februari 2003

Zelfbewust

“Ik hoor mijzelf mompelen”, hoort de fijngevoelige jongen zichzelf mompelen.
“Hetgeen impliceert dat in U tenminste nog één ander persoon huist.”
“Ik zie het anders. Ik ben mij bewust van mezelf.”

Zelfbewustzijn is leuk, maar er zijn natuurlijk grenzen.

Wanneer ik met U spreek en besef dat ik voor U sta en met U spreek, dan ben ik mij bewust van mezelf. Wanneer ik vervolgens echter ook nog eens besef dat ik besef dat ik voor U sta en met U spreek, dan overschrijd ik een grens. Dan loop ik het gevaar dat mijn gedachten in het oneindige wegspiraliseren. Dat ik ga beseffen dat ik besef dat ik besef. Dan blijft er uiteindelijk weinig van mij over.

Op zo’n moment lijk ik verlegen om niets. Terwijl ik inwendig juist in blinde paniek aan het vechten ben om uit deze impasse te geraken, trekt U de verkeerde conclusies.

Ik wil in dat geval niets liever dan met U spreken zonder dat ik daar zelf bewust bij ben, maar zo gespleten ben ik nu eenmaal niet.


vrijdag 14 februari 2003

Tijdloos

Dit log is in één klap tijdloos geworden, voorzover het dat nog niet was.

Ik was het zomaar zat, die tijdsindicatie onder ieder stukje. U mocht er nog eens conclusies uit gaan trekken. En zoniet U, dan wel een ander.

De datum laten we echter vrolijk staan. Zodat mikzlog vanaf heden zowel tijdloos als gedateerd is.


donderdag 13 februari 2003

Stuk

Doodgaan is een van die dingen die nog immer op mijn thingstodo-lijstje staan. Ik blijf het maar voor me uitschuiven, in de stille overtuiging dat van uitstel uiteindelijk toch wel afstel komt.

In de tussentijd rommel ik wat aan.

Zo mag ik graag bij tijd en wijle een wetenschappelijk artikel lezen. U verklaart mij voor gek, en U heeft misschien geen ongelijk. Stuit ik me daar vandeweek echter toch op een geinig stukje over verouderingstheorie, daar lusten de honden geen brood van. Welk een interessante materie, mensen!

Fijntjes wordt in dit artikel het fundamentele verschil tussen mens en machine uit de doeken gedaan. Anders dan bij een machine is de betrouwbaarheid van het systeem mens niet gelegen in de kwaliteit van de onderdelen, maar in de redundantie ervan. Dat er af en toe een mislukt celletje in Uw lichaam huist wordt gecompenseerd door de miljoenen goede cellen, zogezegd. Bij een machine gaat dit niet op. Een machine werkt naar behoren, of een machine is stuk. En het naar behoren werken houdt in dat ieder onderdeel gesmeerd loopt. Een tussenweg is er niet.

Redundantie is dan ook de sleutel tot succes. U kunt er oud mee worden.

Ben ik dus even blij dat er bij mij niet slechts één steekje los zit, maar wel een heleboel!


maandag 10 februari 2003

Balans

“Het kost mij af en toe moeite te geloven, dat er aan mijn woorden geloof gehecht wordt”, dacht de jongen die al zijn hele leven op zoek was naar de juiste balans tussen genialiteit en bescheidenheid, tussen iets poneren en iets relativeren.

Hij werd voortdurend ondergesneeuwd door de verwaande mens om hem heen. Misschien ook daarom had hij een gruwelijke hekel aan pedanterie. De mensen die hém daarvan beschuldigden zouden hem wel nooit begrijpen.

Ieder cynisme maskeert het onvermogen ergens mee om te kunnen gaan. Dat wist hij ook wel. Hij verzuchtte het geregeld. In de woestijn, natuurlijk.

Cynisch was hij dan ook niet over de verhoudingen zoals ze lagen. Het was iets anders, iets veel gezonders dan cynisme, dat uitkomst bracht.

De balans die hij zocht vond hij in het gebruik van humor en scherts. Hij begreep dat dat voor hem de enige manier was om overeind te blijven. Deze opvatting bracht hij echter zo bloedserieus in de praktijk dat slechts weinigen hem doorzagen.


donderdag 6 februari 2003

Onder de gordel

“Ik kan U met twee zinnen afbranden. En Uw hele log daarbij.”
“Moet ik mij nu zorgen maken?”
“Ach, welnee. Maar als U nog stof tot nadenken wenst, luistert U nu goed.”
“Vertel op.”
“Zoals U bijzonder wel de taal en de produkten van Uw geest wilt beheersen, zo wilt U alle dingen beheersen. Er zijn echter geen zekerheden, Mijnheer, U streeft een illusie na.”
“Mijnheer, U heeft mij zojuist pijn gedaan.”
“Dat weet ik.”


woensdag 5 februari 2003

Mysterie

Ik ben een god in ‘t diepst van mijn gedachten. Nooit heeft deze uitspraak, die ik als kind las, mij losgelaten. De heer Kloos deed hem zo’n honderdveertien en een half jaar geleden. Gecombineerd met de opmerkingen van de Leidse lenzenslijper Spinoza, namelijk dat alleen God een oneindig aantal attributen bezit, kunnen we met een gerust hart de hele discussie over groene vierkantjes sluiten, en over gaan tot de orde van de dag. U, net als ik, bent een onpeilbaar diep vat vol verrassingen. Zo is maar weer gebleken.

Dat we daarmee en passant nieuw licht schijnen op de gedachten over aantrekkingskracht, mag verheugend genoemd worden. Mysterie is aantrekkelijk, hoorde ik iemand eens zeggen. Het is zeker waar. Doch echt bang om de laatste vleug mysterie, en daarmee Uw aantrekkelijkheid, te verliezen hoeft U nooit te zijn. Het vat is immers onpeilbaar diep.

Het valt me echter op dat er toch ook mensen zijn die uit een ander vaatje tappen. Enerzijds zijn er personen, U gelooft het misschien niet, die wel degelijk een eindig aantal verrassingen hebben. Vaak houden deze mensen het greintje mysterie dat ze nog bezitten krampachtig in stand, en verliezen juist door deze houding hun aantrekkelijkheid. Anderzijds zijn er mensen wier vat vol verrassingen eerder een beerput gelijkt. Weliswaar onpeilbaar diep, doch niet direkt wat we zoeken.

Waarom nu is mysterie aantrekkelijk? Het antwoord ligt voor de hand. De gaten in het beeld dat U van iemand heeft vult U vrijwel automatisch aan met datgene wat U graag zou willen zien. Neem nou mij. Of althans, de manier waarop U mij ziet. Dat een significant deel van mijn lezerspubliek hartstochtelijke fantasieën over mij heeft is geen nieuws. Maar waarop is dat gebaseerd? Ongetwijfeld op de gaten in het beeld.

Misschien schrikt U door dit besef. Laat mij U dan meteen geruststellen door te melden dat in dit specifieke voorbeeld de door U gedichte gaten de werkelijkheid wel degelijk benaderen.


zaterdag 1 februari 2003

Transparant

“Weet U wat ik nou zo jammer vind?”
“Vertelt U het eens.”
“Dat een mens zo weinig transparant is. Zo vaag.”
“Nou, daar kan Uw laatste zin dus wel aan toegevoegd worden. Weinig helder.”
“Laat ik een voorbeeld geven. Kijkt U eens naar onderstaande figuur.”

“Een groen vierkantje?”
“Precies!”
“En wat wilt U daar verder mee zeggen?”
“Wel, U zag zojuist een object met zo ongeveer twee eigenschappen, te weten groen en vierkant. Daar heb je het eigenlijk wel mee gehad.”
“Het is dat U het me nu zegt. Het was me eigenlijk nog niet opgevallen.”
“Kijkt U nu eens naar mij.”
“…”
“Hoeveel eigenschappen heb ik?”
“Tja, dat weet ik niet, hoor.”
“Vaag, hè?”
“Best wel, ja.”
“Wanneer U mij ziet ziet U slechts een object, wanneer U het groene vierkantje ziet ziet U met name de eigenschappen van dat object.”
“Misschien wel omdat het totaal van Uw eigenschappen niet te overzien is. Iedere beschrijving zou U tekort doen.”
“Daar heeft U een goed punt. Maar dat betekent dan dus ook dat ik nooit helemaal gekend kan worden.”
“Inderdaad.”
“Ook niet door mezelf?”
“Ook niet door Uzelf.”
“Dat vind ik dus jammer.”