mikzlog
vrijdag 28 maart 2003

Eigenwijs

Het verschil tussen links of rechts, dat zal ik wel nooit leren. Wat voor U links is, is voor mij, de man áchter mikzlog, rechts, maar ook weer andersom, en dat gaat mij in het algemeen dus net even een tikkie te ver.

Verbazingwekkend is echter dat ik in panieksituaties steevast de verkeerde rechts kies als er rechts wordt geroepen. Net als de verkeerde links in het andere mogelijke geval. Ergens moet die kennis dus toch wel aanwezig zijn. Een recalcitrant deel van mijn hersenen draait het op zo’n moment doelbewust om.

Het zal ongetwijfeld de linkerhersenhelft wel weer zijn.


donderdag 27 maart 2003

Niet-lineair dynamisch

Er zijn van die momenten, daar leef je dus eigenlijk naar toe. In afwachting van zo’n moment supreme sabbel je op een zuurtje van het merk Voorpret. Maar als de tijd dan eindelijk daar is, blijkt het zuurtje verdomme verdwenen en een kies rot.

Zo zat ik ooit met hooggespannen verwachtingen in een achterafzaaltje te wachten op het verschijnen van een zekere hoogleraar prof. dr. __ , die mij en een aantal fanatiekelingen, zo werd beloofd, de geheimen der chaostheorie uit de doeken zou doen. Uit de doeken, ja, U hoort het goed. Het is immers altijd hetzelfde verhaal. Alles wat leuk lijkt, daar zit vanzelfsprekend een doekje omheen. Wanneer men naar de inhoud raden moet, dán wordt iets pas interessant. Kadootjes uitpakken wint het om die reden ook vrijwel altijd van kadootjes uitgepakt hebben.

Chaostheorie. Alleen dat woord al deed mijn interne associatiemachine op hol slaan. Had ik de jaren daarvoor zorgvuldig getracht de chaos in mijn hoofd te beteugelen met behulp van retestrakke wiskundige concepten, was daar een door diezelfde wiskunde gebaarde theorie die juist aan die chaos een niet mis te verstaan bestaansrecht verleende. Hier moest ik alles van weten!

De deur van het achterafzaaltje ging open en de zuurtjes werden door de aanwezigen simultaan doorgeslikt. Doodse stilte als de meest kleurloze man aller tijden het lokaal betreedt. Iets klopt hier niet. Dit had toch zo’n moment moeten zijn waar je de rest van je leven vol trots over vertellen kan? Avontuurloos, dat is het woord dat genoemde heer opriep. En dat terwijl ik, zelf behoorlijk onder de indruk van mijn eigen gefingeerde moed, vond dat ik nu eindelijk heel erg op zoek was naar avontuur, door juist de chaos een kans te geven.

De man begon zijn verhaal zonder veel aplomb. Over Newton en determinisme. De wetten van oorzaak en gevolg, en dat alles voorspelbaar is. En dat men met de juiste meetwaarden de juiste voorspellingen maakt. Maar dat men in de praktijk slechts met eindige precisie meten kan. Waardoor ook de einduitkomst fluctueert. En dat er systemen zijn, niet-lineaire dynamische systemen, die bij het kleinst mogelijke verschil in beginwaarden een onnoemelijk groot verschil in einduitkomst geven. En dat deze dynamische instabiliteit soms ook wel chaos wordt genoemd.

Een aantal uren later, weer buiten, is de teleurstelling voelbaar. Dit had ik ook wel kunnen verzinnen. Wel aardig, zo zou ik de genoten les willen noemen, maar wereldschokkend, nee, dat toch zeker niet.

En terwijl ik vervolgens naar m’n kamertje fiets, zie ik vanuit mijn ooghoek een wonderschoon creatuur. Een meisje dat ik in eerste maar ook tweede oogopslag graag uit de doeken had willen doen. Dat dit aanwijsbare moment mijn leven in de maanden die volgden nogal chaotisch maakte, zal ik U misschien later nog eens vertellen. Tot die tijd mag U zelf op dat zuurtje sabbelen.


maandag 24 maart 2003

Spoor van herkenning

Hoeveel mensen komt U nou tegen waarvan U hardop denkt: “Ja! Die lijkt op mij.” Ik zie ze vrijwel niet, hoor. Nu ben ik natuurlijk vrij uniek, maar U heeft mogelijk toch ook eenzelfde ervaring.

Van de andere kant verzucht U welzeker zo af en toe: “Op hem zou ik willen lijken.” Of op haar natuurlijk, al naar gelang de omstandigheden. In een dergelijk geval komt het niet zelden voor dat U zich ook ongemerkt ietwat aanpast aan het ideaalbeeld dat U voor ogen staat. U verruilt een klein stukje van Uzelf, voor zover dat er al was, voor dat van iemand anders. En dat terwijl die andere persoon datzelfde truukje misschien ook al eens eerder heeft geflikt.

Daar sta je dan met de gedachte dat je uniek bent.

En ondoorzichtig.

Alles is al gedaan, en U bent, net als ik, domweg bezig het wiel voor de ziljoenste maal opnieuw uit te vinden. U bent eigenlijk gewoon een lapjeskat, die zichzelf kleurt met de verf van diegenen die inspireren. Op hun beurt natuurlijk ook lapjeskatten.

Geen lapjeskat is verder hetzelfde, maar alle kleuren zijn overbekend.

En zo bezien bent U niet zo moeilijk te begrijpen. Uw zweem van authenticiteit veegt U vanzelf weg onder invloed van anderen. Het ontneemt een sterke persoonlijkheid als ikzelf soms bijna de moed om überhaupt nog ónder die lapjes te kijken. Want wat zich daar bevindt zal immers toch zeker niet voor niets verborgen zijn?


woensdag 19 maart 2003

Timing

Hij zat naast haar, keek haar in de ogen en smolt. Of nee, hij zat naast haar, keek haar in de ogen en maakte zich wijs dat hij smolt. Nou ja, hij zat in ieder geval naast haar, en dat was eigenlijk al heel wat. Op deze situatie had hij zich al maanden voorbereid. Hij wist precies wat hij haar zeggen zou.

Maar het duurde te lang.

Hij wist dat dit het moment was waarop het moest gebeuren, en hij besefte tegelijkertijd dat dat moment aan het voorbijgaan was.

De muziek op de radio hield in, en het journaal nam over. Zij maakte zich glimlachend los van zijn blik, stond op, en draaide het volume wat harder. “Dit wil ik even horen.”

“Kutzooi,” dacht hij nog, “dit was ‘m, het juiste moment, en die laat ik daar even mooi door de vingers glippen.”

Hij probeerde zich te troosten met het feit dat hij tenminste nog dat juiste moment had herkend. Er zijn immers zat zaken waarvoor het helemaal nooit het juiste moment is.

Terwijl de nieuwslezer de ruimte met dreigende monotonen vulde, verwonderde hij zich over het feit dat deze zaken echter meestal wél plegen te gebeuren.


zondag 16 maart 2003

Mensa

“Waarom komt U niet bij onze vereniging?”
“Wat moet ik daar nu zoeken, of liever, wat kan ik er vinden?”
“Onze vereniging heeft slechts hoogbegaafde mensen als lid. Uw naam zou in ons ledenbestand niet misstaan. En om Uw IQ-punten hoeft U het niet te laten.”
“Me dunkt. Maar zoals ik al vroeg, what’s in it for me?”
“Welnu, U staat niet meer alleen, U kunt fijn van gedachten wisselen met verwante geesten.”
“Ach, ik moet U teleurstellen. Ik ben reeds lid van een andere club. De vereniging van hoogstbegaafde mensen. U zult begrijpen dat ik enig lid ben, daar ik mijn gelijke, laat staan meerdere, nog niet ontmoet heb. Het is een fijne vereniging. Ik hoef er met helemaal niemand van gedachten te wisselen, en dat bevalt me eigenlijk best.”
“Uw arrogantie is stuitend.”
“Nee, Uw arrogantie is stuitend, maar daar gaat het even niet om. Ik heb namelijk nóg iets ontdekt. Mijn gedachten worden eveneens liefdevol opgepakt door normaal begaafde mensen, sterker nog, zelfs door minstens één laagbegaafd sujet. Is dat niet wonderlijk?”
“Ik geloof U niet.”
“En dat is Uw goed recht. In tegenstelling tot het verspillen van mijn kostbare tijd. Onze wegen scheiden zich hier, Mijnheer. U wordt gegroet.”


woensdag 12 maart 2003

Tabula rasa

Eigenlijk heb ik het niet zo op het uit de sloot halen van oude koeien, maar toen ik zojuist langs een sloot liep waarin een koe op leeftijd lag werd ik plotsklaps door medelijden overmand, en deed ik toch alleszins een poging. Al doende vroeg ik mij af hoe dat koebeest daar in eerste instantie was beland, en voor ik het wist speelde zich in mijn hoofd een discussie af die men in iedere inleiding tot de psychologie terug zal kunnen vinden.

De koe zal wel geschrokken zijn, zo dacht ik. Misschien van een harde knal. En door de schrik zal ze de sloot ingedoken zijn. Maar het kan natuurlijk ook anders, weersprak ik mijzelf. De koe kan door de knal als in een reflex de sloot in gerend zijn, en daarna pas beseft hebben dat ze geschrokken is. De vraag is, met andere woorden, of een zekere gebeurtenis eerst tot een fysieke reactie leidt en vervolgens tot een mentaal besef, of andersom. Dit onderscheid, dat eeuwen geleden al gemaakt werd, is tekenend, en wellicht interessanter wanneer toegepast op mensen in plaats van op koeien, omdat het antwoord op de vraag of een koe überhaupt beseft dat ze is geschrokken vrij lastig te achterhalen is.

Vertaald naar een menselijk voorbeeld, en het voorgaande stukje indachtig, dringt zich onmiddellijk de vraag op of U, wanneer U mij ziet, direkt een fysieke reactie ervaart of pas nadat U beseft dat ik niet te versmaden ben.

Veelal wordt de mens gezien als wezen waarbij het denken wel degelijk voorrang heeft op het handelen. Dat ik persoonlijk bij een enkeling hier mijn vraagtekens bij zet doet nauwelijks ter zake. Nauw verwant aan deze materie is de ervaring die U al dan niet bezit. Is Uw geest gekleurd door eerdere ervaringen, dan zal de reactie daar wellicht van afhankelijk zijn.

En nu we toch het smalle, op kouwe grond gelegen pad der psychologie bewandelen kunnen we net zo goed naar de oorsprong gaan, en ons de vraag stellen of een mens ongekleurd en dus als onbeschreven blad geboren wordt. Het is een oude koe, ik weet het, maar ik had U al verwittigd dat ik haar uit de sloot aan het halen was.

Is de mens namelijk van oorsprong een onbeschreven blad dan rust er op Uw en mijn schouders een levensgrote verantwoordelijkheid. Immers, met ieder stukje dat ik schrijf kras ik indrukken op het deels blanco wastablet dat U feitelijk bent. Hetzelfde geldt voor U met Uw reacties richting mij. Ik beïnvloed U, en U beïnvloedt mij.

Geen idee waarin dit ontaarden zal. Misschien moesten we maar eens een plannetje maken.


dinsdag 11 maart 2003

Op het eerste gezicht

In Uw ogen ben ik natuurlijk maar een rare kwast. Sterker nog, in mijn ogen ook. Enig recht van spreken heeft U eigenlijk ook wel, aangezien U mij nu al enige tijd heeft kunnen observeren. Of in ieder geval datgene wat zich zo af en toe in mijn hoofd afspeelt.

Anders is het wanneer U iemand die U verder niet kent voor het eerst ziet. De toevallige voorbijganger. Op straat bijvoorbeeld. Normaalgesproken valt er betrekkelijk weinig te zeggen over een nieuw gezicht. Voor het gemak gaan de meeste mensen er in eerste instantie van uit dat ze met een rare kwast van doen hebben. Ook ik zelf ben daar niet altijd geheel onschuldig aan. Het zou immers nogal wat energie kosten wanneer men er bij ieder persoon van uit gaat dat hij of zij razend interessant is.

Genoemde toevallige voorbijganger zou echter met een hoofd vol prachtige beelden kunnen zitten. En zeker de moeite waard kunnen zijn om nader te leren kennen. Het wordt mij soms angstig te moede wanneer ik besef hoe vaak dergelijke personen mij misschien wel passeren. Zoveel kansen die ik laat liggen. Zoveel kansen die iedereen laat liggen.

Het vervelende is dat dergelijke interessante personen vaak helemaal niet opvallen. Ze pingen niets in de rondte. Geen mededeling als ‘lees mij’, of ‘leer mij kennen’.

Het verschijnsel ‘liefde op het eerste gezicht’ geeft in dit opzicht stof tot nadenken. Of eigenlijk niet, want het is nu wel volkomen duidelijk dat men aan de buitenkant zelden kan zien wat er zich van binnen afspeelt, laat staan dat direkt duidelijk is of iemand genoeg te bieden heeft om verliefd op te worden. Voornoemd verschijnsel is dus onzin. ‘Lust op het eerste gezicht’, daar kunnen we wat mee, en dat behoeft ook geen verdere uitleg.

Mocht U vandaag of morgen tegen iemand oplopen waarvan U denkt: “Mijn god, wat een vreselijk aantrekkelijk persoon. Als hij ’s nachts op mijn slaapkamerdeur klopt, dan zeg ik geen nee”, dan zou ik dat best wel eens kunnen zijn. Verkijk U echter niet op de buitenkant. Een aantrekkelijk mens van buiten is vaak maar een rare kwast van binnen. En dat geldt dus ook voor mij, zoals ik al eerder zei.


donderdag 6 maart 2003

Pardoes

Het kan zijn dat U de heer Leonardo Pisano Fibonacci associeert met konijnen. Of met de Gulden Snede. Of met recursief rekenen. Misschien associeert U Fibonacci helemaal nergens mee, maar dan toch zeker wel na lezing van het volgende.

Op een mooie dag in het jaar 1202 krabde Leonardo, de jongen met de hazentanden, zich eens achter de oren, nadat hij zichzelf de voor de hand liggende vraag had gesteld hoe snel konijnen zich vermenigvuldigen. Idealiter dan. Aangezien hij op dat moment geen proefkonijnen tot zijn beschikking had, maar slechts pen c.q. ganzenveer en papier, sloeg hij aan het rekenen aan de hand van een paar eenvoudige aannames.

Na enig getob kwam hij tot de legendarische getalreeks, die sindsdien zijn naam draagt.

1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, … (U kunt de rij zelf wel vervolgen)

De cijfers geven het aantal (uiterst vruchtbare) konijnenparen aan waaruit een konijnenpopulatie iedere opeenvolgende maand bestaat. De reeks is daarnaast nauw verwant met de Gulden Snede, en is een schoolvoorbeeld van een recursieve rij. De geïnteresseerde wordt met klem naar Google doorverwezen, en zal zien dat het halve internet is volgeschreven met bespiegelingen over deze getalreeks.

Vanwaar deze omstandige inleiding van dit stukje?

Welnu, ik heb een konijn en zijn naam is Pardoes.

“Ach, wat lief”, glimlacht de ene lezer. “Het interesseert me geen ruk”, zegt de ander. Dat laatste interesseert mij dan weer geen ruk. Zelfs ik heb een zachte kant, en als het mij belieft iets over mijn konijntje te schrijven dan heeft U zich daarbij neer te leggen.

Vader en moeder van Pardoes komen uit een kort- respectievelijk langharig geslacht en Pardoes heeft zelf nooit kunnen kiezen. Waarmee ik wil zeggen dat de korte, zwarte vacht die z’n lijf bedekt nogal contrasteert met de ondertussen grijze, lange lokken op z’n hoofd. Zindelijk en goed van zin als hij is loopt hij vrijelijk door mijn huis.

Pardoes heeft ondertussen de respectabele konijnenleeftijd van 10 jaren bereikt, waarmee hij bijkans bejaard genoemd mag worden. In niets toont zich dat. Als een dolle rent hij bij tijd en wijle door het huis, vliegt geregeld uit de bocht, jaagt eventuele bezoekende huisdieren, honden of katten, zonder een spoor van angst op en komt mij vervolgens nederig een strohalm brengen.

De gedachte dat hij het ooit voor gezien zal houden verdring ik hardnekkig.

De wildebras die hij soms is, staat in schril contrast met de sfinx die hij meestal pleegt te zijn. In diepe contemplatie ligt Pardoes normaalgesproken uitgestrekt in een deuropening. De denker. Gedachten over Fibonacci en getallenreeksen gaan dan door dat hoofdje. Of misschien denkt hij wel aan vrouwen, dat weet ik niet.

Het zal nu nog een week of wat duren, maar dan weet ik in ieder geval zeker waar hij op dat moment aan denkt. Wanneer de lente voelbaar in de lucht hangt is Pardoes niet meer te houden. Volkomen verloren in aanvallen van dierlijke lust bespringt hij ieder kussen, rijdt hij tegen ieder been op, en hupt hij radeloos door de kamer op zoek naar zijn vrouw. Die er niet is.

Deze bui valt zeker niet bij iedereen in goede aarde, maar ik kan niet anders dan weemoedig en vol begrip toezien.

Pardoes is een prachtbeest, en ik voel me sterk verbonden. Wat ik me tot op heden echter nog altijd afvraag is of ik me nu met hem identificeer of hij zich met mij.


maandag 3 maart 2003

Neerslag

Ik klik de ruitenwisser aan, maar het zicht blijft wazig. Het regent dan ook helemaal niet. Het zijn tranen van pure levensvreugd die opwellen, en het beeld zodanig vertroebelen dat ik me bijna tegen een boom te pletter rij.

Soms overvalt het me. De herinnering aan het gevoel dat alles klopt. Dat de wereld klopt, dat ik klop, maar dat vooral mijn hart klopt. De melancholie slaat toe, en ik maak mezelf wijs dat de herinnering aan een gevoel misschien nog wel beter is dan het gevoel zelf.

Ik zet de auto aan de kant, ga er naast staan en zwiep mijn hoofd driemaal hard op de kap. Domkop. Natuurlijk is de herinnering niet beter dan de ervaring zelf.

Alsof ik op de vlucht ben, zo lijkt het soms. Geabsorbeerd door alles wat er niet toe doet, om dat andere maar niet onder ogen te hoeven komen. Af en toe een blast from the past, die laat zien dat het ooit anders was.

Ga de auto weer in en rij weg. Het begint ondertussen te regenen, maar dat maakt niet uit. De ruitenwisser stond toch al aan.