Een halve cirkel met een straal van 18 meter. Dat is de wereld waarin hij zich bevindt. De ruimte die hij heeft. Buiten deze cirkel ziet hij niets.

Hij staat ergens op de cirkelboog en kijkt naar de lat, 18 meter van hem vandaan. Diep ademhalen en dan gaan. Telkens precies hetzelfde kunstje, ware het niet dat de lat iedere keer hoger lijkt.

Hij rent. Maakt snelheid. Richting oorsprong van de cirkel. Richting lat. Voor de zoveelste keer zet hij af. Wat horizontaal was wordt verticaal. Hij klimt in de lucht, draait en zweeft ruggelings over de lat. Zonder hem te raken.

En weer is daar de irreële maar altijd terugkerende angst dat de met schuimrubber opgevulde springheuvel achter de lat er opeens niet meer zou zijn.

Het is een teken aan de wand dat de beweging die hij maakt flop genoemd wordt.

6 reacties

Nu we het dan toch over geluk hebben, doe mij maar een fiets, de zon en de eenzaamheid van de hollandse polder. Uw held begaf zich hedenmiddag per tweewieler door stiltegebied, en werd daar herboren. Niets minder dan dat.

De geest is ziek, maar laat ‘m dan tenminste in een gezond lichaam huizen. Deze gedachte deed mij grijpen naar het stalen ros, dat ik direkt daarna de sporen gaf. Nu is het zo dat mijn lichaam slechts zelden terugdeinst voor wat inspanning, getraind als het reeds is, zodat lijf en fiets alras één werden, ademhaling zich evenredig met de rondgang der trappers versnelde, en het door mijn aderen knallende bloed nu eindelijk wél in staat bleek mijn hersenen van zuurstof te voorzien.

De remmen dichtknijpend vind ik mij plotseling, ontdaan van drukte en binnenstad, in de stille leegte van groen en strakblauw. In de sloot naast weiland en koe dump ik al mijn nodeloze onzekerheid. Ik zuig mijn longen vol gezonde arrogantie, vast van plan deze de komende tijd bij hen die ik het waard acht in het gezicht te blazen. Mijn god, ik heb er weer zin in!

De tocht vervolgt zich. Mijn lucide hoofd vermengt de spontaan in mijn gedachten opdoemende beelden met de omgeving die ik waarneem. Driehoeken, ik zie driehoeken, heel veel. Op de punten van iedere driehoek de woorden vriendschap, liefde en lust. De driehoeken vervagen en maken plaats voor mensen. Hand in hand. Kussend. Minnend. Weilanden vol.

En plop. Weg zijn ze. Ik lach als ik besef dat het er weer is. De kracht om de wereld om te buigen. Om alles naar believen een plaats te geven, de ordening weer even hard in twijfel te trekken, en vervolgens opnieuw te beginnen.

Dieren gapen mij aan, en ik gaap grinnikend terug. De stilte is verpletterend, en voedt. Ik zie weer details. Eindelijk.

Na anderhalf uur eindigt de tour. Ik bereik de stad, en bevind me als vanouds tussen de mensen. Ze kijken schichtig langs me heen. Zien me niet. En ik. Ik kijk dwars door ze heen. En zie alles.

8 reacties

Er zijn periodes, die de laatste tijd steeds langer lijken te duren, waarop hij zich onscherp voelt. Ergens doorheen prikken blijkt dan erg lastig, en iets volledig doorgronden is er al helemaal niet meer bij.

Ben ik mezelf eigenlijk wel, vraagt hij zich af tijdens weer zo’n periode van onscherpte. Deze gedachte gelijk met grote irritatie verwerpend. Jezelf zijn. Zinloos daarover te twijfelen. Dat je niet degene bent die je zou willen zijn, dat is mogelijk, maar zeggen jezelf niet te zijn, dat schreeuwt toch zeker om moeilijkheden?

En dan, waarom moet het eigenlijk ook anders? Waarom moet er altijd gegraven worden? Waarom analyseren? Waarom de wereld willen verklaren die eigenlijk helemaal niet om uitleg vraagt?

Alsof hij daarmee meer houvast zou hebben. Niet dus. De oppervlakte is immers even tastbaar als datgene wat eronder ligt. Zeggen ze.

Toch voelt het alsof hij verraad aan zichzelf pleegt als hij het zoeken staakt, en zich voegt bij de geeuwende menigte, oud en wijs, die zegt dat het allemaal weinig zin heeft. Tja. Volwassen worden, jongetje, dat is wat je te doen staat. Het geeft geen pas de hemel te blijven bestormen.

Streel de oppervlakte en voel wat het leven is. Voel het!

Rillingen.

4 reacties

Niets menselijks is mij vreemd.

Zo kan het gebeuren dat ik geteisterd word door wat opspelend testosteron.

Soms zijn de omstandigheden er echter absoluut niet naar om op enige wijze invulling te kunnen geven aan de behoefte mijn lusten te botvieren.

Zoals nu bijvoorbeeld.

17 reacties

Het is altijd geruststellend als iets objectief gemeten kan worden. Harde cijfers die een bewering staven of logenstraffen. De grootheden massa, lengte en tijd zijn U niet vreemd, en het verwondert U niet dat ze zeer precies meetbaar zijn. Hoe men iets obscuurdere begrippen als de molaire susceptibiliteit of het magnetisch dipoolmoment bepaalt, dat zal U wellicht toevallig even ontglipt zijn, maar dat ze meetbaar zijn, daar kunnen we met een gerust hart van uitgaan.

Er zijn natuurlijk genoeg zaken die niet meetbaar zijn. Zaken ook die U welbekend zijn en waar men met regelmaat over rept. Neem nou het begrip gelukkig zijn. Hoe dit te meten, ik weet het niet. En toch zijn er mensen die weten te vertellen dat ze op een bepaald moment gelukkiger zijn dan op een ander.

Het zou misschien best geinig zijn om een soort performance meter te hebben, zoals U die ook in Uw taskmanager op Uw PC kunt vinden, die het levensgeluk als functie van de tijd laat zien.

 

De uit de Griekse mythologie bekende goden, die hun toorn richten op mensen die door hybris bevangen zijn, stel ik me altijd ongeveer als volgt voor. De gehele dag zitten ze op performance metertjes te kijken, op zoek naar mensen die een ietsjepietsje teveel voorspoed genieten. Is dit het geval dan grijpen ze in, en zorgen ze ervoor dat het geluksniveau gemiddeld gezien netjes op een nullijn uitkomt.

Immers, in een mensenleven dient evenveel geluk als ongeluk te zijn.

“Het is bij nader inzien eigenlijk ook wel geruststellend dat sommige zaken niet gemeten kunnen worden”, zegt hij die terugkijkt op een tot nu toe zeer gelukkig leven. Waarmee de chronisch ongelukkige het vanzelfsprekend niet eens kan zijn.

5 reacties

Was ik er maar bij geweest. Dan had ik tenminste niet het gevoel gehad iets gemist te hebben.

Vroeger was alles beter. En aan de overkant, in het groenere gras, daar was het ooit het beste. Maar helaas. Ik leef nu. En hier. Dubbelpech.

Omdat ik zo van aha-erlebnissen en déjà vu’s hou lees ik zo af en toe mijn eigen archief wel eens door, en laat me dan de knisperende kwaliteit van de stukjes aanleunen. Soms struin ik echter ook wel eens door het archief van een niet zo willekeurige ander, en word er stil van bewondering van. Een gevoel van herkenning als ook het besef van een niet te overbruggen afstand. De wendingen, die ik bij mijzelf van mijlenver zie aankomen, zetten mij daar op een verkeerd been.

Natuurlijk wordt de dag van vandaag vanzelf geschiedenis, en zal ik morgen beseffen dat het gisteren beter was. Zelfs dit stukje belandt in het archief, en wordt geschiedenis. Ik schrijf geschiedenis. Zolang ik dat mijn megalomane zelf maar wijs maak blijft de machine wel in gang.

Geen tijd te verliezen dus om dit moment achter me te laten. Nu alleen nog zorgen dat ik uiteindelijk ook daar blijk te zijn geweest in plaats van alleen maar hier, als U begrijpt wat ik bedoel.

7 reacties

Schroeiplekken in mijn nek van Uw hete adem. Het moet verdomme niet veel gekker worden. Evengoed zwicht ik, zwakkeling die ik ben, en pak ik de draad weer op.

U kent vast het verhaal van de vrouw op de stoel.

(..)

Laat U voorgaande zin eerst even bezinken, en stelt U zich die vrouw op die stoel eens voor. Visualiseer het tafereel, als U zo goed wilt zijn.

Terwijl de mevrouw in kwestie zich op dit moment uiterst ongemakkelijk voelt in de wetenschap dat alle lezers van mikzlog haar in gedachten hebben, vraag ik mij af wat voor beeld U nu eigenlijk voor ogen heeft. Hoe ziet mevrouw eruit? Wat is, om maar iets te noemen, haar haarkleur, -lengte en -inplant? Wat voor kleding draagt ze, als ze dat al doet? En dan die stoel. Keukenstoel, bureaustoel, of rolstoel? U geeft zelf het antwoord op honderden vragen.

Eenieder die ooit wel eens iets geschreven heeft zal de volgende vraag bekend voorkomen. In hoeverre timmer je iets dicht? Ofwel, hoeveel dient men als schrijver in te kleuren?

De schrijver die de lezer de ruimte geeft is niet per definitie goed. Zijn lezerspubliek verdient echter wel een compliment. Niet iedereen is immers in staat een schilderij te vervolmaken, wanneer er slechts een schets op het doek staat.

Het zal U, intelligente lezer die U bent, dan ook ongetwijfeld niet veel moeite kosten om naast de visualisatie van de vrouw op de stoel tevens het verhaal dat erachter zit vorm te geven. En het heeft voor mij daarom dus weinig zin om hier nog meer woorden aan vuil te maken.

6 reacties

12 reacties

Het feit dat dit het honderdste stukje is dat ik aan mikzlog toevertrouw maakt het natuurlijk niet specialer dan enig ander stukje. Het is misschien de mens eigen om hier dan toch iets bijzonders in te zien.

Men kan natuurlijk zeggen: “Wat knap, honderd stukjes, dat is een hele prestatie.”

Maar met meer recht kan men dit van honderd-en-een stukjes zeggen.

Ondertussen vraag ik mij af wanneer ik nou eens ophou U te vermoeien met m’n gezeik. Honderd stukjes, ik lijk wel gek. Het moeten er niet veel meer worden, want dan weet ik zeker dat ik niet spoor.

8 reacties

Aaron Nimzowitsch is een naam die klinkt als een klok, ofschoon ik niet zo gauw zou weten wat voor klok. Maar goed, U kent de naam misschien wel helemaal niet, laat staan de man die ermee aangesproken werd. En als U zich nooit verdiept heeft in de geschiedenis van het schaakspel is dat ook niet zo verwonderlijk.

Nimzowitsch was dus een schaker, die om tenminste twee zaken herinnerd mag worden. Ten eerste om de wonderschone partijen die hij speelde, en die goddank grotendeels netjes genoteerd bewaard zijn gebleven. Ten tweede om het schaakleerboek dat hij in 1925 schreef, met de tot de verbeelding sprekende titel Mein System.

Waar het mij hier om gaat is niet zozeer de promotie van het schaakspel, ofschoon een nobel streven op zich, als wel de strekking van de titel van dit boek van de heer Aaron Nimzowitsch. Mein System impliceert immers dat er een systeem of methode zou zijn die gegarandeerd tot winst leidt, zeker wanneer men in aanmerking neemt dat Nimzowitsch gedurende een zekere periode van zijn leven als onoverwinnelijk werd beschouwd.

Zonder het boek gelezen te hebben, vermoedde ik dat deze een soort Grand Unified Theory van het schaken bevatte. En zoiets intrigeert mij.

Het zou natuurlijk erg prettig zijn om te weten dat er een systeem bestaat waarmee ‘het allemaal wel goed komt’, en ‘het’ is hier dan al datgene waar U zoal mee worstelt (U merkt, terzijde, dat ik zo vrij ben om het systeem van Nimzowitsch subtiel te extrapoleren van het schaakspel naar het leven zelf). Is het geen geruststellende gedachte dat niets het geluk U in de weg staat, mits U maar een aantal simpele regeltjes in acht neemt?

Het systeem dat U en mij zorgeloos door het leven leiden kan heb ik echter nog niet gevonden.

Ik ben ooit vrij druk bezig geweest, onder andere naar aanleiding van deze gedachten, een systeem te bedenken waarmee ik gegarandeerd een meisje schaken kon (ook hier leg ik plots alweer een fraai verband tussen leven en schaken, zo U, wederom terzijde, bemerkt). De methode waarmee een meisje geschaakt kan worden blijkt echter bij lange na niet fool-proof, en ik kan U zeggen dat dit systeem zelfs vrijwel zeker niet bestaat. De aantekeningen die ik hieromtrent destijds maakte heb ik onlangs dan ook de oudpapierbak in gekeild.

Hetzelfde verhaal gaat op voor de heer Nimzowitsch. Mein System is wel degelijk Sein System, en helemaal geen Grand Unified Theory.

Wanneer het ook maar enigszins complex wordt, blijkt dus dat het niet mogelijk is een alomvattend universeel systeem te bedenken. Met boter-kaas-en-eieren wil het nog wel lukken, maar schaken blijkt al een aantal stappen te ver, om over meisjes maar te zwijgen. Met verbazing zie ik dan ook dat een grote groep natuurkundigen tot op heden nog altijd wel degelijk driftig werkt aan de Grand Unified Theory.

Dat zijn ongetwijfeld geen schakers.

14 reacties

U bent wellicht bekend met het fenomeen ‘functioneringsgesprek’. Dit verschijnsel behelst feitelijk een kout waarin men oog in oog met een leidinggevende op functioneren wordt afgerekend. Genoemde leidinggevende is meestal vol goede bedoelingen, doch normaalgesproken gespeend van in dit opzicht ter zake doende kundigheid.

Daar ik vooralsnog niet zelfstandig opereer, ben ook ik zo nu en dan mikpunt tijdens dit soort sessies. Verhelderend, daar niet van. Maar de gebruikte methode doet zo af en toe tenminste één mijner wenkbrauwen fronsen. Zo heerst in het bedrijf waar ik zo’n twaalf maal per jaar een maandstaat pleeg in te leveren de gewoonte om een ander op precies negen gedragscriteria te beoordelen. Laten we voor de grap eens inzoomen op de eerste.

Communicatieve kracht.

Een waarlijk fantastische term, die uitstekend verbloemt waar het werkelijk om draait. Meestal scoor ik overigens niet eens bijster slecht op dit criterium, en daar gaat het nu dan ook even niet om, hoewel ik mijzelf soms wel eens afvraag in hoeverre ik nou werkelijk een communicatief krachtpatsertje ben. Mijn vermoeden is echter dat met de hier gebezigde term eigenlijk iets heel anders bedoeld wordt.

Het verbaast U waarschijnlijk niet dat in mijn omgeving, net als elders in het bedrijfsleven, een zeker haantjesgedrag zowel schering als inslag is. Ik zie dit vaak glimlachend en hoofdschuddend aan. De haantjes zijn over het algemeen communicatief gezien uitermate zwak, doch weten met hun geschreeuw vaak juist hen te overtuigen, die hen een stukje hogerop kunnen helpen. De opperhaantjes zogezegd.

En daar concludeer ik dan weer uit dat het niet het hebben van een zekere communicatieve kracht is wat U op de maatschappelijke ladder het snelst zal doen stijgen, maar het in het bezit zijn van een grote bek. Tenzij deze twee eigenschappen hetzelfde betekenen natuurlijk, maar in dat geval worden mijn beoordelingsformulieren stelselmatig verkeerd ingevuld.

9 reacties