Iemand vertelde mij ooit dat het gemoed er wel bij vaart wanneer er iets is om naar uit te kijken. Zonder plannen voor de toekomst kan de alledaagse ellende je zo af en toe bij de keel grijpen. Net als hoop doet voorpret leven.
Ik geloof daar wel in.
Ergens rond de komende jaarwisseling zal ik niet in het land maar ver weg zijn. Heel ver weg. Iets met een rugzak en een vliegtuig. Dit plan is zeer recentelijk beraamd, vandaar dat U zich wellicht de jubel kunt voorstellen die momenteel een uitweg zoekt. Ik wen aan het idee dat ik zelf heb bedacht.
Niet dat U daar verder iets mee kunt. Sterker nog, ik vraag me af of U zit te wachten op dergelijke non-info. “Hou toch Uw mond,” denkt U misschien, “aan Uw vakantieplannen heb ik geen boodschap.” Welnu, ik zal er verder ook niet meer over reppen, maar wellicht dat U zich dit stukje voor de geest haalt wanneer het over een maand of wat wel heel erg stil wordt alhier.
In ieder geval wil ik U nu alvast alle geluk wensen voor 2005. Het zou er tegen die tijd namelijk weleens bij in kunnen schieten. Het wensen, bedoel ik natuurlijk.
Als het aan mij had gelegen was ik striptekenaar geworden, maar niet alles ligt aan mij. Toen ik een jaar of zeven was wist ik het echter wel, en ik tekende vele vellen vol. Uiteindelijk liep het allemaal anders. Ik ben immers geen Belg, en een beetje striptekenaar is dat wel. Dat er ook zoiets was als de Hollandse school ontdekte ik pas later. Dat het er überhaupt niet toe doet waar je vandaan komt nog weer later. Te laat.
Zoals wel meer dingen wakkert ook mijn liefde voor het beeldverhaal eens in de zoveel tijd aan. Minder vaak dan vroeger, maar nog altijd lees ik stripboeken. Vanmiddag kocht ik mij een goedkope heruitgave van een avontuur van de heer van Stoerem, beter bekend als kapitein Rob. Ik deed dit echter niet zonder aanleiding.
Afgelopen vrijdagavond vond ik mijzelf terug op de late boot van Harlingen naar Terschelling. Ik greep een onverwacht vrij weekend aan om uit te waaien op de Wadden. Het onstuimige weer beloofde veel voor de twee dagen die volgden.
Zaterdag, vroeg opgestaan, fietste ik richting de Bosplaat, het beschermde natuurgebied aan de oostkant van het eiland. Tijdens het vogelbroedseizoen is dit prachtige stuk Terschelling niet toegankelijk, maar nu dus wel. Daar waar het fietspad overgaat in zandpad ging ik te voet verder, vastbesloten om de oostpunt te bereiken, zo’n tien kilometer verderop. Met een glimlach dacht ik aan de tip van de boswachter, een waarschuwing die ik op een bord aan de rand van de Bosplaat had gelezen: “De terugweg is evenlang als de heenweg. Ken Uzelf!”
Ergens onderweg, nog altijd meer aan het begin dan aan het eind, stuitte ik op een stuk beton met daarop een plaquette. Ik dacht kapitein Rob te herkennen, maar van een geheim wist ik niets.
Ik liep door. En door. En door. Uren later bereikte ik het oostelijk strand. En daar, eindelijk, werd mij het geheim van de Bosplaat geopenbaard.
Wat doe je als je iets niet begrijpt? Ga je dan maar wat verzinnen waardoor het wél begrijpelijk wordt? Mocht U het mij vragen, dan zeg ik, enigszins schoorvoetend, ja. Ik verzin nogal wat.
Maar wie doet dat niet?
Een voorbeeld. Lees ik iets wat ik niet begrijp, iets wat ik zelfs niet kan begrijpen omdat de context mij onthouden wordt, dan schets ik zelf de omstandigheden waardoor de zinnen zin krijgen. Deze ervaring zal U, die mijn schrijfsels leest, niet vreemd zijn. In de wetenschap gaat het niet anders. Wij proberen toch zeker de wereld te verklaren door het verzinnen van theorieën? De vraag is of wij werkelijk iets begrijpen of slechts geloven in verzinsels.
Misschien heeft U weleens gehoord van intelligent design. Wanneer U Google voert met deze term, wordt U vergast op een groot aantal vermakelijke artikelen. De gedachte achter ID is dat de evolutietheorie niet alles bevredigend weet te verklaren. Een goed punt, want er zijn wel degelijk een aantal zwakke schakels in het verhaal. De conclusie die volgt is echter minder. Dat U en ik er zijn is eigenlijk niet mogelijk zonder ingrijpen van hogerhand, aldus de aanhangers van ID.
Ik begrijp dit niet.
Dat ik me vergis is zeer wel mogelijk, maar ik vermoed dat er niet veel mensen zijn die nageslacht produceren omwille van de instandhouding van de soort. Waarschijnlijk zijn er andere beweegredenen in het spel. Welke dat zijn is me echter niet altijd duidelijk.
Wellicht is het de zucht naar onsterfelijkheid die een mens zijn genen doet verspreiden. Omdat hij zelf het eeuwige leven niet heeft, is het verleidelijk om dan tenminste (een deel van) zijn eigenschappen te laten voortbestaan. Ik persoonlijk heb de onrust als gevolg van mijn sterfelijkheid een paar jaar geleden opgelost door een weblogje te beginnen. Mocht ik er niet meer zijn, dan in ieder geval nog wel mijn woorden. Althans, dat is het plan.
Op mikzlog na ben ik kinderloos. Maar heel bewust is die keuze eigenlijk niet. Vandaar dat ik me de laatste tijd weleens buig over deze materie. De kinderwens, bedoel ik dan. En, of ik die heb.
Wanneer ik jonge ouders met kinderwagen op straat zie wil Sly Stone’s Babies makin’ babies niet zelden spontaan mijn hoofd inschieten. Volgens mij wordt er over onsterfelijkheid in het algemeen niet zo heel veel nagedacht. Jonge ouders leven in het nu. En ongetwijfeld met recht. Ik ga er echter wel van uit dat een kind zijn bestaan niet alléén aan zijn schattigheid te danken zou moeten hebben, hoe lastig ik het ook vind om iets anders te verzinnen.
Maar misschien zie ik wel iets heel triviaals over het hoofd.
Mogelijk bent U van mening dat ik absoluut niet aan kinderen toe ben, omdat ik er op een dergelijke, merkwaardige manier over nadenk. Mocht dat het geval zijn, dan vraag ik me af of iemand dan wel aan kinderen toe is wanneer hij dat niet doet.
Er zit een mannetje in mijn hoofd. Hij trekt aan de touwtjes.
In het hoofd van het mannetje in mijn hoofd zit ook een mannetje. Hij doet maar wat, want in zijn hoofd zit helemaal geen mannetje. Dat zou immers al te gek zijn. Als er in ieder hoofd van ieder mannetje weer een mannetje zit, dan gebeurt er niks. Er moet er een de eerste zijn.
Welbeschouwd ben ik dus het mannetje in het hoofd van het mannetje in mijn hoofd. En zoals gezegd, in mijn hoofd zit geen mannetje.
Wel een vrouwtje. Zij trekt aan de touwtjes.
Het is heel eenvoudig om te zien wie er in een tweegesprek de boventoon voert. Daar is namelijk een truukje voor, zo las ik ergens. De dominantere persoon kijkt de ander in de ogen tijdens het spreken, en wendt de blik af als hij luistert. De ander doet dat ongemerkt precies andersom.
Met deze kennis gewapend ging ik onlangs in gesprek met mijn manager. Geen idee waar we het over hebben gehad, want ik was veel te druk bezig met het bepalen van de rangorde. Maar ik heb succes geboekt! Uiteindelijk keken we elkaar helemaal niet meer aan. Net zoals geboren leiders onderling dat doen.
Het is natuurlijk diep triest dat het gesproken woord niet eens in de schaduw kan staan van zijn geschreven equivalent. Niet vreemd dus eigenlijk dat ik mijn bek zelden opentrek. Een dialoog op schrift mag dan nooit levensecht zijn, maar dat is niet zonder reden. Een eenvoudig gesprek zette men liever niet letterlijk op papier.
Legt men het oor op een willekeurige plek te luisteren, dan blijkt dat een mens niet spreken kan zonder onlogische pauzes, irrelevante geluiden en slechts fragmenten van zinnen. Veelal zijn gedachten incompleet als ze worden geuit, met alle gevolgen van dien. Vanzelfsprekend is de een de ander niet, maar hij die in volzinnen spreekt is toch een zeldzaamheid. En dan heb ik het nog niet eens over het inslikken van stukjes woord, waar helemaal niemand onschuldig aan is. Iedere een-op-een transcriptie geeft een puinhoop.
Het is duidelijk dat het oog anders luistert dan het oor.
Het schrijven van een dialoog, wat zeg ik, schrijven op zich, is het op een presenteerblaadje aanreiken van gedachten. Zonder ruis. Kloppend. Alleen de essentie, niet het detail.
Gek dat dat dan toch vaak zoveel meer tijd kost om te verwerken. Althans, bij mij.
“Die dialogen, die vind ik wel aardig.”
“Ah, Plato!”
“Nee, er zijn er betere.”
“Toch niet van, eh … ?”
“Jawel! Wij moesten die stukjes maar eens bundelen.”
“Maar dat kan toch niet?”
“Waarom niet?”
“Etiketten zijn immers uit den boze.”
“Ja, maar straks gaat een ander ermee vandoor.”
“Nee toch. Wie zou dat nou doen?”
“Ik noem verder geen namen.”
“Hmm, ik weet het niet, Mijnheer.”
“Ik wel.”
Het besturingssysteem van de machine waarop dit log draait bestaat uit open source software. Net zoals de webserver, de database, en de scripttaal waarmee binnenskamers gesproken wordt. Zelfs de links alhier worden sinds enige tijd met behulp van open source libraries bij elkaar gesprokkeld. En welbeschouwd is ook mikzlog zelf een bron die open ligt. Aan al wat ik spui mag de wereld schaven.
De noodzaak tot overstappen naar wordpress lijkt me hiermee afdoende verklaard.
Het hele open source verhaal, of althans de filosofie erachter, heeft mij altijd al sterk aangesproken. Daarnaast vermaak ik me kostelijk met het knutselen achter de coulissen, hetgeen ik nu dan toch voor het voetlicht wil brengen, aangezien juist die schermen niet stroken met eerdergenoemde filosofie. Openheid is immers het devies.
Zo vindt U hier sinds kort bijvoorbeeld een preview knopje. U vroeg zich natuurlijk al af waar dat paternalistisch gedoe voor nodig was. Wilt U eens een keer reageren, krijgt U eerst een voorbeschouwing over U heen. Waarom? Het is niet eens standaard wordpress functionaliteit.
Het feit dat ik zelf graag even denk voordat ik doe, c.q. preview voordat ik post, is natuurlijk geen reden om U dat op te dringen. Zomin als dat ik met deze methode die ene lezer tegemoet kom die moeite heeft met meerdere knoppen tegelijk. Het zijn slechts bijkomstigheden. Nee, dat knopje is helemaal niet voor U, maar voor de robots!
Werd ik vroeger nog regelmatig verveeld met gezanik van spambots in de reacties, nu worden ze door de preview knop met een kluitje in het riet gestuurd. Neemt U van mij aan, op deze manier reageren is veel te moeilijk voor die apparaten, zij doen slechts maar denken niet. En dat laatste is toch echt vereist.
Ik hoop natuurlijk niet op deze manier de spontaniteit uit Uw reacties gehaald te hebben, en verwacht dat het verhaal van de robots U overtuigd heeft. U mag zich zelfs gevleid voelen, daar ik U in tegenstelling tot deze spambots zeer wel in staat acht de juiste knoppen te beroeren.
Maar goed, het is inmiddels de hoogste tijd om mij op belangrijker zaken te richten waarmee ik de open source gemeenschap, en U, kan dienen. Ik ben zoekende naar een mooi project.
Mocht U een ideetje hebben, U weet hoe U het mij kenbaar kunt maken.
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004
juli 2004
juni 2004
mei 2004
april 2004
maart 2004
februari 2004
januari 2004
december 2003
november 2003
oktober 2003
september 2003
augustus 2003
juli 2003
juni 2003
mei 2003
april 2003
maart 2003
februari 2003
januari 2003
december 2002
november 2002
oktober 2002
september 2002
augustus 2002
juli 2002
juni 2002
mike(at)mikz.net